|
Kampement hoog in the hills
Dinsdagavond kwart voor acht: We zitten op de zuidkant van Beinn Tarsuinn. De tent staat achter ons en we hebben net een kleine wandeling rond het lochan (klein meertje, red.) gemaakt om de route van morgen te bestuderen. Het is hier goddelijk. De ondergaande zon schijnt net onder wat wolkjes door en maakt héél lange schaduwen. De eerste wolkjes zijn een kwartiertje terug op de Lurg Mhor verschenen. In het westen staan de Cuillins haarscherp tegen de ijle lucht en alle heuveltoppen zijn in alle mogelijke schakeringen blauwgrijs getint. Langzaam gaan de kleuren over in puur goud. Wanneer we ons omdraaien, is daar in het oosten Loch Monar– omgeven door een plukje diepgroene bossen - al even mooi.
 Bivak nabij Beinn Tarsuinn
|
Omhoog gedreven door Midges
Vanochtend zijn we vanuit de jeugdherberg in Torridon vertrokken. Dat duurde wel even. We zijn nog niet gewend een rugzak in te pakken voor meerdaagse tochten. Uiteindelijk rijden we toch richting Craig, waar we de auto parkeren en de wandelschoenen aantrekken. De auto staat op een windstille plek tussen de bomen. We worden opgegeten door de midges. Toch maar even een muskietennetje over mijn hoofd trekken. Om precies twaalf uur lopen we de glen (dal, red.) in.
De zon schijnt genadeloos op ons neer, en in de windstille glen is het drukkend warm. Hierbij voelen we het extra gewicht in onze rugzakken dubbel zo zwaar. Na een poosje stopt er een truck bij ons. De farmer wil graag weten waar we overnachten, omdat hij op zoek gaat naar rendieren. ‘Deer counting’, zoals ze het noemen, is een onmisbare voorbereiding voor de jacht die ongetwijfeld plaats zal gaan vinden. De rijke patsers die daar ruim drieduizend pond voor betalen willen liever niet al te ver lopen. Lokale boeren de dag ervoor de dieren op. We vertellen dat we richting Bealach of Bernaise gaan en verder naar het zuiden. Dat is goed, dan hebben we nergens problemen mee zegt de farmer. Na nog wat gekeuvel gaan we ieder ons weegs. Al snel daarna stoppen we om een korte broek aan te trekken. Dit wordt ons erg lastig gemaakt door de midges, die als een hongerige kudde op ons af komen zodra we maar even stilstaan. Na een uurtje willen we een pauze nemen. We lopen nog steeds in de glen. Met die midges erbij, wordt het een hele korte pauze. We moeten zorgen dat we in de wind op de heuvels komen!
Na 5½ kilometer glen komen we bij een brug. Hier moeten we kiezen. Of het jagerspad volgen dóór de rivier of nu over de brug en padloos de andere oever volgen. Ik leg het al mopperend weer eens af tegen Jan zijn heilige geloof in paadjes. En dan heeft hij zowaar eens gelijk, en hebben wij geluk. Na een kilometer soppen door de blubber komen we bij een heel nieuwe ‘wire bridge’: we hoeven niet meer onze weg door de rivier te zoeken. Dit is leuk oversteken, ook al kunnen we nog steeds niet stilstaan vanwege de midges. Vanaf hier gaat het echter de heuvels in, en zo krijgen we af en toe een zuchtje wind. We kiezen de aller ‘winderigste’ plek voor eindelijk een rustige pauze.
 'Wire bridge' oversteken
|
Even later klimmen we rustig verder, nog steeds over het jagerspad naar de Bealach of Bhernais voor ons. Zodra we in de bealach staan zien we dat dit een heel foute kampplaats is: in de luwte tussen drie heuvelkammen, één groot knollenveld met allemaal poelen stilstaand water. Bovendien is elke kilometer vandaag er morgen een minder en het is nog vroeg. Al hebben we intussen wel onze stiekeme hoop om vier Munro’s (Schotse bergtoppen, red.) in twee dagen te lopen laten vallen. Het loopt toch minder snel en ver met een zware bepakking.
Over een gemeen steile helling vol keien komen we op de kam van Beinn Tharsuinn. Daar is dan eindelijk de langverwachte wind. En wat wel zo belangrijk is, uitzicht over de heuvels met de Torridons vlakbij en nog veel meer moois. Schitterend! Omdat het zo mooi is lopen we over alle toppen die we tegenkomen. Smokkelen is zonde. Dan zie je even niets! En zo komen we dan ruim vijf uur vanaf ons vertrekpunt op de top van Beinn Tharsuinn. De twee Munro’s voor morgen zien we voor ons naast elkaar liggen. We willen kamperen bij het lochan vlak onder te top. We zien de lochan nog niet, maar een klein stukje voorbij de top komen we op een klein plateautje net boven het lochan. We zitten op ongeveer 800 meter hoogte. Midges zijn voorlopig ver te zoeken. Híer willen we overnachten. Om halfzes staat ons tentje, voor het eerst in gebruik sinds Mozambique. Nu kunnen de ventilatiekleppen vast wel allemaal dicht.
Geen vriesdroog bier
Het water in het lochan is niet eens zo heel erg koud wanneer we ons opfrissen. Jammer dat we een waslap hebben vergeten, want er helemaal in stappen doen we toch maar niet. Daarna wordt er snel gekookt. Dat is niet zo moeilijk met allemaal vriesdroog spul. Alleen het biertje moeten we vandaag missen. De hele verdere avond genieten we van het grandioze uitzicht en de zonsondergang. Wanneer de zon dan eindelijk achter de einder verdwijnt, kruipen we al om halfnegen in de slaapzakken. Het is inmiddels behoorlijk afgekoeld en het meegenomen thermo-ondergoed is geen overbodige luxe. In de absolute stilte die ons omringt vallen we als een blok in slaap.
Gedurende de nacht wordt ik één keer wakker. Het is nog donker. Het volgende moment is het twintig over acht: op een kwartiertje na hebben we het klokje rond geslapen! Dat is jammer. We hadden gepland om rond acht uur te lopen. Nou ja, niets aan te doen. We kruipen onder onze capuchons vandaan en beginnen aan een snel ontbijt. Dan maar zonder koffie beginnen aan de tocht van vandaag. Even over negenen sjort Jan de rugzak op zijn schouders: de mijne blijft achter samen met de tent en wat overige extra bagage.
We merken al snel dat de beschrijving ‘least accessible’ niet voor niets bij deze heuvels staat. We zaten al zo mooi hoog, maar moeten weer afdalen naar 550 meter. Ik heb het erg koud vanochtend. Met de vermoeidheid van twee dagen wandelen en op deze prachtige kampeerplek, voel ik er dan ook het meest voor om gewoon rechtsomkeer te maken. We zijn toch al in de heuvels? Kan dat niet het doel op zich zijn? Maar we zijn natuurlijk geen watjes, dus ‘nemen’ we die twee toppen gewoon even mee. In de bealach trekt Jan weer een korte broek aan. Ik hou het op lang, want ik begin nog maar net een beetje op temperatuur te komen en de kliffen voor ons zien er nogal grimmig uit. Die zullen met blote benen wel schrammen opleveren.
|