|
|
|
|
|
Schotland is een van de weinige landen in Europa waar nog op grote schaal grootgrondbezit voorkomt. De helft van Schotland is in handen van zeshonderd eigenaars. Zonder toestemming van de eigenaar mag er niets gebeuren op hun land. Geen wonder dat het doorvoeren van een landhervorming een van de prioriteiten is van het pas geïnstalleerde parlement. De Land Reform Bill moet eindelijk de feodale macht van de grootgrondbezitters aan banden leggen. Met Zuid-Spanje en Portugal is Schotland een van de weinige gebieden in Europa waar grote landeigenaren nog een stempel kunnen drukken op de ontwikkeling van de streek. In essentie is er nog een feodaal grondbezit, dat onder de kapitalistische verhoudingen vaak een anoniem en speculatief karakter heeft. Het grondbezit is bovendien sterk geconcentreerd: de helft van Schotland is in handen van minder dan zeshonderd eigenaars. In de Hooglanden is de concentratie van het eigendom nog sterker. De nieuwe Land Reform Bill moet hier verandering in brengen. Hierin krijgen de boeren die het land van de grootgrondbezitters bewerken (de crofters) het recht om samen met anderen uit de gemeenschap hun land te kopen. Over de ontwerpwet heeft afgelopen jaar een maatschappelijke consultatie plaatsgevonden. Er kwamen ruim 3.500 reacties. De crofters vrezen dat door details in de wet het in praktijk moeilijker wordt land te verwerven. Veel opponenten (grootgrondbezitters, natuurbeschermers) vinden dat wandelaars te veel vrijheden krijgen met het ‘right to roam’ principe dat vrijwel elk gebied, ook privé-eigendom, openstelt voor wandelaars. Zelfs wandelclubs zijn tegen, omdat de wet te grof is en door iedereen op zijn eigen manier opgevat kan worden. De eigenaar van Skibo Castle maakte dit duidelijk door te stellen dat als de wet van kracht was de bruiloft van Madonna en Guy Ritchie op zijn landgoed voor iedereen toegankelijk zou zijn. Anderzijds is het toerisme een belangrijke bron van inkomsten voor Schotland, waarmee het parlement wel rekening moet houden. De resultaten van deze inspraakronde worden nu verwerkt in een nieuwe versie van de wet die eind 2001 zal zijn voorgelegd aan het Schotse parlement.
Korhoenderjacht
Al deze veranderingen leidden ertoe dat het land steeds minder bevolkt werd. De werkgelegenheid nam voortdurend af en de vrijkomende huizen werden niet opnieuw verhuurd (behalve als vakantieverblijf). Ook werd het land kaalgevreten door schapen en herten die in zo groot mogelijke aantallen werden gehouden. De graasdruk is daardoor ver boven het ecologisch verantwoorde niveau gekomen, waardoor de natuurlijke vegetatie en de regeneratie van de overgebleven bossen onder druk staat. In de centrale Hooglanden is vooral de korhoenderjacht van belang. Voor deze vogels wordt een open heidegebied instandgehouden. Veel land is in de loop der jaren in bezit gekomen van consortia en beleggingsmaatschappijen. Voor deze eigenaren geldt nog sterker dat het vooral gaat om het rendement op de lange termijn en minder om de jaarlijkse exploitatieresultaten. Hun belangstelling voor het instandhouden van enige werkgelegenheid in landbouw, bosbouw of toerisme is nog geringer dan bij de particuliere eigenaren. De invloed van de landeigenaar is groot. Wil hij investeren in zijn bezit, dan levert dat werk voor de bevolking op; wil hij dat niet dan dreigt ontvolking. Heeft hij geld nodig, dan kan hij de veestapel van zijn boerderijen verkopen, het hout uit zijn bossen, de woningen op zijn land of de rechten die hij bezit op de delfstoffen, de visserij of de jacht. Zo’n besluit kan grote invloed hebben op het leven van de bevolking in de kleine plattelandsgemeenschappen. Ook de plaatselijke overheid is van de medewerking van de grondbezitter afhankelijk. Wanneer zij een nieuwbouwwijkje wil plannen, zelfs als ze een parkeerterrein wil aanleggen of een weg wil verbreden moet zij onderhandelen met de grondeigenaar. Iedere Schot kent de voorbeelden van landeigenaren die door hun weigering om mee te werken belangrijke ontwikkelingen tegenhielden.
Militaire operaties Twee ontwikkelingen leidden er in de vorige eeuw toe dat het gebrek aan grond als steeds nijpender werd ervaren. Ten eerste was er in veel gebieden een toenemende belangstelling voor het pachten van een croft, soms door de kinderen van croftersgezinnen, vaak ook door buitenstaanders die de hectische samenleving elders wilden ontvluchten. Ten tweede groeide de behoefte aan niet-agrarische werkzaamheden. In de meeste gevallen was het inkomen uit de croft niet meer dan een aanvulling op het hoofdinkomen dat met andere werkzaamheden verdiend moest worden. Het probleem was dat daar geen ruimte voor was. De enige die daarvoor kon zorgen was de landeigenaar. Die moest toestemming geven om zijn meer of zijn zeearm te gebruiken voor mossel- of viskwekerijen en om wegen en bedrijfsgebouwen op zijn land aan te leggen. Diversificatie in de richting van de bosbouw was lange tijd onmogelijk omdat bomen wettelijk eigendom van de landeigenaar waren. Ook voor toeristische ontwikkelingsplannen en voor projecten op het terrein van natuurbouw en natuurbehoud stuitte men vaak op de feodale rechten van de landeigenaar.
Gemeenschappelijk grondeigendom De eersten die deze ideeën in praktijk probeerden te brengen, waren de crofters van Assynt. Na het faillissement van de landeigenaar kwam in 1992 de North Lochinver Estate op de markt. De crofters vreesden dat hun crofts en de gemeenschappelijke weidegronden over een aantal eigenaren verdeeld zouden worden. Zij zagen kans om andere kopers af te schrikken door te dreigen alle croftland van het landgoed op te kopen, wisten op basis van een management- en businessplan voldoende kapitaal aan te trekken, en eind 1992 werd de Assynt Crofters’ Trust eigenaar van de Estate. Het enthousiasme van deze groep en de juridische ervaring die er was opgedaan, inspireerden anderen tot navolging. Binnen enkele jaren werden nog vijf andere landgoederen - soms met medewerking van de voormalige eigenaar - gemeenschappelijk bezit (zie kaart). Het oude Keltische idee dat het land behoort aan wie er woont en werkt herleefde. De Schotse landeigendomsverhoudingen waren steeds vaker onderwerp van debat en publicaties.
De Labourregering die in 1997 aan de macht kwam, instrueerde ook de Highlands and Islands Enterprise (de opvolger van de Highlands and Islands Development Board) actiever op te treden op de landmarkt. Dit resulteerde onder ander in de aankoop van Orbost (Skye) en Abriachan (aan Loch Ness) ten behoeve van de bevolking. De Highlands and Islands Enterprise richtte ook een land unit op die landaankoop juridisch kon ondersteunen en leningen voor de aankoop kon verstrekken.
Land Reform Bill Al zal niet ieder plattelandsgemeenschap in Schotland haar eigen land willen kopen, voor veel marginale croftersgemeenschappen biedt het eigendom van het gebied de kans om zelf veel kleine veranderingen door te voeren, die samen het economische en sociale klimaat kunnen verbeteren. Daarnaast ziet men vooral in de Gaidhealtachd (het gebied waar nog veel Gaelic wordt gesproken in het westen van Schotland) deze wet als het herstel van een oud recht, dat met het verdwijnen van het clan-systeem teloorging. Op den duur hoopt men zelfs de mogelijkheid te krijgen de ontvolkte deer-forests in het binnenland weer te gaan bewonen. Een goed beheer van deze verwilderde gebieden kan een grotere diversiteit en herstel van het landschap bevorderen. Maar ook als het wetsvoorstel zonder grote wijzigingen wordt aangenomen, zal het nog wel jaren duren voor de veranderingen op het uitgestrekte Schotse platteland buitenstaanders zullen opvallen.
|
|
|
|