|
Wandelen in de Alpen versus Schotland
Mocht je wandelen in de Alpen gewend zijn, dan lijken de Schotse Highlands relatief eenvoudig. Mooie ronde toppen en weinig steile wanden. De hoogste berg, de Ben Nevis, is nog geen 1400 m hoog. Alle Schotse toppen zijn wandelend te bereiken. Slechts één vergt serieus klimwerk, de Inaccesble Pinnacle. De verleiding is dan ook groot om te denken: 'Het zijn net grote heuvels'. Daarbij, de Schotten gebruiken zelf veelal het woord Hills, als ze het over de Highland bergen hebben. Laat je echter niet misleiden door de hoogte, het uiterlijk van de Schotse Highlands en dat ze als Hills betiteld worden. Schotland ligt een stuk noordelijker dan de Alpen. Daardoor zijn de winters streng en de boomgrens ligt slechts op 700 meter hoogte. Zo tref je gedurende de gehele zomer sneeuw aan op de top van de Ben Nevis. Tot ver in mei kunnen er winterse condities voorkomen op de Highland toppen. Maar ook bij minder extreme weerscondities, in de vorm van de vermaarde Schotse regen en mist, moet je in staat zijn om je veilig te bergwandelen door de Highlands. Wat zijn factoren om rekening mee te houden?
Weer
Het Nederlandse weerbericht meldt bij regen in Nederland vaak dat de kern van de depressie nabij Schotland ligt. Deze depressies voeren vochtige lucht aan vanaf de Atlantische Oceaan. De combinatie van vochtige lucht en lage drukgebieden heeft zo zijn effecten op het klimmen en (berg-)wandelen in Schotland. De wind afkomstig van de Atlantische Oceaan ondervindt, op weg naar het Europese vasteland, als eerste barrière Schotland. Deze 'botsing' resulteert in neerslag. De meeste neerslag valt dan ook aan de westkust. Oostelijker (Grampians, noordoostkust) valt er een stuk minder neerslag. Daarnaast moet je, zeker aan de westkust, rekening houden met harde tot stormachtige wind op de bergkammen en toppen, als er ook maar een redelijke bries in het dal staat.
In de Highlands moet je altijd rekening houden met een snelle weersverandering. Mist kan bij instabiele weersituaties snel opzetten.
De winter maakt levert alpiene condities op. Van oktober tot en mei kun je sneeuwbuien verwachten. De echte winter is van november tot april. De afwisseling van westelijke (dooi & regen) en noordelijke wind (koud & sneeuw) levert de vermaarde Schotse ijscondities op. Dikke pakken sneeuw die langere tijd in de dalen blijven liggen, komen in de laatste decennia nog maar zelden voor. Uitzonderingen daar gelaten.
De sneeuw op de bergkamen is veelal samengedrukt, hard en verijst. Indien je in de winter op stap gaat het je meer aan stijgijzers dan aan sneeuwschoenen. In de gullies verzamelen zich wel dikke pakken sneeuw. Sommige aanlooproutes naar bergtoppen lopen door niet te steile gullies. Daarbij moet je dan goed op het lawinegevaar letten.
Meer over winterwandelen
Vorm van de bergen
De bergen in de hooglanden zijn qua vorm net heuvels. Dat is kenmerkend voor de Schotse Highlands. De individuele bergen hebben, over het algemeen, geen karakteristieke vorm. Je kunt dan ook moeilijk een berg op basis van zijn vorm herkennen. Dat maakt kruispeiling met je kompas lastig. Als je niet meer weet waar je bent, kun je niet op basis van de hoek tussen twee markante bergtoppen je positie bepalen.
Wandelpaden & markeringen
In Groot-Brittannië verschilt de houding t.a.v. (berg-)wandelen nogal van die in Alpen. In principe ben je geheel op je zelf aangewezen. Dat uit zich voornamelijk in de afwezigheid van in markeringen. Struikel je in Oostenrijk over de markeringen en staan er in Zwitserland diverse bordjes. In Schotland vind je geen van allen. De enige wandelroutes die gemarkeerd zijn, zijn de langeafstandspaden, zoals de West Highland Way. De Britse houding is dat iemand die de bergen in trekt, in staat moet zijn zich zelf te redden. Anders hoort hij/zij niet in de bergen. Learn to read, or get lost! Deze houding is vrij fundamenteel. Zo zijn klimroutes standaard niet voorzien van haken. Eventueel geslagen haken worden zelfs weer verwijderd. Dit gebeurde ook met een paal, die ter ondersteuning van de navigatie, op het top-plateau van de Ben Nevis was gezet. Dit n.a.v. de vele oriëntatieproblemen op de Ben Nevis. De paal was een punt van een esthetische discussie en werd door 'vandalen' verwijderd.
Dit geheel wil niet zeggen dat je niet geholpen wordt als je in de problemen bent. Dan namelijk zeker wel. Er zijn diverse Moutain Rescue Teams, die samenwerken met de Royal Navy voor eventuele helikopterreddingen. Bordjes, of markeringen met verf op stenen zul je echter niet aantreffen. Hierdoor wordt er meer van je vaardigheid m.b.t. kaart en kompas gevraagd.
Kaart & Kompas
Oriëntatie is zeer belangrijk in de Schotse Highlands. Hierboven zijn al enkele reden aangegeven: mist, geen markeringen en weinig tot geen kenmerkende vormen in het landschap. De meeste ongelukken in de Schotse Hills zijn het gevolg van naviagatieproblemen.
Schotse namen in gidsjes en boeken
Als je op de kaart kijkt of in een gidsje een wandelroute beschreven ziet, struikel ja al snel over onbekende specifiek woorden en termen. Sommige zijn uit het Engels en eenvoudig op te zoeken in een woordenboek. Andere zijn Schots of van Gaelic herkomst en dan wordt het lastiger. Speciaal daarvoor is er op deze website een overzicht opgenomen van algmene en bergsportbegrippen Schotse & Gaelic woordenlijst...
Kaartlezen bestaat niet alleen uit het kunnen lezen van de kaart zelf. Je moet instaat zijn om het landschapsbeeld te vertalen naar de kaart en de informatie van de kaart te vertalen naar een landschap. Kaartlezen is niet iets wat je pas doet als er mist op komt of als je verdwaald bent. Train jezelf in het lezen van de kaart. Rustpauzes zijn daar prima momenten voor.
Een Kompas is een zeer handig instrument, als je er mee kunt werken. Zo moet je bijvoorbeeld kruispeilingen kunnen maken. Het is niet moeilijk, maar je moet een paar keer oefenen. In Schotland is er een grote declinatie. Dat is de afwijking tussen het magnetische noorden, daar waar de kompasnaald heen wijst, en het geografische noorden, de noordpijl (en bovenkant) van de topografische kaart. De declinatie bedraagt ongeveer 5 graden naar het westen en is aangegeven op de kaartbladen.
Alpintreff en SNP Outdoor School bieden speciale cursussen voor oriëntatie in de bergen. Verschillende NKBV-regio's hebben ook (goedkopere) cursussen voor kaart & kompas. Over oriëntatie kun je ook van alles nalezen op de Dutch Hikingsite. De Mountaineering Council of Scotland heeft een aantal nuttige folders waaronder:
MCofS folder 'Learn to Read or Get Lost'
Beken
Allt. Het is de Gaelic naam voor een beek. Vriendelijke riviertjes of ondiep hardstromende beken. Na een aanhoudende regen kunnen ze aanzwellen tot forse stromen. Bij slecht weer moet je bij de (her-)planning rekeninghouden dat je meer tijd kwijt voor het oversteken of het omlopen. Oh ja: er is niet altijd een brug daar waar een pad een beek oversteekt...
Blokkenterrein
Soms moet je door een blokkenterrein lopen. Alle stenen liggen dwars door elkaar, als een omgekeerde blokkendoos. Sommige stenen liggen echter los. Let daar op! Springen in een blokkenterrein gaat lekker snel, maar brengt gevaar met zich mee. Een sprong kan leiden tot een val met je hoofd op een steen, als de stenen toch niet zo vast bleek als jij gedacht had.
Scree
Scree is het Engels voor puinhelling. De stenen die je hier aantreft zijn een stuk kleiner dat die in een blokkenterrein en je weet nu zeker dat ze gaan schuiven als jij er doorheen loopt. Dat maakt het omhoog lopen lastig. De neiging is dat ook al gauw een handje te gebruiken. Als er echter stenen gaan schuiven, is je hand wel een zeer gevoelig onderdeel. Het grootste gevaar bestaat uit steenslag. Steenslag, naar beneden rollende stenen, veroorzaakt door wandelaars zelf.
Regen en (korst)mossen
Bij regen zijn de stenen nat en dus glad. De aanwezigheid van (korst)mossen maakt uitglijden nog waarschijnlijker. Nooit van blok naar blok springen in een nat blokkenterrein.
Ridge walking
De Schotse bergen bestaan vaak uit kammen. Een graat die meerdere toppen met elkaar verbindt. Ridges worden ze in het Engels genoemd. Ridge walks zijn zeer fraaie wandelingen. Nadat je eenmaal een helling hebt beklommen, loop je z_self veel hoogteverschillen van de één naar de andere berg. Bij mooi weer heb je fantastische vergezichten. Wil je een idee krijgen? Huur de video Braveheart (Mel Gibson) en kijk goed naar de scene dat William Wallace bovenop een bergkam staat. Dat zijn de Highlands en dat is het gevoel! Veel Munro-wandelingen zijn feitelijk ridge walks. Soms vergen ze wel het gebruik van je handen om kleine obstakels te omzeilen of er op te komen. Bij slecht weer moet je rekening houden met de wind en de temperatuur op hoogte. Bij storm kun je niet lopen op de bergkammen.
Scrambling (Klauteren)
Klauteren wordt in het Engels scrambling genoemd. Het is zelfs een speciale tak van bergsport. Het is geen klimmen met touwen, maar je moet wel je handen gebruiken. Je zou het eerste en tweede graads klimmen kunnen noemen, of wandelingen waarbij dergelijke passages voorkomen. Voor eerste graads klimwerk gebruik je je handen voor het behouden van het evenwicht. Je dient geen last te hebben van hoogtevrees. Het is de eenvoudigste vorm van het klimmen voor het overwinnen van geringe moeilijkheden. Tweede graads klimwerk overwint matige moeilijkheden. De handen zijn nodig voor de voortbeweging. Hier begint het klimmen waarvoor een driepunts-techniek, altijd maar een hand of voet verplaatsen, noodzakelijk is. Voor de liefhebbers: Er zijn speciale gidsjes verkrijgbaar met 'scrambles'.
Indien je niet geïteresseerd bent in klauteren, moet je vooral goed opletten voor routebeschrijvingen naar het voorkomen van stukjes scrambling. Ook hier doemt het fenomeen van de Britse nuchtere houding weer op. Neem bijvoorbeeld het volgende stukje uit de beschrijving van de Munro-bergwandeltocht naar de Ladhar Bheinn vanaf Barrisdale (Knoydart):
|
...Beyond a level section of the ridge the steep buttress of Stob a'Chearcaill rears up and for 100m there is a scramble up broken rock and grassy ledges, traversing to and fro to find the easiest line...
|
Dit korte stukje scramblen, kan er onplezierig uitpakken als je niet van klauteren houdt, of als het regent en je een zware rugzak hebt. Okee, je kan omdraaien. Maar het is beter om van te voren alert te zijn op het voorkomen van dergelijke passages.
Lees het verhaal over deze passage in 'Basecamp aan de voet van Ladhar Bheinn (Knoydart)'
Sneeuw
In het voorjaar kun je nog sneeuwvelden aantreffen. Als je nog sneeuwvelden tegenkomt dient je er op te letten dat een mogelijke glijpartij niet eindigt in het dal (omlopen), dat het sneeuwveld niet te steil is en dat de sneeuw niet hard is (lijkt me vreemd, maar toch). Trap je hakken goed in de sneeuw en zorg dat je zwaartepunt (je billen) boven je hakken zitten. Bij de overgang rots/sneeuw is het sneeuwdek in de regel het dunst. Op deze plekken zak je dus makkelijk door het sneeuwdek. Spring nooit van een rotsblok op een sneeuwveldje. Je zakt er met je voeten doorheen terwijl je rugzak je bovenlichaam richting dal duwt: je zult niet de eerste zijn die door een dergelijke sprong een gebroken been heeft opgelopen. Ook beken die onder een sneeuwveld doorstromen kunnen vervelend zijn als je er doorheen zakt. Glijbanen op en sneeuwveldje zijn leuk! Kijk eerst of er geen stenen in de sneeuw verstopt zitten!
|