De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Soppen langs de NW-kant van Schotland-

Tussen Knoydart en (bijna) Torridon

Door: Ivo Vanmontfort

Ivo Vanmontfort
Ivo Vanmontfort
 Je bent hier:  Home > Gebied / Bergwandelen > Tussen Knoydart en (bijna) Torridon

Ivo Vanmontfort is fervent bergwandelaar. In 2005 richtte hij zijn ogen op Schotland. Hier het verslag, zoals hij elke avond optekende in zijn schrijfblok.

Schotland mei 2005

Dinsdagavond

Voorbereiding
Vorig jaar werden de Schotse Highlands aanbevolen door een toevallige ontmoeting met een wandelaar boven op ‘Scarfell Pike’, Engeland’s hoogste top. Na een mentale opdoffer en mijn heropleving in het tweede deel tijdens mijn toer door het Lake District, wilde ik mezelf opnieuw een uitdaging voorschotelen. Na enkele postings op Hiking.be en Hiking-site.nl te hebben gelezen, was mijn beslissing snel gemaakt. De regio Knoydart zou als startplaats fungeren en dan zo ver noordelijk als de tijd het toeliet. Het ‘Lake District met een plus‘. Een plus voor verlatenheid, regen en veen.

Vrij kamperen in de Highlands...
Vrij kamperen in de Highlands...
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

Met veel enthousiasme ben ik aan het plannen geweest. Alleen op stap of met meerderen, dat was geen punt. Ik had nog wel een uitnodiging geplaatst op een forum. Maar deze was voor potentiële ‘meelopers’ waarschijnlijk heel onaantrekkelijk. Ongastvrij opgesteld en met de nodige voorwaarden. Een hond zou er zelfs niet op gereageerd hebben. Zelf de kans op meelopers tot nul reduceren, zo leek het wel. Maar zo enkele dagen voor het vertrek worden de demonen in mijn hoofd losgelaten. Steeds moet ik mezelf over de drempel helpen en ze op straat zetten.

Reis
De reis met Ryanair ging als vanzelf. Er was wel de nodige argwaan bij de controlepost op de luchthaven. De beveiliging toonde veel interesse voor de pakjes ontbijtmengeling, die ik in mijn handbagage meedroeg om zo de 15 kilogram bagage niet te overschrijden. Wandelschoenen doe ik altijd uit voor ik de poort passeer. Gegarandeerd dat het begint te piepen.

Bij Prestwick Airport (nabij Glasgow) heb ik alvast even rond gekeken hoe ik daar mijn laatste avond door zal brengen. Er is een mooi golfterrein tussen de luchthaven, het spoorstation en de zee. Daar zal dan wel een mooi plekje te vinden zijn voor mijn tentje.

Ik schijn de naam van de streek ‘Morar’, een zakdoek groot, niet goed uit te spreken. De treinconducteur van wie ik mijn kaartje koop lijkt het niet te kennen. Dan maar de kaart erbij gehaald. Tijdens de korte tijd om van het ene station in Glasgow naar het andere te komen, snel wat brandspiritus en een bijna 100% DEET gekocht bij de buitensportwinkel Tiso. DEET is een mengsel om de eerste midges te lijf te gaan.

Daarna begon het site seeing vanachter het raampje. Kleine stationnetjes in de ‘middle of nowhere’ waar de trein even een stop maakt. Een John Cleese type als conducteur. Het ging goed tot Fort William, hoewel de trein al enige tijd de nodige kuren vertoonde. Het licht was uitgevallen, de automatische deuren van de WC werkten niet en het begon al wat kil te worden. Aangedampte ramen. Er werd wat over en weer gepraat in een onbegrijpelijk taaltje. Blijkbaar iets op komst. Een gezelschap stapt uit… Iedereen stapte uit! Ben ik dan de enige die zijn reis verder zet? Het laatste stuk tot Mallaig zou met de bus gebeuren, werd mij duidelijk gemaakt. Ik schiet nog snel mijn wandelschoenen aan en ga naar de bushalte buiten het station. Waar was iedereen gebleven? Om een lang verhaal kort te maken. Ik was alleen achter gebleven! Al de anderen, vrolijk met elkaar, in een bus, verder door het Schotse landschap, terwijl ik mij aan het bezinnen was hoe het verder moest. De volgende trein zou pas tegen 23.00 uur komen. Wat te doen? Een camping opzoeken? Wildkamperen? Waren ze toch zo vriendelijk zeker om deze buitenlander verder te helpen. Scotrail had een taxi voor mij besteld en deze zou me afzetten in Morar. ‘Al-taxi’ reed met een noodgang door het dal, want Al kent zijn weg. Al was hier geboren en getogen. Nog voor het gehucht Glenfinnan passeerde hij de bus. Hij zette mij af aan de kop van Loch Morar. De teller stond op £ 45,-. Veel zal Scotrail die dag niet aan mij verdiend hebben. Maar wat een service, op het onwezenlijke af.

Loch Morar
Hier de tent opzetten is geen optie. Overal bordjes met het vriendelijk verzoek dit niet te doen. Dan maar nog even doorlopen (5 kilometer) tot voorbij het laatste stuk asfalt na Bracorina, om de tent op te zetten op een landtong in Loch Morar. Het was een bewogen dag geweest. Ik was er bij de planning van uitgegaan dat ik mogelijk pas tegen middernacht, met de laatste trein in Morar zou aankomen omwille van het strakke schema van de verschillende opeenvolgende vervoersmiddelen. Maar dit ging wel heel erg snel. Vanochtend nog de deur achter mij gesloten en toch nog op tijd om de zon te zien ondergaan bij Loch Morar.

Loch Morar
Loch Morar
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

Loch Morar zou ook een monster huisvesten, doch ik merkte geen ene rimpel op het water. Wel al mogen kennis maken met de eerste midges van dit jaar. Negeren is het sleutelwoord.

Loch Nevis

Woensdagavond
Zeven uur vijftig plaatselijke tijd. Fluitend onder een stralende zon op pad. Een goed pad met onderweg op enkele landtongen plek voor een klein tentje. Een eerste schapenkadaver bij de ruines van Brinacory. De stank van rottend vlees. Iets wat ik meermaals nog zou ruiken onderweg. Swordland Lodge, hagelwit geschilderd. Voorbij Tarbet was het gedaan met de kermis en kon er overgeschakeld worden op een lagere versnelling. Ongebaand terrein langs Loch Nevis tot bij Sourlies.

Is het nu het best om te lopen langs de eblijn of moet ik het hoger zoeken? Blij dat ik de eerste steile passage via dezelfde eblijn kon vermijden. De enige sporen, buiten aangespoelde afval die ik tegen kwam, waren schapenkeutels. Een tijd gedacht dat door 'denk als een schaap' ik een patroon kon ontwaren om op het pad te blijven. Een verplaatsing in het brein van een schaap als de oplossing voor mijn routebepaling. Helaas, het werkte niet helemaal en het is een combinatie geworden van verschillende systemen. Er is geen schaap wat de gedachte zal krijgen: 'Zal ik vandaag eens naar Sourlies gaan?'. Een systeem, maar nooit zonder hoogtemeters te moeten maken. Best pittig zo zonder pad. Hoog lopen is ondanks het groter aantal hoogtemeters voordelig omdat zo een beter overzicht te maken is over de nog te lopen route. Het land valt hier werkelijk stijl in de zee.


Sourlies bothy
Sourlies bothy

Sourlies bothy
Ruim op tijd, zo rond half drie, was ik bij de bothy in Sourlies. Voorspelling van showers maakte dat ik mij toch maar binnen heb geïnstalleerd. Zo’n drie uur later is het hier al flink aan het vollopen. Wat raadgevingen gekregen van een echte Schotse Schotlandloper en zijn Nederlandstalige vriendin. 'Voor de eerste keer hier? En dan ook nog zo'n tocht uitzetten? ' Ontzag voor mijn plan, maar tegelijk een hoop waarschuwingen dat ik er maar niet te licht over moet doen. Ongebaand terrein en dan met mist opgescheept komen te zitten. Ik zou de eerste niet zijn die in de problemen gekomen is.

Na een eerste weigering, toch nog aan de alcohol gezeten. Een of ander soort whisky en als afsluiter een ‘Glenn’ wodka. Een marketing toevoeging om de verkoop wat op te drijven. De als tegenprestatie aangeboden warme chocolademelk, viel niet in de smaak. Dat bonzende hoofd de volgende dag, heb ik er maar bijgenomen.

Er is hier een opvallend snelle wisselingen van eb en vloed. Een speurtocht naar mosselen gisteravond heeft niets opgeleverd. Dat was onderweg wel anders. Ganse strengen zomaar voor het plukken. Het hout -voornamelijk drijfhout- is inmiddels helemaal opgestookt door mijn gezelschap. Erg dankbaar voor diegene die zich daar onnozel aan heeft zitten sleuren. Zat ik hier alleen, dan zou ik er niet aan denken om de stoof aan te steken. Zo maar voor de gezelligheid alles opstoken, terwijl het bij slecht weer ‘levensnoodzakelijk’ zou kunnen zijn

Buiten, voor de bothy, twee tentjes op het veldje. Binnen sliepen we met zes personen plus hond. Heel zuinig met mijn nieuwe slaapzak. Zijde lakenzak met kap om het ‘vet’ van mijn haren te laten, daar waar het thuis hoort. Dit terwijl mijn buurman samen met een kletsnatte hond onder het dons gaat.

Donderdagavond
Rond acht uur de deur uitgegaan. Om een uur was ik aan de monding van Abhainn Ghrugaig in het Loch an Dubh-Lochain. Om drie uur bij de bothy van Barrisdale, een private hut. Drie pond om binnen te mogen slapen. Stromend water en WC. Niet zo’n bijster gezellige bothy. Om te kamperen op het veldje voor de bothy, betaal je één pond. Ondanks het feit dat het niet helemaal droog is gebleven kijk ik terug op een mooie dag. Het mag duidelijk zijn, de bagger areas zijn begonnen. Carnoch is nog het gemakkelijkst te bereiken lopend langs River Carnach. Een doorsteek maken, de kortste weg, maken levert gegarandeerd natte voeten op. Kamperen is hier verboden.

Massaal veel herten. Blijkbaar niet schuw zo buiten het jachtseizoen. Maar wie van hen houdt de kalender bij? Tot het moment is aangebroken, dat geen mens meer te vertrouwen is. Robin Hood mocht er al eens eentje schieten met zijn pijl en boog.


Hieland coo
Hieland coo

Ik als een speer omhoog naar Mam Meadail. Hoe hoger ik kwam, hoe meer ik mij in de Arliège waande. Mooie gedachte. Sobere bergen van donker graniet. Boven een doorkijk naar de zee met zijn schiereiland Rubha. Gleann Meadail oogde in de eerste fase niet zo aantrekkelijk maar dit veranderde met Inverie River in het zicht . Berk, Els en rotsen met dikke koppen van mos. Schotse Hooglanders die lui in het midden van het pad lagen. Alles redelijk droog gekregen voor de avond viel. Een avondwandeling naar de zee. Volmaakte rust hier bij Barrisdale Bay. Zo met de zee steeds in mijn nabijheid, was het een tocht door een heel gevarieerd landschap. Zeekusten zoals ik ze nog nooit had gezien. Knoydart ('noida' uitgesproken) stelt vooralsnog niet teleur.

Die nacht bleef het constant plenzen.

Vrijdagavond
Kamp gemaakt boven bij Allt a Choire Chaoil. Deze morgen vertrokken om half negen en om rond vier uur hield ik het voor bekeken. Hoewel er een goed begaanbaar pad is naar Kinloch Hourn, verandert het regelmatig van hoogte. Loch Hourn is opgesmukt met enkele eilandjes. Af en toe wat motorbootverkeer. Er zijn een paar grasveldjes, die vlakbij Kinloch Hourn ook de mogelijkheid geven tot bivakkeren. Daarna, langs het water, weinig goede plekken. In het begin, in de diepte, links van het pad de ultieme plek voor een kamp. Grasveldje boven op een rotsplateau. Net buiten bereik van de zee.

Wat een rommel dat een mens kan maken. Overal ligt er wel wat in de tent. Hoe moet dit als ik volgend jaar, een nog aan te kopen, éénpersoonstent mee zal nemen? Qua eten heb ik het goed ingeschat: 150 gram ontbijtpap, twee snickers en een droge koek. Een halve reep druivensuiker onderweg en ’s avonds soep, pasta, chocolademelk en koffie combinatie.

Coire Mhàlagain
Coire Mhàlagain
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

Kinloch Hourn heeft zijn camping bij de brug. Eén pond te betalen bij de boerderij. Steil naar de hoogspanningsmasten over een goed pad. Het pad volgt de contouren van de bergflank. Het is niet de kortste weg, waardoor het allemaal niet erg snel gaat. Het pad kent een plots einde bij de oversteek van de Alt Coire Mhàlagain. Hier nogal wat moeten ploeteren om vanaf de linker flank geleidelijk wat hoogte te maken in de klim naar Bealach Coire Mhàlagain. Terug voor even een goed pad tussen Forcan Ridge en Meallan Odhar (en zo waarschijnlijk verder naar Glen Shiel). Van bovenaf is het niet eenvoudig te zien wat de beste weg is. Steil naar beneden, op eigen inzicht. Het eerste grasveldje heb ik aangeslagen. De regen valt al uren met bakken uit de lucht. Morgen nog een korte afdaling tot aan de kop van Loch Duich.

Zaterdagavond
Gisteren was niet slecht qua stek, maar vandaag zit ik op een ‘toplocatie‘. De route enigszins verkort om de avond -voorzover ik buiten kan zitten in dit wisselende weer- in een prachtig kader door te brengen.

Schaap strategie
Deze morgen in één uur naar Shiel Bridge gelopen. Zoals de kaart al aangaf is het ieder voor zich op het eerste stuk. Niet het minste pad te bespeuren. In zo’n drassige omgeving zal er nooit tot een vergelijk gekomen worden wat de ‘beste’ route is. Het schaap achterna blijkt toch één van de strategieën te zijn die werken.

Gisteren had ik het reeds bemerkt. Dit vreet energie. Niet alleen voor het beendergestel, maar ook voor het hoofd, dat tracht in de overvloed van prikkels aan zijn voeten, de juiste signalen uit te zenden om de schoenen zo weinig mogelijk in contact te laten komen met water. Tot dat het punt komt dat dit geen zin meer heeft, omdat alles toch even nat is. Dan is het moment aangebroken om gewoon stug verder te soppen zonder te moeten nadenken.

Kintail
Bij Shiel Bridge is er één winkeltje en één telefooncel. Gleann Lichd, waar de River Croe doorheen stroomt, moet tot op het eind verkend worden om ervan te kunnen genieten. Het begin oogt niet zo bijster maar gaande weg wordt het plaatje compleet. De twee stroompjes, die samen River Croe vormen, worden overgestoken en dan begint een klim, die geen moment verveelt. Iedere bocht die gemaakt wordt laat weer een ander plaatje zien. Met momenten is het pad zelfs ‘geplaveid’. Heel wat uitlopers van bergruggen komen hier bij elkaar en geven een grillig maar adembenemend mooi prentje. Diep beneden zoekt Allt Grannda zijn weg. Watervallen fleuren het geheel nog verder op.

Vandaag ook voor het eerst een Koekoek gezien. Gehoord had ik hem al iedere dag. Ondanks de enkele toefjes sneeuw op de toppen is het al volop lente. Het lijkt erop dat het weer wat stabieler wordt. Al enkele uren geen regen gehad.

Zondagavond
Een vergissing van één uur. Deze morgen was zeven uur eigenlijk zes uur, dus ruim op tijd terug onderweg. Prachtige staalblauwe lucht. Strak windje. Ideaal weer voor wat vochtverdamping.

Hoe mooi ook het begin, het einde van de dag is enigszins in mineur geëindigd. Gestrand ergens langs de linkerkant van River Elchaig. Veel koeien, schapen en water waar ik nog maar weinig geloof in heb. Vermits ik zelf al vanaf Alltbeithe de waterloop volgde, die zich bij de Falls of Glomach naar beneden liet storten, had ik nog maar weinig vertrouwen in zijn drinkbaarheid. Mijn hoop is gesteld op de blauwe lijnen die noordelijk van Inverinate Forest naar River Elchaig liepen. Bleek dat de meeste beekjes regenwater afvoeren. De indruk dat het meeste water zuidelijk zijn weg zoekt naar Loch Duich.

Five Sistsers of Kintail
Five Sistsers of Kintail
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

Deze morgen fluitend op pad naar Camban bothy. De zolderverdieping is de slaapzaal. Er lag een rugzak, slaapzak met matje. Een pas begonnen nieuw huttenboek, vertelde dat de man vertrokken was om de Five Sisters te beklimmen. Rotzooi op een hoop en hout van de hut zelf dat gebruikt is voor te stoken van de kachel. Het stemt me triest. Tot de brug voor de jeugdherberg was er een duidelijk, redelijk stenig pad. Na de brug voor de rest van de dag voornamelijk zonder pad. Zompig en daarom moeilijk lopen. Aan de kop, toen de meertjes in zicht kwamen, kreeg het dal enkele sterren meer. Ook hier nog sporen van mountainbikes. Uit het veen oude halfverteerde boomstronken. Geef mij toch maar het Schotland terug met bomen. Zou het kunnen dat de Schot zelf, er weinig mee bezig is? Zolang er schapen en herten zijn kan hij goed leven. De Koekoek en andere nestbouwers, die voor hem het voorbereidende werk doen, moeten toch hinder van ondervinden van deze woningschaarste? Kikkers zijn er dan weer in verschillende jasjes.

Gleann Gaorsaic gevolgd via de linkerflank een vijftigtal meter boven het water. Het is hier minder nat als Gleann Gniomhaidh. Door de meertjes en de schaduwwerking op de geërodeerde veenlaag, was dit een mooi hoekje. Ik volgde de bergflank tot het niveau van de beek Allt a Ghlomaich en kwam als vanzelf bij de Falls of Glomach. Alwaar ik een paar flaters achter elkaar heb geslagen. De eerste flater was om te denken dat het pad vlak naast het water naar beneden zou lopen, maar deze liep dood op een uitzichtpunt. Daarna klakkeloos andere terugkerende wandelaars gevolgd. Een flinke zig-zag naar boven, die eenmaal boven verder in zuidwestelijke richting liep. Dan maar naar rechts. Ongebaand de weg naar beneden gezocht, tot ik dood liep op de steiltes van Allt na Laoidhre. In de ogen kijkend van enkele Edelherten, die hier iedereen, behalve een mens, dachten aan te treffen. Werd het dan toch tijd om er de kaart bij te halen. Met enige voorzichtigheid en niet zonder moeite, kon ik afdalend over een bergrug om zo aansluiting vinden met het pad.

Falls of Glomach
Falls of Glomach
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

De rest van het verhaal is gedaan. Leeg geploeterd en natgeregend lig ik hier voor dood op de mat. Nu tegen de avond, met een ondergaande zon ziet het er allemaal al veel vriendelijker uit. Plan voor morgen is om via Glen Ling naar Attadale te gaan, doorlopen tot Strathcarron om dan noordelijk richting Loch Coire Fionnaraich te lopen. Mogelijk staat er halverwege een bothy.

Coire Fionnaraich bothy

Maandagavond
Zes ‘s avond uur in de Coire Fionnaraich bothy. Brandspiritus in de brander, het vuur ontstoken en straks een heerlijk bamigerecht. Het had ook anders kunnen aflopen maar deze jongen zit nu breed glimlachend achter zijn schrijfblok. Het weer is voor hem alles behalve vriendelijk geweest. Regen die met bakken uit de lucht viel, laaghangend wolkendek. Nog net niet in de mist. Hij lacht breed omdat hij in een juweel van een bothy terecht gekomen is. Van oorsprong was dit een jachthut van het landgoed. De Mountain Bothies Association (MBA) onderhoudt nu deze hut. Alleen tussen 1 september en 20 oktober is deze hut gereserveerd door ‘the estate’. Deze keer niet een deels vernielde bothy, vervuild of met bergen afval. Een heuse trap met leuning leidt naar twee grote kamers. Alles mooi afgetimmerd met hout.

Als het weer niet betert, blijf ik hier tot woensdagochtend om dan af te zakken naar Glasgow. Gisteren mijn gift nog boven moeten halen. Midges waren vervelend aanwezig. Geen zucht wind geweest voorbije nacht, veel condens tegen het tentzeil. Bij de boerderij zonder problemen de rivier Elchaig over kunnen steken. Deze keer liep ik voor enige tijd over een uitvinding van de Schot Mac Adam, de uitvinder van het asfalt. Water kunnen aanvullen bij Allt a Ghlas Choire. Eigenlijk dorst geleden deze nacht. Geen chocomelk gisteravond. Geen koffie deze morgen.

De bosjes lieten een rijke begroeiing zien van Lijsterbes, Berk, Els en daaronder verschillende voorjaarsbloeiers. Auto’s zijn niet toegestaan in dit dal. Nog voor Killilan wordt de weg afgesloten voor verkeer.

Nonach Lodge –privéweg enkel voor Nonach- stond er geschreven. Niets van aangetrokken. Even moeten zoeken naar het pad. Ik zat te hoog op de berg. Vermoedelijk begint het pad tussen het huis en de schuur of nog voor de woning via het hek? Anders als op de kaart, loopt er nu een hoogspanningslijn richting Attadale. Ik heb de –naar oriëntatie- gemakkelijkere rechtse route gevolgd over een steeds duidelijk herkenbaar pad. Vanaf Carn Allt na Bradh over een lelijk geërodeerd bospad. Landschappelijk moet het geheel een beetje inboeten aan schoonheid. Bij Attadale house is een siertuin die desgewenst bezichtigd kan worden. In het wachthokje van halte Attadale even overleg gepleegd met mezelf. Alle bergen zitten dicht. Het regent voor de verandering nog maar eens pijpenstelen. Veel alternatieven zijn er niet. Heel even werd de poort geopend van een kinderlijke ervaring. ‘Naar mama bellen dat ze me moet komen halen.’ Het enige alternatief, voor deze inmiddels grote jongen, is doorlopen. Er kan een klein stuk afgesneden worden, door het pad net voorbij de brug over River Carron te nemen maar om de snelheid erin te houden ben ik over asfalt blijven lopen.

River Fionn Abhainn bij slecht weer

Ondanks de regen oogt Fionn Abhainn mooi. Het is gokken op een hut of hopen op een vlak plekje voor de tent. Ik zou pas naar dit laatste gaan uitkijken als ik voorbij het bouwsel ben dat aangegeven staat op de kaart. Het leek me bijna ondoenbaar om nog een droog stuk te vinden. Ik wil diegene die zweert bij een tarp wel eens spreken in deze omstandigheden.

Dinsdagavond
Ik heb me op deze laatste dag nog best vermaakt. Deze morgen alles ingepakt met toch in het achterhoofd hier nog een laatste nacht te blijven. Dagje omgeving verkennen. Eindje lopen naar Loch Coire Lair, wat het oorspronkelijke plan was (om dan beneden het dal bij Achnashellach aansluiting te vinden met de lijn naar Inverness).

Torridon, de zee, zijn eilanden in het vizier vanaf Craeg na h-Airigh-fraoich. Spijtig dat het weer niet heel helder is. Allemaal duidelijke paden. Hier zijn heel wat mogelijkheden om de dag door te brengen. Muisstil was het bij de meertjes tussen twee colletjes bij Bealach Ban, met beneden Glen Torridon. De natuur in al haar glorie. Hier kom ik volgend jaar terug om mijn tocht verder noordwaarts te zetten. Vandaag, toen ik tegen de avond op een stoeltje, voor de hut zat heb ik enkele daguitstappers op hun terugweg gezien. Waarschijnlijk mensen die de 933 meter hoge Maol Chean-dearg zijn gaan bewandelen/beklimmen. Eigenlijk spijtig dat ik niet mijn eerste Munro heb beklommen. Hij lag zomaar bij de voordeur.

Van kop tot teen gewassen. Grootste slijk van schoenen en gamaschen gehaald en mijn broek uitgewassen. Ze hangt te drogen in de zon.

Morgen wordt het reizen. Tegen twaalf uur moet ik in Strathcarron zijn voor de trein naar Inverness. Overstappen in Perth zo richting Glasgow waar ik tegen de avond aan zal komen. Zo sponsor ik toch Scotrail voor hun taxi geste en hoef ik op dit moment niet in Kyle of Lochalsh rondhangen om morgen -het alternatief- de Citylink-bus naar Glasgow te nemen. Dan toch liever de stoel voor deze hut. Maar bitter weinig momenten gehad, dat ik het heb verwenst heb om onderweg te zijn. Gisteren was het landschappelijk een mindere dag. Mocht ik het over doen zou ik zeker Attadale mijden door Glen Ling verder door te lopen om via Attadale Forest naar Strathcarron te gaan, of na de Falls of Glomach noordelijk door Killilan Forest naar bijvoorbeed de Maol-bhuidhe bothy te lopen.

Aan de fysiek heeft het niet gelegen. De schoenen waren nat, doch er stond geen water in. Gamaschen onder de broek, als eerste laag houden ze de regen buiten de schoenen als het water langs mijn benen loopt. Omgekeerd is dat niet het geval. Het spaart een regenbroek uit. Heidestruiken maken het in dit dal bijna onmogelijk om een kampplaats te vinden. Dat één persoonstentje wordt zeker een volgende aankoop. Qua kledij zit ik op het minimum wat eten betreft begint er zich een standaard te ontwikkelen. Veel meer in plastiek verpakt dan in allerhande potjes. Spaart weer wat grammen. Het begin van zwemband op de heupen is verdwenen. Enig coördinatievermogen en kompaskennis is hier toch wel nodig. Zit je opgezadeld met mist dan loop je hier prompt verloren. Er is te weinig volk om raad te vragen.

Woensdagavond
Deze morgen om drie uur even opgestaan. Sfeer opsnuiven op dit ochtendlijke uur. Het was al niet geheel donker meer. De Koekoek, hees geroepen, is niet erg toonvast meer. Klonk zo iets als koe-euk. De indruk dat ze steeds in concurrentie zijn met andere kleinere vogels, die als het er blijkbaar op aankomt toch best hun ei willen uitbroeden.

Deze keer wel het pad genomen dat langs River Carron in een boog rond New Kelso loopt. Net voor de brug, verscholen tussen hoge brem, bij malse grasveldjes duidelijke sporen van bivak activiteit.

Fionn Gleann
Fionn Gleann
(Foto: Ivo Vanmontfort ©)

Terugreis
Een miezerige regen, loodrecht naar beneden. Het weer staat stil, geen wind maar de wolken zwaar. Een beetje zwoel tijdens de afdaling. Strathcarron: één van de stations waar er nooit iets schijnt te gebeuren. Een postkantoor en een winkeltje en een trein die mij terug naar huis zal brengen. De volgende keer moet ik het slot beter plannen, of alternatieven zoeken om de reistijd in te korten. Twee reisdagen om terug thuis te zijn. Veel te lang naar mijn goesting. Scotrail wil niet aan mij verdienen, slechts £ 25.80 voor een treinkaartje naar Prestwick. Ik dacht dat enkel voor de dag van de vliegreis zelf er korting wordt gegeven, doch zijn computertje op de trein accepteert bestemming ‘Prestwick’ niet anders. Het vervoer is goed geregeld. Treinen wachten op elkaar. Van Inverness naar Edinburgh met overstap in Perth. Het Schotse landschap mag niet te uitgestrekt zijn. Dan wordt, als het weer niet meezit, het te desolaat voor mij.

Het lijkt alsof de lammetjes onderweg er de stemming in willen houden. Als een gek door elkaar rennend als de zoveelste trein voorbij komt. Iemand van de Mormoonse geloofsgemeenschap voor mij. Ik zie hem vanaf de rug. Hij laat veel betekent een geeuw als hij een eerste blik werpt op zijn bijbel.

Als de avond al in de lucht hangt, kom ik aan bij de luchthaven van Prestwick. Rotweer, terwijl er op het golfterrein nog volop balletjes worden geslagen. Zo vanaf de brug over het spoor lijkt het mij minder evident om er te bivakkeren. Campings zijn er niet in Prestwick. Ik word geadviseerd om naar het caravanpark te gaan op de weg richting Glasgow. Er valt misschien daar iets te regelen. Het werd een gratis overnachting in mijn tentje op een grasveldje voor het sanitaire blok, waar ik zelfs gebruik van mocht maken. De sleutel morgenochtend gewoon in de brievenbus van het kantoortje steken.

Donderdagochtend
Stijlvroeg trekken de eerste vliegtuigen boven mijn hoofd zich op gang. Ik kan naar huis. Volgend jaar tot de kop van Schotland?

Ivo


 

Meer informatie
Deze tocht is mede geinspireerd op het verhaal van Paul Hesp Hemel & Hel: Een tocht door Schotlands ‘Rough Bounds' en de routebeschrijving Trektocht door de Northwest Highlands.
Hemel & Hel ...
Trektocht door de Northwest Highlands...

Van Knoydart en Torridon zijn aparte gebiedsbeschrijvingen voor buitensporters opgenomen.
Knoydart...
Torridon...

Op de website van de Mountain Bothies Association vind je meer informatie over deze uniek gelegen en primitieve onderkomens. Maar let wel: de locatie is niet officieel bekend.
Mountain Bothies Association...

Dit artikel is ook verschenen op Hiking-site.nl, waar je nog veel meer foto's aantreft.
Hiking-site.nl...
Foto's van Ivo Vanmontfort...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl