De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Een tocht door Schotlands ‘Rough Bounds’-

Hemel & Hel

Door: Paul Hesp

 
 Je bent hier:  Home > Gebied / Routes > Knoydart > Hemel & Hel

De westrand van Schotland heeft een woeste grandeur. Bergen uit kindertekeningen omzomen baaien waar storm en zon elkaar binnen het uur afwisselen. Maar de gigantische leegte is geen natuurlijke wildernis. Schaapskarkassen markeren het einde van een destructief economisch systeem.

Glenelg & Gleann Beag
Glenelg is een slaperig dorp met een inn, een kruidenierswinkel annex postkantoor en de onvermijdelijke pottenbakker. Aan de Sound of Sleat de ruïne van een achttiende-eeuwse kazerne, gebouwd om de Hooglanders eronder te houden; over het water blinken de huisjes van Kylerhea op Skye. Door Gleann Beag loop ik de bergen in, langs de restanten van twee brochs, weertorens uit het IJzeren Tijdperk. Ze waren oorspronkelijk een meter of vijftien hoog en hadden dubbele muren, bij elkaar gehouden door grote platte stenen die ook als trap dienst deden. Ineens realiseer ik me dat ik een foto uit John Hillaby’s Journey Through Britain binnengelopen ben. Hillaby noemde zich pessimistisch een van de laatste lange-afstandswandelaars. Dat was in 1968; vijftien jaar later maakte men zich op Britse lange-afstandspaden ernstig zorgen over erosie.

Laat in de middag vind ik aan een beek een elzenbosje met een pracht grasmat voor de tent. Als de avond valt verdwijnen de bergen onder een grijs donsdek dat ook alle geluid lijkt te smoren. Een lawaaierig door het water plassende hertenkudde verstoort ‘s nachts de absolute stilte; als ik mijn hoofd buiten de tent steek gaan ze er schor brullend vandoor.

Een pot thee
Een dag kale moors; hier en daar ligt langs het oude veedrijverspad naar Kinlochhourn een dood schaap te stinken. De doorsnee boer in de Hooglanden verdiende in 1999 aan zijn schapen netto zo’n negenduizend gulden. Het gros van de boeren zit uiteraard onder die doorsnee. Waarom zou je dan verdoolde schapen zoeken? Rekken vullen in de supermarkt betaalt beter, en daar blijf je droog en warm. Onder de berg Sgurr na Sgine prik ik de tent neer. Vanaf de top zie ik rotscoulissen in alle tinten grijs, zover het oog reikt; ergens in de diepte roept een koekkoek.

De volgende ochtend bereik ik Kinlochhourn, een gehucht aan de kop van Loch Hourn, de ‘helse baai’. Het telt drie huizen, een boerderij en een landhuis met een magisch, verwilderd park. Imposante dennen en eiken, grillige berken, lijsterbessen en elzen herinneren je eraan dat dit land van nature geen heiwoestijn is. In de boerderij is volgens Mick, een oud-mijnwerker die Knoydart als zijn achtertuin beschouwt en me per brief een complete reisgids gestuurd heeft, een soort café. Het blijkt gesloten op last van een Dorknoper die meende dat het drinkwater uit de beek niet aan de horeca-eisen voldeed. Ik drink al vele jaren Schots veenwater zonder kwade gevolgen, en zeg dus direct ‘ja’ als mevrouw Potter me vraagt of ik misschien toch thee wil. De pot wordt vergezeld door eigengemaakte scones, jam en op het barbaarse Continent niet verkrijgbare lemon curd. Daar zeg ik ook maar ja tegen. Anderhalve pond zwaarder en lichter vervolg ik mijn weg.


Link naar overzichtskaart van Knoydart e.o.
Link naar overzichtskaart van Knoydart e.o.

Van Kinlochhourn loopt een oud pad naar Inverie dwars door Knoydart. Hier ben je in de ‘Rough Bounds’ van de Hooglanden, een woest randgebied waar alleen rond Inverie een paar kilometer verharde weg te vinden zijn. Alle griezelverhalen ten spijt, is de doorsteek langs dit pad bijna een zondagswandeling. Zelfs de knutjes (midges) steken nauwelijks als ik die avond mijn tent bij de bothy van Barrisdale opsla.

In de Old Forge

‘The Forge’ in Inverie is ‘the most remote pub in Britain’, als je even vergeet dat het voetveer naar Mallaig voor de deur aanlegt. Maar je kunt er niet per auto komen, zodat het zicht op Loch Nevis, de ‘hemelse baai’, niet door geparkeerd blik verpest wordt. De sfeer van een oud visserhaventje is nog voelbaar, en binnen is er ook volop sfeer. Iedere wandelaar en sportvisser in Knoydart legt hier aan, en dat zijn er ‘s zomers aardig wat: Knoydart heeft 60 inwoners en per jaar 4000 toeristen. Mick had hier een paar pinten voor me ‘gereserveerd’ voor het geval hij er niet zou zijn. Hij was er niet. Helaas werd de tap die dag beheerd door import uit Mallaig; nooit van Mick gehoord. ‘Mick who?’ ‘Well, you know, Mick...’ Op dit kritische punt liet mijn notoir slechte geheugen voor namen me natuurlijk in de steek, dus ik moest zelf voor mijn drankjes opdraaien. De vis uit Inverie Bay en de patat - èchte aardappelen - maakten veel goed.

Buiten aan de kade staat een kleine gedenksteen voor de Zeven Mannen van Knoydart. In 1948 bezetten zeven pachters een deel van Knoydart. Het gebied was toen eigendom van Lord Brocket, een bewonderaar van Hitler en een grootgrondbezitter van het soort dat honderd jaar eerder Knoydart in een woestenij veranderde (zie kadertekst). De landbezetters verloren hun zaak, maar Brocket had er geen lol meer in. Vanaf de jaren vijftig volgde de ene eigenaar na de andere. De laatste, volgens een rechter ‘ongeschikt voor het leiden van een bedrijf’, ging in 1998 failliet. Toen namen enkele natuurbeschermingsorganisaties het initiatief grote delen van Knoydart op te kopen. De Knoydart Foundation, waarin ze samenwerken, combineert natuurbescherming met initiatieven om de economie van het gebied een gezondere basis te geven door het stimuleren van kleine bedrijven, ‘zacht’ toerisme en bosbouw op basis van inheemse boomsoorten.

Airor op Knoydart
Airor op Knoydart
(Foto: Paul Hesp ©)

Te voet over de oceaan
Ik overnacht in een bunkhouse in een voormalige boerderij. Ik verwacht roestige stapelbedden met vlekkerige matrassen maar vind een keurige vierpersoonskamer, een smetteloze keuken en een zeer Britse zitkamer. Het etablissement wordt gerund door mijnheer Trussell, die ik ergens tussen officier buiten dienst en hoog ambtenaar met vervroegd pensioen situeer. Van hier uit wil ik een paar dagen het westen van Knoydart exploreren, maar mijn eten is op, de kruidenierswinkel in Inverie is wijlen en de eerstvolgende boot naar Mallaig gaat pas overmorgen. Uit mevrouw Trussell’s keukenkast vul ik mijn proviand aan met haverkoekjes en een stuk kaas; daarmee kan ik tenminste het eindpunt van de tocht, Morar aan de spoorlijn naar Fort William, halen.


Link naar de beschrijving van  Meall Buidhe op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Meall Buidhe op MunroMagic.com

Volgens Mick moét ik het panorama vanaf Sgurr na Ciche aan de kop van Loch Nevis (de ‘hemelse baai’) gaan zien, maar na een schitterende start begint het de volgende middag dicht te trekken. Om niet alles te missen beklim ik Meall Buidhe, een Munro die dichter bij de route ligt, en dwaal onder een gigantische hemel over het topplateau; in het oosten verdwijnen de duivelshoorns van Sgurr na Ciche en Garbh Cioch Mhór al in de wolken. De kop van Loch Nevis bereik ik bij laag tij. Van hier wil ik via de rug van het schiereiland North Morar naar Tarbet, waar een pad naar het dorp Morar begint. Ik snij een kilometer af over bijna droogliggende zandplaten - te voet over de Atlantische Oceaan. Vlak voor de overkant gaat het water toch nog over mijn dienstlaarzen heen. ‘Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?’

De zich samenpakkende wolken doen me afzien van een klim naar de rug. Er loopt langs de oever een spoor – een schapenspoor, naar de stinkende karkassen de oordelen. Maar ik zie ook een paar keer een afdruk van een damesschoen, het soort dat verstandige meisjes naar kantoor dragen. Hoe ze hier doorgekomen is blijft me een raadsel: het kost me een uur over rotsblokken, door borsthoge varens en kniehoge hei om een vlak plekje voor de tent te vinden.

Miniavontuur
De slaap wordt een paar keer verstoord door hard gekletter op het tentzeil. ‘s Ochtends steekt een storm op, de regen valt horizontaal. Het schapenspoor blijft langs de oever slingeren, maar de combinatie van gierende wind, natte rots en kniediepe vegetatie maakt het moeilijk met alle bagage overeind te blijven. Na anderhalf uur ploeteren slaat ineens de stop door: ik moèt ergens ruimte voor mijn tent vinden, en gauw. De ruïne van Ardnamurach komt in zicht. Bij de klim over het hek valt de kaart uit mijn jekker, uit de plastic zak, en recht in een diepe plas. Bingo. De boerderij heeft geen dak meer, maar binnen de muren komt de wind alleen bij vlagen. Ik verzwaar de tenthoeken met stenen en rol mijn slaapzak in het klamme, klapperende geval uit.

Tegen de middag gaat de wind liggen. Een paar kilometer verder kan ik het laatste obstakel, Creag Chruachain, zien. Daarachter begint het pad naar Morar. Het terrein is nu vlakker; twee keer kom ik het damesschoentje tegen. Dat geeft moed. Maar als ik probeer aan de voet van de heuvel rond een hoog wildhek te komen stuit ik op een rotswandje dat verticaal het water ingaat. Dus toch tegen de helling op, in de hoop ergens een plek te vinden waar ik zonder mijn nek te breken over het hek kan. Tien meter hoger: een poortje. Een kwartier later ontmoet ik een man die bezig is een tuin aan de wildernis te ontworstelen. Ik moet even mijn miniavontuur kwijt. ‘Aye, miserable weather, aye’, is zijn reactie na iedere zin. Miserabele vent.

Waar wij wonen
Tarbet is Gaelisch voor landengte. Twee huizen, een kerkje, nog een man. Het gehucht doet zijn naam eer aan: binnen een kwartier loop ik van Loch Nevis naar Loch Morar. Hier vind ik een oude botenschuur aan het water, ideaal voor een lunchpauze. Er ligt een dood schaap in. Ik sjok verder onder de loodgrauwe lucht.

Bij de ruïne van Brinacory breekt een waterig zonnetje door. Dankbaar laat ik de last van m’n schouders glijden; in de overwoekerde, parkachtige tuin – was dit ooit een buitenhuis? - eet ik haverkoekjes en cheddar met m’n rug tegen een enorme, exotische conifeer. De bewoonde wereld kondigt zich een half uur later aan met een paar manisch kakelende Amerikaanse vakantiegangers (‘Wow, man, the spirit of this place...’, enz.).

Naarmate ik Morar nader worden weer en loch mooier. Kiezelstrandjes, oud loofhout langs het water, Zuidzee-eilandjes, wolken als Oost-Indiëvaarders. Vlak voor het dorp een prachtige hei met plukken den en berk, zó uit Waar Wij Wonen van Jac. P. Thijsse. Achter de heuvels laat de kaart een meer zien. Ongetwijfeld glashelder.

‘De wildernis en de eenzaamheid. Hoe goed is het, om den druk beganen weg te verlaten.’

Dan bedenk ik me dat de keuken alleen een homp kaas, vier haverkoekjes en een Mars te bieden heeft. De gedachte aan een moot verse zalm besproeid met een Dark Isle Skullsplitter of – wie weet? – een Traquair House wordt me te machtig, ik loop door. In het dorp maak ik een praatje over de heg met de vrouw van een visser; vijf minuten later heb ik een zaal van een zolderkamer waar ik de druipende inhoud van mijn rugzak probleemloos etaleren kan.

Traquair House en Skullsplitter hebben ze vandaag niet in het Morar Hotel. Dan maar een karafje wijn bij de vis. Een buslading authentieke Edinburghse dames met permanentjes en parelkettinkjes wisselt beleefdheden uit over kamerplanten, schoothondjes en schoonzoons terwijl ik met een kop als een boei de zon in de zee zie zakken.


 

Praktische informatie

Route-informatie
Ruim 100km, hoogteverschillen tot 600 meter. Geen markeringen. Geen pad tussen de Sourlies bothy aan de kop van Glen Nevis en Tarbet (de gebruikelijke route van Sourlies naar de bewoonde wereld voert via Glen Dessarv - Glen a'Chaorainn - Glen Finnan naar station Glenfinnan). Hou rekening met wisselvallig en stormachtig weer en onderschat de Munro’s niet.

Kaarten & boeken
Ordnance Survey 1:50.000, blad 33 en 40. John Prebble - The HighIand Clearances, Penguin

Openbaar vervoer
Goede busverbinding Inverness - Skye. Van de halte Shiel Bridge liften of lopen naar Glenelg. Goede treinverbinding Glasgow - Fort William - Mallaig. In het zomerseizoen 5 dagen per week voetveer Mallaig - Inverie en Tarbet.

Accommodatie
Beperkte overnachtingsmogelijkheden in Glenelg, Kinlochhourn en Inverie, dus reserveren als je zonder tent op stap wilt. Meer keus in Morar en Mallaig. In Inverie en omgeving zijn tamelijk prijzige vakantiewoningen te huur. Bothies (geen bedden of voedsel): Suardalan (bij Glenelg), Barrisdale, Sourlies. Alleen in Mallaig is een volledig assortiment levensmiddelen te koop.


 

Dit artikel van Paul Hesp© is verschenen in een uitgave van 'Op Lemen Voeten' (nr. 2 2001).


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl