 |
Afstand en duur: Tel alle kilometervakjes waar een route door loopt, dit geeft een realistische (hoge) schatting van het aantal af te leggen kilometers. In ongebaand terrein kun je uitgaan van 3 - 3½ km per uur en 15 min per honderd meter klimmen. Deze beide vuistregels moeten persoonlijk geijkt worden, maar blijken goed te kloppen. |
 |
Terrein: het terrein is in de regel zwaar. Laag terrein is vaak kleddernat. Hogerop is het meestal een stuk beter afgewaterd, met kortere vegetatie en meer kale rots. Aangeplant bos is ondoordringbaar. |
 |
Droge kampeerplekken. Een vlak en afgewaterd stekkie vind je dichtbij riviertjes. Rivieren die als enkele lijn op de kaart staan, zijn over te steken. Maar Schotse rivieren stijgen snel na zware regenval. Wees daarop bedacht. Op windstille plekjes weten, in de zomer, de midges je te vinden. |
 |
Seriousness: deze term duidt op het al dan niet aanwezig zijn van alternatieven. Een heuvel of route is moeilijker naarmate er minder momenten zijn waarop de wandelaar kan ‘uitstappen’. Op woestere bergen is ‘seriousness’ iets om terdege rekening mee te houden, vluchten voor beestenweer is daar moeilijker. De 500 heuvels boven 2500 voet zijn uitputtend beschreven (zie boeken) |
 |
Navigatie: een pad volgen is onvoldoende. Je moet weten waar je bent. De vraag moet zijn ‘hoeveel speling heb ik om toch goed uit te komen’. Als het antwoord is ‘geen’, dan is de moeilijkheidsgraad hoog, nauwkeurige kompaskoersen lopen is moeilijk. Veel speling, een ‘met de helling aan de linkerhand, kom ik bij de rivier, als ik die volg kom ik bij de weg’ is altijd uitvoerbaar, ook bij vermoeidheid. |
 |
Klimmen: Schotse heuveltoppen zijn allen minder dan 3 uur van de begane grond verwijderd en zijn, op een stuk of tien na, te beklimmen zonder speciale uitrusting en rotsklimtechniek. Als je echt moet klauteren, dan zit je fout. |
Het uithoren van mensen met meer ervaring (ouwe Schotten) kan veel opleveren. De waarde van verslagen van anderen is betrekkelijk: het weer kan alles op z’n kop zetten, en blinkt de oude Schot uit in understatements, een jonge Engelsman kan schromelijk overdrijven.