|
Op 25 en 26 oktober 2003 ging de KIMM voor de 35e keer van start. Dat dit typisch Britse evenement elk jaar weer voldoende teams aantrekt die dwars door de ‘roling hills’ rennen, twee dagen lang, voorzien van rugzak, kaart en kompas, lijkt op z’n zachtst gezegd ongeloofwaardig. Toch namen ruim 1500 teams deel. Reden voor een impressie van binnenuit.
 Jolanda in actie (Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
Oud en jong, man en vrouw, dun en minder dun. Op weg naar de start zie ik zoveel soorten deelnemers dat de aanvankelijke spanning wegebt. Wanneer er uitsluitend breedgeschouderde bikkels om je heen dribbelen, werkt dat niet bepaald stimulerend. Van langbenige gazelles en hazewindhonden krijg ik het ook benauwd. Juist dan vraag ik mij af of dit wel de juiste wedstrijd is.
Natuurlijk zijn er honderd redenen aan te voeren waarom de KIMM helemaal geen wedstrijd is. De strijd tegen de Schotse elementen. Het urenlange oriënteren in ruige heuvels. Het rennen door zwaar terrein zonder paden, ook nog eens met zeven kilo op je rug. Het overnachten onder primitieve omstandigheden. Deze bergloop uitlopen is al een doel op zich. Er een wedstrijd van maken is in feite bijzaak. Een vorm van luxe die je je denkt te kunnen permitteren omdat je lang en veel getraind hebt. En misschien ook, omdat je eerder meegedaan hebt en toen bij de C-categorie in de top tien eindigde
Van start
Om de minuut klinkt een scherpe fluittoon. Teams van de verschillende routes krijgen exact na het fluitje een halve meter geplastificeerd stuk kaart in de hand gedrukt met daarbij de legendarische woorden ‘Good Luck!’. Een blik op de kaart, een woordenloos overleg met wat armgebaren richting een bergtop of een rivierdal. Dan een korte knik, de kaart wordt als bij afspraak driedubbelgevouwen en het team rent de heuvels in. Linksom, rechtsom, direct omhoog of juist eerst laag blijven. Bij een bergloop als deze draait het in eerste instantie niet om snel maar vooral om slim lopen.
 Rennen met de kaart in de hand (Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
Tot aan het moment van de start weten we niet meer dan dat de race dit jaar in de Langholm Hills gehouden zal worden, een onschuldig ogend bruin heuvellandschap op de grens van Engeland met Schotland. Pukkels van pakweg vijfhonderd meter. Daarin zullen we minimaal vijftig kilometer afleggen, over vandaag en morgen verdeeld.
Kaart & Terrein
Pas wanneer ook voor ons het fluitje gaat, krijgen we de eerste indruk van wat wel eens een lange dag kan worden. Hoogtelijnen, ronkelend tot een duizeligmakend kaartbeeld, met daartussen verspreid acht cirkels, in volgorde genummerd. ‘B Course Day 1, 28 km, 1040 m climb. All controls must be visited in the correct order’ lees ik linksboven op de kaart.
Drie heuvels verderop moet de eerste post liggen. ‘Eastern Gully Top’. Vanaf de start eerst direct omhoog klimmen, dat leidt geen twijfel maar daarna? Kiezen we voor de lange maar relatief vlakke route over de ruggen van een serie heuvels of gaan we voor een meer directe lijn recht omlaag en dan weer steil het volgend dal uit klimmen? De keus is individueel, geen enkel team loopt exact dezelfde route maar alleen wie slim kiest, eindigt voorin. Slim betekent hier: niet onnodig klimmen. De kortste route over de kaart is dan ook niet altijd de snelste route door het terrein. Waar omlopen over vlakke toppen of door dalen geen optie is, komt traverseren langs de helling in aanmerking.
Op de kaart zo bedrieglijk eenvoudig: gewoon zo’n hoogtelijn volgen. Nog slim ook, want je verliest geen hoogte terwijl je geen meter onnodig klimt. Daarbij kun je ongestoord blijven hardlopen, want kijk naar dit terrein: alles is gras en door gras kun je rennen. De werkelijkheid blijkt iets gecompliceerder. Gras in Schotland is net zoiets als tulpen in Holland. Oneindig veel variaties. Er is gras dat uit bobbelige pollen bestaat met daartussen slurperig mos. Dan is er gras dat van dichtbij opeens varen is in de variaties knie- tot navelhoog. Ook is er gras dat eigenlijk hei is, zacht en verend bij de landing maar met wiebelend diepe gaten bij de afzet. Natuurlijk is er ook ordinair kortgevreten gras, met dank aan alle Schotse schapen. Dit loopt het snelst maar is helaas vooral op de steilste hellingen te vinden.
Heidepollen en Hoogveenprut
Wanneer we bij post 1 aankomen, zo’n vijftig minuten na de start, hebben we alle variaties mogen ervaren. Mijn voeten beginnen reeds een eigen leven te leiden, met name bij dit traverseren langs steile grashellingen. ‘‘Frank, wacht even!’‘
Mijn veters moeten opnieuw en nog veel strakker vast. Ja, dat is zonde en kost tijd, maar ach, die ene minuut. We rennen verder. Voelt stukken beter. Waar gaan we eigenlijk heen? Post 2: ‘Stream Bend’. Kaart lezen en tegelijk hardlopen is ook zo’n kunst waar ik nog jarenlang op kan oefenen. Oké, langs de bosrand en dan afdalen in noordelijke richting. Frank had het al direct gezien. Ik vertrouw op zijn oriënteervermogen en hoewel ik meer in de volg-modus ben afgezakt, werk ik hard aan het om-mij-heen-kijken. Schitterend ronde bergvormen, hier en daar onderbroken door scherpe rivierlijnen en voorthollende stipjes. Helderkoude hemel. ‘‘Frank, wacht je even?’‘

(Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
Snel, een plaatje schieten. Daarbij tikt de klok vrolijk door en herinnert mij met pijnlijke precisie aan mijn Top Tien Plan. Verder, ja, post 2. Heidepollen, hoogveenprut, een steile afdaling. Het lopen gaat nog wel maar tegelijkertijd fotograferen, om het kaartlezen maar even over te slaan, is een regelrechte ramp. Ik begin me vreselijk schuldig te voelen met mijn ‘Frank-wacht-je-even’s en daarom bekwaam ik me in de dubieuze techniek van het rennend schieten.
Meer heidepollen, hoogtemeters en steile rivier-insnijdingen. Teveel te doen. Te hoge druk. Verder, verder. Camera bungelend om mijn nek, in de aanslag, klik en ‘go’. Springend en zwikkend van pol naar pol, mazzel dat mijn enkels zo absurd sterk zijn. Is deze routekeus goed? Hoe ver nog naar de volgende post? Liggen we nog goed in de race? Als ik hier eens van onderaf een foto maak? Langzaam maar onmiskenbaar raak ik uitgeput van mijzelf.
Een gevoel van vrijheid
Ik moet kiezen. Of een goede race lopen of voor het beeld gaan. Al voorthollend, beslis ik ten gunste van de wedstrijd. Niet voor niets vijf maanden twee-, drie en vier-uur lange duurlopen gedaan. Oké, van nu af aan focus op de route en het lopen. De camera weer in de buiktas met de rits dicht.
Uur na uur, hoogtemeter na hoogtemeter, traverse na traverse. Vaak lopen we alleen, soms ontmoeten we andere teams, halen in en worden ingehaald. Geen idee hoe we in de wedstrijd liggen, ieder team heeft immers een andere starttijd. De drinkzak raakt leger, de energiegel tot op de bodem uitgeknepen.
Zo ook mijn voeten. We zijn nu ruim vier uur bezig en ze branden als de hel. Moet met die akelige traverses te maken hebben want tijdens het eerstvolgende stuk evenwijdig aan de grashelling slaan mijn voeten echt op tilt. Een zijdelingse hoek van 45 graden tussen voetzool en onderbeen, en dat uren achtereen, hier ben ik niet op gemaakt. Zo blijkt. Terwijl de pezen zich verkrampen, ontvouwen zich de blaren. Tegelijk schieten felle pijnscheuten dwars door mijn linkerbeen. Wat krijgen we nu? Doorgaan. Niet op letten. Geen Frank-wacht-even. Omhoog gaat nog wel, dan zakken we terug in tempo en dan kan ik mijn pijnlijke voeten voorzichtiger plaatsen zodat ik niet teveel zwik of de blaren verder ontvel. Maar horizontaal of omlaag... Dan is de wereld slechts voetzolen en linkerbeen. Onmogelijk deze allesverscheurende krampen te negeren. Pijn kleurt alles. Genieten is een luxe.
 Drinken? Gewoon uit de beek (Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
Maar daarvoor kwam ik hier. Uiteindelijk is de Top Tien slechts motiverend bij het trainen. Het genieten van dit rennen door ruig bergterrein, dat is waar het echt om draait. De wind door je haren, je voeten snel en licht over ongelijke bodem, de kracht van een duizelingwekkende afdaling, de arm om elkaar na een lange klim, de eenzame vergezichten en die lach van herkenning bij de andere deelnemers. Rennen door de bergen geeft een gevoel van vrijheid. En dat is puur genieten. Beheersing van een fragiel evenwicht tussen mens en berg. Totdat verstoring plaatsvindt.
Genieten of doorgaan?
‘‘Jo, we zijn een team. Vergeet de race. Kun je nog verder? Wil je wel?’‘ Wat wil ik? ‘Genieten’ denk ik, ‘doorgaan’ zeg ik. Niet meer rennen natuurlijk. Frank wandelt, mijn versie kun je eerder strompelen noemen. Stoppen kan altijd nog, liever niet eigenlijk. Foto’s maak ik niet meer, ik heb alle energie nodig om mezelf door dit landschap voort te bewegen. Frank neemt wat gewicht over, de tentstokken, de brander en wat eten. Alles helpt, vooral dit samenzijn, en tegelijk helpt niets. Door mijn hoofd spoken vragen die ik nooit eerder stelde. Waarom ben ik hier? Wat is hier nog leuk aan? Langzaam dringt het besef tot mij door dat dit mijn laatste bergloop moet zijn. Is het niet belachelijk om met zoveel man door de bergen te rennen, alsof de heuvels louter speelveld zijn? Kunnen we ons niet bij asfalt houden, daar hebben we ons spoor door de natuur toch al getrokken?
Het schemert en we hebben enkele fikse hagelbuien over ons heen gehad, wanneer we na 8½ uur bij de finish aankomen, alle posten zijn ‘in correct order’ bezocht, het spelletje gespeeld. Ik volg de regels maar ben passief, zonder inzet laat staan enthousiasme. Opgelucht, oneindig opgelucht dat nu rust volgt. Eindelijk minder pijn. We lopen het bivakveld op. Omringd door Schotse heuvels, in een enorme schapenomheining, staan honderden tentjes verspreid, klein en kleurrijk. We vinden een postzegel waar we de onze kwijt kunnen, haring aan haring met de buren. Even later een snorrende brander, hete soep, chocolademelk en pasta. Drinken, veel drinken. Droge kleren. Uit die rotschoenen, in een hoek van de buitentent en morgen is ver weg.
 Kamperen bij een bergmarathon (Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
Ik steek mijn hoofd uit de tent, voor het eerst. Lichtjes van hoofdlampen, dampende pannetjes, mensen die zittend eten, of staand praten, vermoeide ogen, gloeiende koppen. Heerlijk hier te zijn, midden tussen al die Engelse klanken. Frank reikt me de volgende gang aan: bosvruchtenmousse. Ik kan er weer bij lachen
De nacht is vol glasheldere sterren en bevroren condens tegen het tentdoek. Om ons heen wakkere en koude tochtgenoten. Ook wij, hoewel warme donzen slaapzakken, wentelen ons van kwartier tot kwartier vanwege optrekkende bodemkou. Het experiment met radiatorfolie bij wijze van extra lichtgewicht mat is niet voor herhaling vatbaar.
Six o’clock, time to get awake
Herhaling? Ik betrap mijzelf erop dat ik alweer aan een volgende keer denk. Een doedelaar loopt al jammerend en krijsend met de hoogste tonen langs de tentjes. Een megafoon schreeuwt daar dwars doorheen van ‘goodmorning everybody’ en ‘six o’clock, time to get awake!’. Slaperige hoofden, mutsen en wanten. Plastic zakjes in de schoenen om zolang er nog niet gerend wordt tenminste droge voeten te houden. Gelach. Stoere verhalen en opnieuw veel gelach. Dit is toch helemaal de KIMM.
In feite heeft deze ‘mountain marathon’ alles te maken met jezelf staande houden in de Britse bergen. Niet voor niets moeten de teams volledig ‘selfsupporting’ zijn en een minimum aan verplichte uitrusting bij zich hebben om zich veilig en zelfstandig te redden voor minimaal één nacht. Deze race gaat niet slechts om sterke benen; het gaat er bovenal om je weg te vinden in ongebaand terrein en je thuis te voelen in bergland. Een uitdaging die het asfalt niet kan bieden.

(Foto: Jolanda Linschoten© ©) |
De megafoonman komt langs. ‘‘Attention please. Today’s B follow the Bad Weather Course.’‘ Algebra voor de passerende wandelaar met hond. Toverformule voor ons. De route voor slecht weer volgen wil zeggen dat we vandaag een kortere route mogen lopen dan oorspronkelijk gepland. ‘‘Why this?’‘ vraag ik aan onze buurman met een blik naar de strakblauwe hemel waar de eerste zonnestralen over de oostelijke heuvels klimmen. ‘‘Well, less than half of all B-starters have finished yesterdays race. Just a mission impossible! Too hard a route, aye!’‘ Meer is niet nodig. Een pijnstiller hooguit, het ding zit tenslotte in onze E.H.B.O. Bij de start van de tweede dag heb ik beide voeten op blaren doorgeprikt, ingezwachteld en getapet. De bruine Schotse bergen liggen bedekt onder een dun laagje vorst. Een voorrecht hier te mogen rennen.
| Informatie KIMM |
| KIMM is een tweedaagse oriënteringsloop door de Britse bergen, voor teams van 2 personen die elk een verplichte minimale uitrusting moeten dragen van o.a. tent, regenkleding, brander en voedsel. Wordt jaarlijks eind oktober gehouden, meest populaire in Groot Brittannië. Soortgelijke races: LAMM (Lowe Alpine Mountain Marathon, jaarlijks in juni in Schotland); MIMM (Mammut Int. Mountain Marathon, jaarlijks in augustus in de Alpen); EuroKIMM (jaarlijks in de zomer in Frankrijk) |
| Uitslagen B-course 2003 |
|
1. 10.32 uur, Andy Creber / Bryan Stadden (GB)
|
|
43. 14.51 uur Robert Voors / Jody Borgers (NL)
|
|
48. 15.01 uur, Jolanda Linschooten / Frank van Zwol (NL)
|
Links KIMM met uitslagen en impressies...
Nederlandse Oriënterings Loop Bond...
Bergmarathon lopen: 'Lammeren' in Schotland...
Nederlandse prestatie in de LAMM...
|