|
Columba, Sint of soldaat?
Iona speelt al in de vroege geschiedenis van het westerse christendom een belangrijke rol. In 563 verliet de monnik Columba met twaalf gezellen zijn vaderland Ierland voor een pelgrimsreis. Eigenlijk was Columba verbannen. Aan zijn zwaard had te veel bloed gekleefd. Hij moest ergens heen waar hij Ierland niet meer kon zien. Het gezelschap landde met een klein bootje op de zuidkust van Iona. Hier, op het 'Eiland van de druïden', zoals het toen te boek stond, stichtte Columba een Keltisch klooster.
Kerstening
Het Iona-klooster werd een centrum van ongeveer 150 monniken. Ze leefden van landbouw en visserij, hielden zich bezig met het overschrijven van evangeliën en psalmen en trokken rond om het evangelie te verspreiden in Schotland en Noord-Engeland. Door de inspanningen van deze Keltische missionarissen werden er in de 5e en 6e eeuw een veertigtal kloosters gesticht. Daarmee verschoof het spirituele centrum van Iona uiteindelijk naar het Holy Island in Noord-Engeland. Holy Island -nabij Newcastle- werd, op zijn beurt, het uitgangspunt voor de missionering in de Lage Landen. Met het Iona-klooster liep het uiteindelijk slecht af. De Vikingen maakten in de 9e eeuw met hun invallen en moordpartijen een einde aan de bloeiperiode. De overgebleven monniken keerden uiteindelijk terug naar Ierland.
Keltisch christendom
Columba en de zijnen hielden zich op aan de randen van Europa: Noord-Engeland, Schotland, Ierland. De Keltische spiritualiteit is daardoor niet onder invloed gekomen van de Westers-Romeinse traditie in de christelijke kerk. De Romeinen zaten weliswaar in Engeland, maar op de buitengebieden hadden ze geen inmiddels geen grip. Zo kon daar een kerkvorm bewaard blijven, die elders niet werd geaccepteerd. Zoals bijvoorbeeld het ontbreken van hiërarchische verhoudingen. Een ander typisch Keltisch kenmerk is dat de missionarissen uitgingen van wat er al was. Heidense invloeden wilden ze niet uitbannen. Ze hielden er een milde vorm van missie op na. De druïden vereerden de zon en dat was goed te verenigen met de Keltische en bijbelse aanbidding van het scheppingslicht.
|