|
Ceann Caol na Glas-Bheinne
We lopen door tot Meanach Bothy. Bothies zijn kleine schuilhutjes die her en der verspreid in de Highlands staan. De gebouwtjes zijn vaak eigendom van de landeigenaar, maar worden onderhouden door een aparte organisatie, de Mountain Bothies Association (MBA). In ruil voor het onderhoud kunnen wandelaars en klimmers gratis gebruik maken van de hutjes. We eten borrelnootjes en koken soep in de deuropening. In het zuiden komt de maan op boven een heuvel met de tot de verbeelding sprekende naam Ceann Caol na Glas-Bheinne.
'Kijk, een herder en een hond', wijst Roos als we de volgende ochtend verder lopen. Drie herders en zeven honden zijn bezig een kudde schapen bij elkaar te drijven. Ze komen voor ons op het pad terecht. De herders schreeuwen onverstaanbare commando's en blazen op fluitjes met een schril hoog geluid. De honden lijken onvermoeibaar. Ze rennen helling op, helling af, sprinten rondjes om de kudde. Na een tijdje komen we bij een vervallen huis waar de herders zitten te lunchen. De honden liggen buiten op het gras te slapen. Als we langs lopen begint er een vervaarlijk diep te grommen.
Het is niet gemakkelijk je te concentreren op een stafkaart als achter je rug een hond staat te grommen. Volgens de kaart hadden we aan de rand van Loch Treig moeten staan, bij een brug. De oever ligt alleen nog vijfhonderd meter verder en de brug ligt tweehonderd meter achter ons. 'En die zijrivier dan?' 'Die hoort hier ook niet te stromen.' Door de lage waterstand is het meer een stuk kleiner dan op de kaart. We kunnen kiezen tussen doorlopen en een stukje terug gaan. 'Ik ben niet zo voor omkeren', mompelt Roos. Ik ook niet. Uiteindelijk trekken we onze sandalen aan, rollen onze broekspijpen op en lopen dwars door de rivier. Aan de andere oever zien we een rotsbassin dat wordt gevoed door een kleine waterval. Zwemmen dus. We plonzen in het koude water en laten ons rustig drogen in de zon. Normaal ligt deze plek tien meter onder de waterspiegel. 's Middags komen we langs Corrour Station, waar een paar scènes uit de film Trainspotting zijn opgenomen. 'Meals, drinks & provisions with a warm and friendly welcome' staat er op een bordje. We kijken elkaar aan. 'Euhh...' Het is maar vijfhonderd meter. Aan onze andere kant ligt nog een verleiding: Corrour Youth Hostel. 'Euhh...' We laten beide links liggen en prikken 's avonds onze tent op een droomplekje aan de oever van Loch Ossian. Aan drie kanten zijn we omgeven door water, terwijl een zacht briesje van het loch de midges weghoudt. Roos klimt op een rots en zingt Mozart. Ik ga naast haar zitten, kijk over het water en zeg niets.
Over een karrenspoor voert de route richting Ben Alder, de meest afgelegen Munro. Het spoor verandert in een smal pad, dat op zijn beurt helemaal verdwijnt. Tussen kniehoge heideplanten banen we ons een weg. Om langs Ben Alder te komen, moeten we door een pas. Om ons heen vormen dreigende rotswanden een amfitheater. Wolkenflarden jagen langs de hellingen. De zon schijnt, het regent, mist en waait. Allemaal tegelijk. Als we aan het eind van de dag bij Culra Bothy zitten, kleurt de zon de wolken boven de berg oranje en roze. Jammer dat het nu windstil is. In de deuropening pruttelt de tortellini. Roos kijkt op de kaart en zingt stukken van Sweelinck. Ik zing Tom Waits voor haar. We slapen op een betonnen vloer die in de loop van de nacht steeds harder wordt.
Dalwhinnie
Dalwhinnie is het enige dorpje op onze route. Als twee verzopen katten vallen we binnen in het plaatselijk restaurant, tevens pub. We drinken eerst dampende chocolademelk en daarna bier. 'Now that you' ve refuelled yourself', vraagt de menukaart, 'What about your vehicle? Visit Daiwhinnie Garage'.
Rond het dorpje verandert het landschap. De berghellingen om ons heen worden steiler en zijn begroeid met een dikke laag heide die langzaam in bloei komt. We komen ineens ook veel meer dieren tegen. De eerste paar kilometer na het dorp zien we minstens twintig korhoenders uit de heide tevoorschijn komen. Tijdens de lunch springen forellen uit het water en drie reeën schieten vlak voor onze neus over het pad. Dat is meer dan de hele vorige week bij elkaar. De rest van de middag vliegen links en rechts vogels op als we langslopen. Glak, glak, glak, klinkt het verontwaardigd uit de struiken. Roos zingt oude Franse liedjes met recepten op rijm.
Voor de tweede keer maken we een doorsteek op het kompas. Het is mogelijk om de hele route van Fort William naar Aviemore te lopen over bestaande paden, met uitzondering van twee korte stukken. De eerste keer, op de flanken van Ben Alder, konden we het pad waar we heen liepen al zien liggen. Nu zitten we op een kleine hoogvlakte met net voldoende glooiing om niet te zien waar we heen gaan. Met het kompas in de hand lopen we tussen gras, beekjes en modderpoelen. Aan de rand van de vlakte kijken we uit over een aantal gletsjerdalen. Watervalletjes storten zich omlaag langs steile rotswanden. Een groepje herten scharrelt beneden in de zon.
Midgesfabriek
Onze route loopt door een aantal verlaten glens. In de volgende twee dagen komen we één landhuis tegen, drie geparkeerde Landrovers, twee andere wandelaars en de ruïnes van een paar kleine boerderijtjes. Als na twee dagen de wind gaat liggen, weet ik ook waarom het hier verlaten is. Hier staat de midgesfabriek. Hier zijn de midges uitgevonden en worden ze nog steeds op grote schaal geproduceerd. Als ik de tent opzet, kruipen ze met honderden tegelijk over mijn handen, door m'n haren, over m'n gezicht. Als een dikke zwarte laag zitten ze op het tentdoek. Ik zou ze er met een lepel af kunnen schrapen. Dit is erger dan Skye of Torridon, twee beruchte plaatsen in Schotland als het op midges aankomt. Als ik 's avonds zit te schrijven, smelt mijn balpen door de muggenolie op m'n handen. Sterk spul.
De volgende dag moeten we knopen doorhakken. Op een kruispunt kunnen we kiezen: links naar Corrour Bothy of rechts naar de jeugdherberg in Linn of Dee. De regen komt met bakken uit de lucht. We dromen van haardvuur, dekbed en droge sokken. 'Euhh...' Uiterst voldaan, maar kletsnat, staan we 's avonds voor de bothy. We zijn niet de enigen. We delen het hutje met twee Nederlanders en een Schot. Twee Duitse jongens hebben voor de bothy hun tentje opgezet.
Harry Potter
We besluiten een rustdag te houden. Als iedereen 's ochtends vertrokken is, draaien wij ons nog eens om. De rest van de dag hangen we een beetje in en om de hut. Roos heeft in een kast de bijbel gevonden ('net een echt hotel') en zit te lezen in Mattheus. Ik maak een praatje met een paar voorbijgangers, zit gebogen over de landkaart, neem eens een foto en lees de hele middag voor uit Harry Potter.
In de stromende regen vertrekken we de volgende dag uit de bothy. Onderweg komen we twee oude dames tegen, minstens zeventig jaar oud. 'I hate to tell you', zegt de één. Ze wijst in de richting waar ze vandaan komt, 'you 'll be traveiling into midge infested territory'. Ze zijn bezig alle Munros te beklimmen. Nog vijf te gaan. De eerste dame wijst naar haar hond, die vrolijk op en neer rent. 'You'd think he should know by now to save his energy.'
Kolkende stroom
's Middags staan we aan de oever van wat normaal waarschijnlijk niet meer dan een kabbelend beekje is. De aanhoudende regen heeft het veranderd in een woest kolkende rivier. Ik staar naar de watermassa voor me. Naast me schudt Roos haar hoofd. Niet te doen. De stenen liggen net te ver uit elkaar om te springen en als je uitglijdt ga je kopje onder, de bodem van de stroom is niet te zien. Ruim een half uur lopen we op en neer langs de oever, op zoek naar een oversteekplaats. Nergens. Uiteindelijk besluiten we om de stroom door te waden op een plek die er minder woest uitziet.
Met Heel Erg Koude Voeten gaan we verder. Omdat we de hele dag nergens konden zitten door de midges, zijn we behoorlijk vroeg in de volgende bothy, de Hutchison Memorial Hut. Het hutje is niet groter dan drie bij drie meter. Op de muur zit een koperen plaquette met een paar dichtregels.
| |
'So I will build my altar in the fields,' |
|
| |
'And the blue sky my fretted dome shall be,' |
|
| |
'And the sweet fragrance that the wild flower yields,' |
|
| |
'Shall be the incense I will yield to thee.' |
|
|