|
De kunst van het klimmen bestaat in Schotland uit het bereiken van de top via verijsde geulen. Snelheid is daarbij geboden vanwege onverwacht optredende weersomslag en om terug te zijn voor sluitingstijd van de kroeg. Joost Pielage beschrijft een van zijn mooiste tochten, met Rob van Gent op de flank van de hoogste berg van Schotland.
Een verslag uit 1983. In een tijd dat er met geheel andere materialen ijsgeklommen werd!
De hoger op de Ben Nevis gelegen routes komen in zicht, als we net voorbij de CIC-hut omhoog kunnen kijken, de Coire na Ciste-kom in. Glover's Chimney valt af, ook al is de route nog niet echt goed te zien. Het gidsje deed al moeilijk over de relais en daar hebben we geen trek in. Bovendien is er in de eerste lengtes weinig ijs te bekennen.
Green Gully. We kijken er recht in. Het ziet er genadeloos uit. Een zandloperachtig couloir met het smalle stuk op ongeveer driekwart hoogte. De kleur van het ijs laat weinig twijfel over de te verwachten 'two big ice pitches'. Steil, brokkelig oftewel 'committing'.
Ik slik en zeg dat als dat Green Gully is, ik onderaan de route nog wel een keer wil kijken... Rob zegt niets terug. Dat wordt dus Green Gully!
Al snel zakken de wolken zo laag dat het bovenste deel van de route niet langer te zien is en het selectieve geheugen zijn werk kan doen. Waar het ijs behoorlijk steil gaat worden, binden we in en maken relais. Rob begint de eerste lengte, 30 meter ongeveer 80 graden steil, dan terugvallend. Hij klimt heel behoedzaam, regelmatig treetjes hakkend en een enkele ijshaak slaand.
Na een uur mag ik nakomen. De sneeuw die zoetjesaan is gaan dwarrelen, komt al in aardige wolken door de gully naar beneden zetten. 'Spindrift' die overal in kruipt. Het relais kan er mee door, maar voorklimmend zou je je iets stevigers wensen. Rob gaat daarnaar op zoek op de rechter begrenzingsrib van de goot. Al klimmend blijken al die rotsen gladgeslepen en afwaarts gelaagd, meer iets voor P.A.-tjes dan stijgijzers! De eerste de beste van onze vijf rotshaken vliegt met een mooie boog de wolken in. Een paar meter hoger wordt het echt netelig, vooral met twintig meter kabelbaan aan je gordeltje. Rob kan zich echter terug de gully in frommelen, na eindelijk een haak geslagen te hebben.
Gewoon door de goot omhoog blijkt naklimmend erg mee te vallen. De rotshaak zit voor mij nu wel op een behoorlijk lastige plaats. Hij gaat zijn gele broertje beneden gezelschap houden. Als we zo elke lengte een rotshaak verbruiken, halen we het niet eens tot boven!
Mijn beurt. Na 15 meter van 60 graden kom ik langs een dijk van een rotspunt voor een het ijs in één knik van 60 graden naar 90 graden. Tegen tussenzekering. Weer vijftien meter hoger gaat beter weten in laat ik me uit het midden van de geul lokken om voor die echt verticale vier meter om een blok nog een tussenzekering te kunnen leggen. Het blok blijkt aan de bovenkant echter nauwelijks een rand te hebben om een schlinge omheen te leggen. Ik hak twee kommetjes voor mijn stijgijzers, acht punten voelt safer dan vier, en sla mijn Terrordactyl en ijsbijl opzij zo goed mogelijk in het ijs, waar bij elke slag grote schollen vanaf brokkelen, om naar rechts te kunnen stappen. Ik ga aan de bijltjes hangen en zet mijn rechtervoet een meter opzij in het gehakte zeepbakje. Dan trek ik de rest van mijn lichaam bij, gevolgd door de schlinge die ik op dat blok had gelegd...
Laatste tussenzekering wa-a-y below. Dertig meter potiële val.... Hoe was dat relais? Terror boven je hoofd slaan. Lamme armen van het hangen. Schollen. Nog een keer slaan. Klapt om... Jezus! Slaan. Mijn knokkels. Voorzichtig belasten. Slikken. De ijsbijl zit tenminste met de tweede knal. Voet op trekken. Geen kommetjes meer. Knieën in de weg. Uithangen. Terror zet zich. Hartstilstand. Harde trap. Beter. Uitstrekken en gauw een hengst met de ijsbijl over de rand in het minder steile ijs. De Terror ernaast, zit matig, snel eraan hangen. Voeten niet te zien en als een Flintstone die zijn wagen aantrappelt over de rand. Uitademen. Vijf meter verder eindelijk weer zo'n ideale rotspunt. Schlinge. Zelfzekering. Lading spindrift. Bijltjes ophangen. 'Relais', roepen en even vijf minuten met ogen dicht hangen en uitkakken.
Als Rob bij me is nog een keer even pauze om een Frans cordée langs te laten en een touwenbende te voorkomen.
De volgende lengte weer vijfentwintig meter normaal 60 graden en vier meter van 90 graden of zelfs mee. Zo'n halve bol waar we recht overheen gaan. Rob profiteert van zijn balletsouplesse met een stevige spagaat rechts in de rots, links in het ijs en slaat twee ijshaken. Tijd- en krachtverspilling vind ik, hoewel het me daarnet een potje psyching-out had kunnen besparen! Op het relais ziet de rest van de route er gerustellend uit. Snel klim ik de volgende lengte. 60 graden perfect wit ijs. Waar je gereedschap zelfs moeilijk uit te wrikken is. Na vijf meter van de volgende lengte gaat bij Rob de kaars uit. Barst maar. Klim de rest maar voor. Nog twee van die goed te zekeren lengtes, een verticaal randje en we staan op het topplateau. Indianenkreten. Enthousiaste schouderklopperij. Naar mensen in de verte schreeuwen om een peuk. Eten. Adrenalinepeil normaliseren.
De druk is van de ketel van onze mooiste tocht, we krijgen weer praatjes...
| Naschrift |
| Dit artikel geeft verslag van ijsklimmen in 1983. De route 'Green Gully is er (uiteraard) nog steeds. Het is een klassieke route op de Ben Nevis. Waardering: Grade IV, 4. De route is 180 hoogtemeters er wordt geklommen in vijf touwlengtes. |
| Terrordactyl |
| Hamish MacInnes maakt begin jaren zeventig een variant van de korte ijsbijl, die de Amerikaan Yvon Chouinard reeds in 1966 had geconstrueerd. Het was de Terrordactyl. |
| Joost Pielage: 'Terrordactyl waren 'de rigeur' bij ijsklimmen in Schotland. Ze hadden een hele korte steel en het blad stond onder een hoek van 45 graden op de steel. Als je ze maar naar beneden belastte dan kon je ook hele kleine gaatjes of randjes gebruiken, maar het voelde bepaald onzeker. 'Vast' zaten ze niet. Je knokkels gingen er ook van aan gort.' |
|