|
The Meet
Van 7 tot en met 13 maart 1999 vond de tweede editie plaats van de BMC/MCofS International Winter Climbing Meet. Dit is een door de Mountaineering Council of Scotland (MCofS) en British Mountaineering Council (BMC) georganiseerd evenement in Schotland Bergsportverenigingen uit alle hoeken van de wereld vaardigen (top-)winter klimmers af, om gezamenlijk te klimmen en ideeën uit te wisselen. Er waren zo'n zeventig 'gasten' uit circa veertig landen (waaronder zelfs Iran) en vijfendertig hosts, ofwel Britse klimmers, die aan de diverse teams werden toegewezen als plaatselijk 'deskundige'.
Menig wenkbrauw werd opgetrokken wanneer Leopold Roessingh en ikzelf ons voorstelden als de Nederlandse delegatie: Really, don't you have even one tiny little climbing area in Holland? No, we have some ice in winter, only horizontal though.... Wij staken ook nogal saai af tegen al die mannen gehuld in bonte sponsorkleding. Veel 'grootten' uit de sport waren aanwezig, waaronder Alex Huber, Andy Parkin, Graeme Ettle, Simon Yates e.v.a. Leuk detail is ook dat er ook enkele diehard rotsklimmers hun eerste treetjes in het winterklimmen kwamen zetten, zoals o.a. Seb Grieves en Leo Houlding. Het hoofdkwartier voor de meeting was Glenmore Lodge, vlakbij Aviemore. Daar vandaan zwermde de stoet over alle Schotse klimgebieden uit.
Het evenement was perfect georganiseerd en werd gecoördineerd door Andy McNae en Roger Payne van de BMC. Helaas moest Sir Chris Bonnington het laten afweten vanwege de gevolgen van een val. Joe Simpson en hij moeten geduchte concurrenten zijn in de strijd om de fracturen-bokaal. Het ontbijt (full breakfast), het lunchpakketje en diner werden voor de deelnemers verzorgd. De slaapplaatsen waren perfect geregeld. Temeer Leopold en ik, terwijl we op de camping stonden ingedeeld, een eigen tweepersoons kamer kregen toegewezen.
Leopold profileerde zijn aanwezigheid al van begin af aan met zijn gebruikelijke subtiliteiten. Bijvoorbeeld door de trotse Schotse bergen als heuveltjes te betitelen, Schotten voor Engelsen uit te maken, de Georgiër voor Rus en de Tsjechen voor Tsjecho-Slowaken. Ik was erg benieuwd of hij het nog voor het einde van de week zou presteren om een Kroaat als Joegoslaaf te betitelen...
De dagindeling zat strak in elkaar. Overdag, na het ontbijt, kwam het praktijkgedeelte (klimmen dus) en om 18:00 uur melden voor de briefing (wat heb je gedaan, wat wil je morgen gaan doen, en welk weer wil je daarbij...). s'Avonds, na het diner, was er het theoriegedeelte, bestaande uit lezingen, studie en discussie onderdelen. Daarna was de bar open, wat eigenlijk dus weer onder het praktijkgedeelte zou moeten ressorteren...
Theorie
Het theoretische programma stond in het kader van hoe de ontwikkelingen in het klimmen bezien moeten worden met een blik op het komende millennium. Een poging om een soort van meerjarenplan te ontwikkelen dus... Per avond werden de volgende onderdelen behandeld:
Maandag
Schots winterklimmen en de recente ontwikkelingen daarin. A.h.v. een videoshow en dia's werd het Schotse klimmen van een mooie kant belicht.
Ook de strenge, ongeschreven, ethische regels kwamen hierbij aan de orde. Bijvoorbeeld of voor het aanbrengen van haken de doodstraf moet gelden. En de discussie over wat je wel of niet als winterbeklimming mag beschouwen. In de Schotse heuvels kan je niet zomaar de datum van 21 december tot 21 maart aanhouden, omdat er soms lentecondities zijn in de winter en wintercondities in de herfst.
Helaas heb ikzelf het meeste van deze avond gemist, omdat ik nog moest herstellen van de griep. En ik dat in ieder geval niet ten koste liet gaan van het dagprogramma. Wel ving ik op dat de modernste routes (Grade 9) in Schotland voornamelijk worden geopend door o.a. Steve Paget, met wie ik die dag op stap was geweest. Opeens voelde ik mij wat minder imbeciel dan overdag, toen hij mij er vierkant uit had geklommen...
Dinsdag
Milieu- en natuurproblemen op locaal en globaal gebied. A.h.v. dia lezingen werden diverse voorbeelden behandeld van de problemen die direct of indirect het klimmen bedreigen. Globaal gezien is het probleem voornamelijk de global-warming, waarbij duidelijk wordt dat er over honderd jaar alleen nog maar op Antarctica ijs geklommen kan worden.
Op locaal gebied kunnen de zaken op korte termijn veel nijpender worden, namelijk dat klimmen in zijn geheel aan banden wordt gelegd. Voornamelijk in de landen onder het EU-juk. Het is namelijk zo, dat de natuur de laatste eeuw enorm op zijn donder krijgt, door een groot aantal oorzaken. De milieulobby probeert, terecht, te redden wat er te redden valt. Door de gigantische economische belangen kunnen de werkelijke (industriële) misstanden schijnbaar niet worden opgelost. Wel echter kan er met de kruimeltjes gescoord worden. Het klimmen dreigt daaraan te worden geslachtofferd. Om het tij te keren, mogen wij niet lijdzaam toezien en zullen wij moeten onderkennen dat door de grote toename van bergsport beoefenaars, inderdaad sprake kan zijn van 'micro' schade aan het milieu.
Als wij nu, als klimmers verenigd, gezamenlijk actie ondernemen door zelfregulerende maatregelen, zoals bijvoorbeeld gebiedsspreiding, milieubewustwording etc. en aan kunnen tonen hoe belangrijk het klimmen voor ons is, zullen wij eventueel het tij kunnen keren of anders actief bijsturen. Ofwel: Klimmers alle landen, verenigt U!
De Duitstalige lobby kwam bijvoorbeeld met een (ietwat controversieel) voorstel voor een zelfcontrolerende gebiedsspreidingsmaatregel in de Alpen. Het plan komt er in grote lijnen op neer dat er in bepaalde gebieden routes 'veilig' worden ingericht (Saniert) met boorhaken, terwijl andere routes juist worden ontdaan van alle 'vaste' protectie. Hiermee wil men bereiken dat de grote drommen Genüß-klimmers in minder kwetsbare gebieden worden losgelaten, terwijl het kleine aantal avontuurlijke klimmers zich elders kan vermaken.
We werden aan de hand van Cath Pyke meegenomen op een dia-reis door Amerika, waar door draconische overheidsmaatregelen nu hele gebieden niet meer toegankelijk zijn voor klimmers. Dit doemscenario dreigt nu ook voor Europa.
De dubbele moraal van de overheid werd mooi aangetoond door een dialezing over de toekomstperikelen van de Cairngorms in Schotland. Er wordt plaatselijk in de winter goud verdiend aan het skibaantje en de hele kermis daaromheen. In de andere seizoenen zijn al die voorzieningen echter onrendabel. Dus wil men nu een toeristentreintje(de z.g. funicular) aanleggen naar de top, met een restaurant en prullaria winkeltje erbij. Om er nu voor te zorgen dat de kwetsbare vegetatie op de omringende heuveltoppen niet tot moes wordt gelopen door de massa's dagjesmensen, wil men de toegang buiten de onmiddellijke omgeving van de uitspanning onmogelijk maken door maatregelen, zoals o.a. het instellen van een parkeerlimiet van twee uur op het parkeerterrein aan de voet van de berg en in de winter toegang weigeren aan ieder die geen skiuitrusting heeft, etc. Dat zou einde verhaal betekenen voor het klimmen ten gunste van het massatoerisme.
Woensdag
Winterklim uitdagingen in 2000 en verder. Opnieuw hebben wij hier veel van gemist, omdat de Ben Nevis ons een beetje lang opgehouden heeft. De avond ging min of meer over waar er nog meer met ijsbijlen kan worden rondgehakt. Wij konden nog net meegenieten van een virtuele rondreis door de indrukwekkende bergwereld van Georgië, gepresenteerd door Shota Elisashrili. Met name het gebied van de Ushba toonde zeer indrukwekkend, met Noordwanden van rond de tweeduizend meter. Geen permit benodigd, dus wat let ons...?
Donderdag
Super-alpinisme was het onderwerp. In de lezingen van Rick Allen en Andy McNae werd het low-profile Himalaya klimmen behandeld en de definitie van beklimmingen in 'alpine'-stijl kritisch bekeken. Mag je wel- of geen zuurstof gebruiken, wel- of geen vaste touwen, en eventueel waarvoor dan wél? Moet er in één keer worden doorgestoten naar de top, of mag je werken met teams (Russische methode) en kleine depots aanleggen? In ieder geval was een ieder erover eens dat, des te kleiner de expeditie is, des te groter de rugzak die meegezeuld moet worden.
Hierna was er een lezing van de Sloveen Marko Prezelj. Hij behandelde een zomer vol klimmen samen met Thierry Schmitter, waarbij het plezier voorop stond. Hij leidde zijn diavertoning in met een spijtbetuiging aan hetgeen Thierry overkomen is. Met prachtige dia's beklommen wij samen met hen geweldige routes in de Alpen en de Himalaya. Pijnlijk duidelijk werd hier wat voor enorm verlies het wegvallen van Thierry voor het Nederlandse klimmen betekent. Vreemd genoeg hadden wij juist deze avond gezelschap gekregen van vier andere klimvrienden uit Nederland, die in de buurt waren. Ik meen dat het zien van deze prachtige beelden en de aanstekelijke geestdrift van Thierry, voor hen net zo een grote bron van inspiratie vormde, als ik dat zelf ervoer.
Vrijdag
Afsluiting. Om de buitenwereld duidelijk te maken dat er meer werd gedaan dan klimmen en Guinness drinken alleen, probeerden we om onze bevindingen van de afgelopen avonden samen te vatten in enkele korte conclusies. Er zal een officiële publicatie hiervan worden uitgegeven, maar kortweg komt het hierop neer:
- De (massa-)media begrijpt ons niet. Door eenzijdige, sensationele en foutieve berichtgevingen wordt het klimmen in diskrediet gebracht en ten onrechte in een verkeerd daglicht gesteld. Verzwegen worden de positieve elementen, zoals individuele ontwikkeling van persoonlijkheid, bijvoorbeeld verantwoordelijkheidsgevoel, zelfbewustzijn en de ontwikkeling van teamgeest. Daarom wordt er een media-statement uitgebracht, waarin de pers wordt opgeroepen voortaan meer deskundige artikelen te publiceren. Onder andere door het raadplegen van officiële bergsport instanties. (Er klonken instemmende, echter enigszins sceptische klinkende geluiden uit de zaal...)
- Milieu: Blijft een heikel punt, waar het van absoluut belang is dat álle (klim-) neuzen één kant op staan. Met algemene stemmen werd er met het bovengenoemde plan van DAV en OeAV ingestemd. Wel met de kanttekening dat dit hoogstwaarschijnlijk zal stuiten op veel onbegrip bij de achterban.
- Klimethiek: Het zou arrogant zijn regels voor te schrijven hoe er geklommen moet worden. Plezier moet voorop staan, maar wel met inachtneming van de locale ethiek en zonder de omgeving en goede sfeer te bederven.
- Definitie van winterklimmen, met name met het oog op Schotland. Na een house-of-lords achtige zitting, met veel boooo en bravooo geroep, kwamen we er nog niet uit. Te pijnlijk met zoveel leidende locals aanwezig, denk ik. Wel waren we het er over eens dat de rotsen er in ieder geval 'winters' moeten uitzien. (d.w.z. een whitish-appearance).
- Expeditieklimmen. Ook hier waren we het erover eens dat je niemand klimmethodes mag voorschrijven. Wel is het van belang dat er gestreefd moet worden naar een aanpak met een zo gering mogelijk negatief effect op locaal milieu en cultuur gebied.
Naar mijn mening zou één sleutelwoord bij elk van deze punten hebben kunnen volstaan, namelijk 'respect'. Respect voor elkaars standpunten, inzichten en cultuur en respect voor de bergen en de natuur.

Geen schots feestje zonder muziek (Foto: Elwin van der Gragt)
|
Na afloop van deze 'warme' sessie, was een feest onvermijdelijk. Een Schotse band zorgde de hele avond en nacht voor een vrolijke notenstroom. Bij de biertap zou een spreidingsregeling niet misstaan hebben. En vrijwel niemand ontkwam aan de zuigende kracht van de line-dance. Zelfs Seb hard-grit Grieves waagde zich aan een wilde rock 'n roll dans, en dat nog wel zonder crash-pad!

Thomas en Elwin overleven het afsluitingsfeest wel. (Foto: Leopold Roessingh).
|
Praktijk
Om zo snel mogelijk Schotse routes op hun best te leren kennen, werden er, zoals gezegd, groepjes van twee vreemdelingen onder de vleugels van één local ingedeeld. Zo klom ikzelf op maandag samen met een Schot (Steve) en een Slowaak. Leopold met een Schot en Georgiër.
Een betere introductie met Schots winterklimmen konden wij ons niet wensen. De condities waren uitstekend en blijkbaar had de BMC ook het weer in de zak. Voor zowel Leopold als mijzelf was dit de eerste keer in de Schotse bergen. Ik dacht dat ik, met mijn ervaringen van de maanden ervoor in Polen, wel wist wat mixte klimmen inhield, ernstige vergissing... Als een Schot het over een mixte route heeft, wil dat niet betekenen dat er enig ijs in de route te bespeuren valt. Een beetje route in de Cairngorms bestaan voor 95% uit besneeuwde rots, 4% turf en 1% ijs. En een well protected route betekent dat je met enige fantasie, genoeg mogelijkheden hebt om een paar nutjes te plaatsen.
Als kennismaking werd ik maandagochtend de 'Message' in Coire an t-Sneachda ingestuurd om meteen de eerste lengte te leiden. Ik kon wel janken, toen ik alleen maar rots onder de rijp vandaan krabte en ontdekte dat ik in mijn enthousiasme alleen maar de ijsschroeven had meegepakt en het rack nutjes aan de sling van mijn zekeraar had vergeten. Yes, I've got the message all right...
Leopold had die eerste dag soortgelijke ervaringen opgedaan in 'Postern' op de 'Shelter stones'. Nu begrepen wij ook de meewarig blikken van de locals naar die nieuwelingen die zich vermoeiden met het scherpen van ijsgereedschappen.
Voor de rest van de week vormden Leopold en ik een team, met Wilson Moir als padvinder. Zo hebben we prachtige routes kunnen klimmen, waaronder 'Gemini' op de Ben Nevis, die al vijf jaar niet meer in conditie was geweest. Door met Wilson te klimmen, leerden we ook de verscheidenheid in karakter tussen de diverse gebieden kennen. Zo kan je stellen dat de Cairngorms voornamelijk rotsroutes herbergen, al dan niet onder een dikke laag rijp, Ben Nevis rots, met hier en daar een cruciaal bestanddeel ijs en dat Creag Meaghaidh de mooiste ijs-lijnen herbergt.
Vrijdags, na het uitklimmen van 'Smith's gully' op de Creag Meaghaidh werden we vergast op werkelijk 'Schotse' omstandigheden. In de route werden we al getrakteerd op driftsneeuw lawines. Boven op de top werden we letterlijk omver geblazen door de storm en konden wij geen vijf meter vooruit zien. Eindelijk beleefden we de toestanden waarvan we stiekem gehoopt hadden ze eens in het echt mee te maken. We beseften dat de dwaaltocht die we nu zouden moeten maken om er weer vanaf te komen ook 'echt' zou zijn. Onze Schot was namelijk, met kompas en al, namelijk weer omgekeerd, omdat de berg een brok ijs van bovenaf op zijn knie gemikt had.

Creag Meaghaidh. En nu eraf... maar waar? (Foto: Leopold Roessingh)
|
Tot mijn grote verbazing en opluchting zaten twee Britten, die voor ons de route hadden geklommen, boven geduldig in de vliegende storm op ons te wachten. Gezamenlijk navigeerden we, a.h.v. kaartje en kompas, via een veilige helling weer naar beneden.
Resumé
De groepssfeer onder de deelnemers was fantastisch. Daar werd mede op ingespeeld door het ophangen van een route lijst, waardoor er een speelse competitieve sfeer ontstond. Men vergeleek toch elkaars prestaties en werd daardoor gestimuleerd om de lat telkens weer wat hoger te leggen. Daardoor werd het zaak om over routes en condities bij anderen informatie in te winnen, zodat het uiterste uit de kan kon worden gehaald. Uiteindelijk hebben wij ons landseer hierbij niet onverdienstelijk kunnen verdedigen... Helaas heb ik dat weer geheel tenietgedaan met mijn dramatische poolbiljart capaciteiten.
Het leuke van het klimmen met 'gemengde' teams, is tevens dat je een hoop ervaringen met mensen uit een andere cultuur uitwisselt, zowel over klimmen als over andere zaken en zo veel van elkaar kan leren.
Ondanks of dankzij het harde werk, is dit een bijzonder nuttige week geweest. Zowel voor ons persoonlijk, als wel de (winter-)klimmerij in het algemeen. Het is jammer dat Nederland niet veel méér zou kunnen organiseren dan een plastic-meet, maar anders zou dit initiatief van de BMC zeker opvolging verdienen. Ik hoop dat deze meetings zullen bijdragen tot het continueren van de klimsport beyond the next millennium.
|