De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- Bidein a’Choire Sheasgaigh en Lurg Mhor-

'Cheesecake'

Door: Anne van der Wal

 
 Je bent hier:  Home > Munros > 'Cheesecake'

Kampement hoog in the hills
Dinsdagavond kwart voor acht: We zitten op de zuidkant van Beinn Tarsuinn. De tent staat achter ons en we hebben net een kleine wandeling rond het lochan (klein meertje, red.) gemaakt om de route van morgen te bestuderen. Het is hier goddelijk. De ondergaande zon schijnt net onder wat wolkjes door en maakt héél lange schaduwen. De eerste wolkjes zijn een kwartiertje terug op de Lurg Mhor verschenen. In het westen staan de Cuillins haarscherp tegen de ijle lucht en alle heuveltoppen zijn in alle mogelijke schakeringen blauwgrijs getint. Langzaam gaan de kleuren over in puur goud. Wanneer we ons omdraaien, is daar in het oosten Loch Monar– omgeven door een plukje diepgroene bossen - al even mooi.

Bivak nabij Beinn Tarsuinn
Bivak nabij Beinn Tarsuinn

Omhoog gedreven door Midges
Vanochtend zijn we vanuit de jeugdherberg in Torridon vertrokken. Dat duurde wel even. We zijn nog niet gewend een rugzak in te pakken voor meerdaagse tochten. Uiteindelijk rijden we toch richting Craig, waar we de auto parkeren en de wandelschoenen aantrekken. De auto staat op een windstille plek tussen de bomen. We worden opgegeten door de midges. Toch maar even een muskietennetje over mijn hoofd trekken. Om precies twaalf uur lopen we de glen (dal, red.) in.

De zon schijnt genadeloos op ons neer, en in de windstille glen is het drukkend warm. Hierbij voelen we het extra gewicht in onze rugzakken dubbel zo zwaar. Na een poosje stopt er een truck bij ons. De farmer wil graag weten waar we overnachten, omdat hij op zoek gaat naar rendieren. ‘Deer counting’, zoals ze het noemen, is een onmisbare voorbereiding voor de jacht die ongetwijfeld plaats zal gaan vinden. De rijke patsers die daar ruim drieduizend pond voor betalen willen liever niet al te ver lopen. Lokale boeren de dag ervoor de dieren op. We vertellen dat we richting Bealach of Bernaise gaan en verder naar het zuiden. Dat is goed, dan hebben we nergens problemen mee zegt de farmer. Na nog wat gekeuvel gaan we ieder ons weegs. Al snel daarna stoppen we om een korte broek aan te trekken. Dit wordt ons erg lastig gemaakt door de midges, die als een hongerige kudde op ons af komen zodra we maar even stilstaan. Na een uurtje willen we een pauze nemen. We lopen nog steeds in de glen. Met die midges erbij, wordt het een hele korte pauze. We moeten zorgen dat we in de wind op de heuvels komen!

Na 5½ kilometer glen komen we bij een brug. Hier moeten we kiezen. Of het jagerspad volgen dóór de rivier of nu over de brug en padloos de andere oever volgen. Ik leg het al mopperend weer eens af tegen Jan zijn heilige geloof in paadjes. En dan heeft hij zowaar eens gelijk, en hebben wij geluk. Na een kilometer soppen door de blubber komen we bij een heel nieuwe ‘wire bridge’: we hoeven niet meer onze weg door de rivier te zoeken. Dit is leuk oversteken, ook al kunnen we nog steeds niet stilstaan vanwege de midges. Vanaf hier gaat het echter de heuvels in, en zo krijgen we af en toe een zuchtje wind. We kiezen de aller ‘winderigste’ plek voor eindelijk een rustige pauze.

'Wire bridge' oversteken
'Wire bridge' oversteken

Even later klimmen we rustig verder, nog steeds over het jagerspad naar de Bealach of Bhernais voor ons. Zodra we in de bealach staan zien we dat dit een heel foute kampplaats is: in de luwte tussen drie heuvelkammen, één groot knollenveld met allemaal poelen stilstaand water. Bovendien is elke kilometer vandaag er morgen een minder en het is nog vroeg. Al hebben we intussen wel onze stiekeme hoop om vier Munro’s (Schotse bergtoppen, red.) in twee dagen te lopen laten vallen. Het loopt toch minder snel en ver met een zware bepakking.

Over een gemeen steile helling vol keien komen we op de kam van Beinn Tharsuinn. Daar is dan eindelijk de langverwachte wind. En wat wel zo belangrijk is, uitzicht over de heuvels met de Torridons vlakbij en nog veel meer moois. Schitterend! Omdat het zo mooi is lopen we over alle toppen die we tegenkomen. Smokkelen is zonde. Dan zie je even niets! En zo komen we dan ruim vijf uur vanaf ons vertrekpunt op de top van Beinn Tharsuinn. De twee Munro’s voor morgen zien we voor ons naast elkaar liggen. We willen kamperen bij het lochan vlak onder te top. We zien de lochan nog niet, maar een klein stukje voorbij de top komen we op een klein plateautje net boven het lochan. We zitten op ongeveer 800 meter hoogte. Midges zijn voorlopig ver te zoeken. Híer willen we overnachten. Om halfzes staat ons tentje, voor het eerst in gebruik sinds Mozambique. Nu kunnen de ventilatiekleppen vast wel allemaal dicht.

Geen vriesdroog bier
Het water in het lochan is niet eens zo heel erg koud wanneer we ons opfrissen. Jammer dat we een waslap hebben vergeten, want er helemaal in stappen doen we toch maar niet. Daarna wordt er snel gekookt. Dat is niet zo moeilijk met allemaal vriesdroog spul. Alleen het biertje moeten we vandaag missen. De hele verdere avond genieten we van het grandioze uitzicht en de zonsondergang. Wanneer de zon dan eindelijk achter de einder verdwijnt, kruipen we al om halfnegen in de slaapzakken. Het is inmiddels behoorlijk afgekoeld en het meegenomen thermo-ondergoed is geen overbodige luxe. In de absolute stilte die ons omringt vallen we als een blok in slaap.

Gedurende de nacht wordt ik één keer wakker. Het is nog donker. Het volgende moment is het twintig over acht: op een kwartiertje na hebben we het klokje rond geslapen! Dat is jammer. We hadden gepland om rond acht uur te lopen. Nou ja, niets aan te doen. We kruipen onder onze capuchons vandaan en beginnen aan een snel ontbijt. Dan maar zonder koffie beginnen aan de tocht van vandaag. Even over negenen sjort Jan de rugzak op zijn schouders: de mijne blijft achter samen met de tent en wat overige extra bagage.

We merken al snel dat de beschrijving ‘least accessible’ niet voor niets bij deze heuvels staat. We zaten al zo mooi hoog, maar moeten weer afdalen naar 550 meter. Ik heb het erg koud vanochtend. Met de vermoeidheid van twee dagen wandelen en op deze prachtige kampeerplek, voel ik er dan ook het meest voor om gewoon rechtsomkeer te maken. We zijn toch al in de heuvels? Kan dat niet het doel op zich zijn? Maar we zijn natuurlijk geen watjes, dus ‘nemen’ we die twee toppen gewoon even mee. In de bealach trekt Jan weer een korte broek aan. Ik hou het op lang, want ik begin nog maar net een beetje op temperatuur te komen en de kliffen voor ons zien er nogal grimmig uit. Die zullen met blote benen wel schrammen opleveren.


Link naar de beschrijving van Bidein a’ Choire Sheasgaigh op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Bidein a’ Choire Sheasgaigh op MunroMagic.com

De top van de Cheesecake
De helling die volgt gaat op een stukje van hooguit 300 meter vooruit, 400 meter omhoog. Erg lastig, maar nergens echt eng of moeilijk. We hoeven nauwelijks de handen te gebruiken. Toch lijkt de terugweg me niet prettig. Omlaag is het altijd moeilijker je weg te vinden of een plek voor je voeten. Tenen passen nu eenmaal in een kleiner holletje dan hielen. Ik speur dan ook al snel om me heen om een alternatieve terugweg te zoeken. Gelukkig is het weer mooi weer. Alleen enkele kleine wolkjes hangen rond de hoogste toppen. Met een beetje geluk lossen die straks op. Uiteindelijk wordt de helling wat minder en komen we voorbij enkele miniatuur lochans bij het laatste spitse topje. Nog net voor twaalven tikken we de top af van de ‘cheesecake’. ‘Cheesecake’, omdat dat voor menig Brit eenvoudiger is dan het Gaelic voor Bidein a’ Choire Sheasgaigh, zoals deze Munro officieel heet. We hebben het gevoel dat we ons moeten haasten. We willen over nog een top, terug naar de tent en met de tent weer naar de auto. Hoewel het laatste eind weer door de glen zal gaan, lopen we toch liever niet in het donker. We pauzeren dan ook weinig. Alleen om af en toe wat te drinken. Eten hoeven we niet zoveel: het moeilijke terrein kost in verhouding veel tijd maar minder energie lijkt het en de warmte helpt natuurlijk ook.


Link naar de beschrijving van Lurg Mhor op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Lurg Mhor op MunroMagic.com
Bidein a’ Choire Sheasgaigh, alias Cheesecake
Bidein a’ Choire Sheasgaigh, alias Cheesecake

De afdaling aan de andere kant is minder pittig. Een half uur later staan we dan ook al in de bealach tussen de Sheasgaigh en de Lurg Mhor. Hier beginnen we de verwachtte discussie over de route van de terugweg. Al klimmend naar de Lurg Mhor blijft het dubben doorgaan. Ruim een uur later zijn we op dezelfde plek terug en zijn we elk zeker dertig keer van mening veranderd. De Lurg Mhor intussen is aan de westzijde een weinig spraakmakende top vergeleken met zijn grimmige buurman. Wel veel keien maar nergens echt steil of zo. De enige kliffen zitten aan de noord- en oostzijde, in de vorm van een smalle ridge tussen de oost- en west top. We staan nu op de hoogste top en we besluiten dat we vandaag niet zo nodig op de andere hoeven te zijn gezien het tijdsplan. Na een korte pauze keren we op onze schreden terug.

Het weer intussen blijft schitterend. We genieten weer volop van de tocht. Tenslotte besluiten we dwars door het dal rechtstreeks naar Beinn Tharsuinn te trekken, in plaats van terug over de top van de Sheasgaigh. Maar voor deze beslissing hebben we een hele poos naar de kaart en het landschap staan kijken. In het dal liggen tenslotte heel veel peatvelden en de diepte is moeilijk in te schatten. Uit de kaart blijkt hoeveel hoogteverschillen er echt is tussen de top en het dal. We gaan afdalen en al snel komen we op de lage uitlopers van de heuvels dicht bij de rivier. Daar is het goed opletten om steeds de ideale route te kiezen: niet te nat en niet te veel heuveltjes weer op. Heel leuk lopen, zeker wanneer het zo lekker glooiend naar beneden gaat en we zonder al te veel obstakels bij de rivier komen. Heerlijk! We pauzeren in de zon op een paar heel grote keien, die gemaakt zijn om op de luieren zo midden in het kabbelende riviertje. En eindelijk zijn we dan helemaal ontspannen. Het is halftwee en wanneer we volgens onze schatting vóór drie uur bij het tentje zijn, dat nog 400 hoogtemeters boven ons staat, moeten we voor donker bij de auto kunnen zijn.

De klim omhoog naar de tent is weer behoorlijk steil. Dit is een zuidhelling en de zon schijnt ons genadeloos op de rug. Dat kost nogal wat zweetdruppeltjes. Zeker bij Jan met alle bagage. Echte obstakels blijven gelukkig weg. Na precies een uur klauteren staan we dan op de kleine kam en zien we een kilometertje verderop onze tent weer staan. Nog even doorwandelen en dan kunnen we de cola drinken die hier op ons lag te wachten. We pakken onze spullen bijeen en dan moet ik er ook weer aan geloven om de rugzak op te sjorren. Wel weer even wennen!

Terug op de top van de Tharsuinn, kijken we nog een laatste keer om. Het uitzicht is nog even schitterend als gisteren. En vanochtend in het ochtendlicht zagen we prachtige schitteringen in Loch Monar, dat nu weer donker in de diepte ligt. Ook de Cuillins liggen nog haarscherp aan de horizon. Wat een fantastische plek en wat een geluk dat we dit fantastische weer hebben. Het is gewoon jammer om afscheid te nemen, maar dan keren we ons toch om richting Bealach Bernaise. We lopen sneller dan gisteren, ondanks de toenemende vermoeidheid. De laatste twee topjes laten we nu liggen en met een slimme oversteek duurt het niet lang voor we weer in de Bealach zijn. Er is nu genoeg wind om hier even te pauzeren. We eten en rusten ruim voldoende, want het is maar de vraag of dat na vijf uur ook nog kan.

Weer een uurtje later zijn we terug in de glen van de Allt a’Chonais. Het oversteken van de touwbrug is geen lolletje dit keer. Net voor we beneden waren, is zoals gevreesd, de wind gaan liggen. En zodra we stilstaan zitten er wolken, nee zwérmen midges om ons hoofd. Snel, snel weer in beweging!. Het is het enige dat wat soelaas geeft. Maar halverwege de brug moet ik toch een hand van het touw halen, ik móet even langs mijn oren strijken, want kriebelen dat het doet! Jan vergaat het al net zo en we haasten ons zo snel mogelijk naar de weg. Maar ook daar vinden we geen rust. Zodra we tenslotte een heel klein zuchtje wind vinden, gaan we zo snel mogelijk wat eten en drinken opdiepen uit de rugzakken. Dat blijkt een goeie keuze. Eén bochtje verder wordt de plaag zo erg, dat we onder het lopen de netjes uit de rugzak halen en op onze hoofd opzetten. Bijna tweemaal zo snel als op de heenweg lopen we de glen door. Even na zevenen zijn we dan ook bij de auto. Nog een uur later komen we aan in Ratagan Youth Hostel, Shiel bridge.

Oost, west, jeugdherberg best
Doodmoe zijn we nu. Gelukkig haalt Jan het eten uit de auto, want ik ben helemaal uitgeblust. Met schone kleren in de hand trekken we dan naar onze respectievelijke kamers voor een overheerlijke douche. Dat geeft net voldoende puf om eten te koken en het nog op te eten ook. Na deze maaltijd en een biertje is het dan echter helemaal over. Om halfelf liggen we in bed en ik merk er niets van dat er nog vijf meiden de kamer binnenkomen die nacht.


 

Anne en Jan Vijfhuizen zijn al sinds 1993 verslaafd aan Schotland en ze zijn fanatieke Munrobaggers. Inmiddels hebben ze 126 (juni 2002) Schotse bergtoppen boven de 3000 voet beklommen.


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl