|
Nog iets minder dan 946 meter te gaan, om precies te zijn. Want vijf minuten geleden stonden we op de top van de Meall Buidhe, een Schotse berg van 946 meter hoog. Daarmee is de Meall Buidhe (spreek uit: Miel Bjoed) een van de 284 Munros, Schotse bergen van meer dan 3000 voet of 914 meter hoog (zie kader). En daarmee staat de Meall Buidhe op het lijstje van Jaap Röell (60), in het dagelijkse leven concerndirecteur gezondheidszorg van zorginstelling Cordaan. Hij is Munrobagger in zijn vrije tijd, een verzamelaar van Munros.
Voor Jaap en zijn acht reisgenoten, bijna allen ervaren klimmers, valt de snijdende wind wel mee. Zij zijn erger gewend. Zoals drie jaar geleden op de Schiehallion (1083m), een andere Munro. Toen moesten Jaap Röell, zijn zoon Louk Röell (31, 111 Munros) en vriend Erik Wijnker (32, zo’n 20 Munros) vlak voor de top terugkeren. ‘Een moeilijke beslissing’, zegt Jaap. ‘Maar het kon niet anders. Bij elke stap vooruit werden we twee stappen achteruit geblazen.’
En dit voorjaar was hij alleen op de Stob Choire Claurigh (1177m), toen er storm uitbrak. Eindeloos wachtte hij achter een rots, maar de wind nam niet af. Uiteindelijk legde hij de laatste 100 meter bijna liggend af, en kon hij de cairn – de stapel stenen op de top –net met de punt van zijn stok aantikken.
De wind hier is dus maar een briesje, maar ja, wat heb ik daar aan? Ook voor Virginie Röell- Lacaille (43), de echtgenote van neef Karel Röell (39, negen Munros), is dit de eerste Munro. En ook zij heeft er schoon genoeg van. ‘Dit is mijn eerste en mijn laatste Munro’, zegt ze bits. Ze wil hier weg, en wel nu meteen. Maar de enige manier om weg te komen, is verder naar beneden.
 Munrobaggen in Knoydart (Foto: Leen Vervaeke ©) |
Tweeënhalf uur later bereiken we – eindelijk – de rivier in het dal. ‘En, ben je al besmet door het Schotlandvirus?’, vraagt Louk, die geen spoortje vermoeidheid toont. Hij meent het nog ook. Ik brom iets onverstaanbaars. Toegegeven, ik ben best trots dat ik de top heb gehaald. En nu ik beneden sta, zal die trots de herinnering aan de ellendige afdaling snel overschaduwen. Maar zou ik dit 284 keer willen doen? Nee. Geen denken aan.
Want dat is wat Munrobaggers zoals Jaap Röell doen: Munros beklimmen, tot ze ze alle 284 hebben gedaan. In Schotland is Munrobaggen een nationale sport. Bijna vierduizend Schotten en Engelsen hebben alle 284 Munros beklommen en staan bij de Scottish Mountaineering Club geregistreerd als Munroïst of compleatist. Op die lijst staan ook vier Nederlandse Munroïsten. Jaap kan straks de vijfde worden. De Meall Buidhe van daarnet was zijn 283ste Munro. Nog één te gaan.
Dertien jaar heeft Jaap erover gedaan. De meeste Munros beklom hij alleen, sommige in gezelschap. Van zijn zoon Louk bijvoorbeeld. Die heeft er 111, en wil ooit de 284 bereiken. Dochter Eva (33) houdt de tel niet bij, maarmoet er zowat 80 hebben beklommen. Samen met zes andere familieleden en vrienden die Jaap op zijn vorige 282 bergen hebben vergezeld, zijn zij meegekomen voor Jaaps laatste twee bergen.
 Kaart van Knoydart (Foto: Bert Bruijn © ©) |
Die twee bergen – de Meall Buidhe en Luinne Bheinn (spreek uit: Loenevin) – liggen in een uithoek van Schotland. Ze liggen op Knoydart, een door bergen van het vasteland afgesneden schiereiland dat enkel bereikbaar is per boot.
Uitvalsbasis voor het gezelschap is een B&B in Knoydarts enige dorp Inverie. Een onooglijk dorpje,met 100 inwoners, 1 winkel (6 uur per week open), 1 pub (een prima keuken, als alle ingrediënten verkrijgbaar zijn), 1 basisschool (met 7 leerlingen) en 1 straat (zonder straatnaam).
Aan de rijkelijk gedekte ontbijttafel (havermoutpap, eieren, muesli, wentelteefjes, bacon en bloedworst) bekeken de klimmers vanmorgen voor het vertrek het weerbericht. Dat klonk onheilspellend: zware regen, windstoten tot 150 kilometer per uur, 10 procent kans op wolkenvrije Munros en een gevoelstemperatuur van 15 graden onder nul. ‘Moeten we die berg wel vandaag doen?’ , vroeg Louk zich af.
Samen met Jaap boog hij zich weer over de kaart. Het was te doen, oordeelde Jaap. Hij liet zijn vinger over de hoogtelijnen glijden. ‘We moeten alleen uit de wind proberen te blijven.’
Inderdaad. Het was te doen. Maar waarom zou je het willen doen? Is het trots? De competitie? Voor een stuk wel, geeft Jaap toe. ‘Elke Munro is een test. Fysiek en intellectueel, want je moet je kaart en kompas goed hanteren. Zeker als je alleen klimt, kan het hard zijn.’
 Jaap Röell aan de voet van de Luinne Bheinn (Foto: Leen Vervaeke ©) |
De Munros mogen door hun geringe hoogte eenvoudig lijken, ze zijn niet te onderschatten. ‘De meeste toppen zijn afgerond, en in de zomer denk je: waar hebben ze het over?’, zegt Jaap. ‘Maar het weer in Schotland kan zo omslaan, en kan op 500 meter hoogte helemaal anders zijn dan in het dal. Dat maakt het gevaarlijk.’
Ook de competitie speelt een rol. Jaap kan de vijfde Nederlandse Munroïst worden, maar een zesde Nederlander zit hem op de hielen. ‘Ik vind het zelf ook belachelijk’, zegt Jaap. ‘Maar het is een extra motivatie. Ik wil hem voor blijven.’
Maar Munrobaggen gaat om veelmeer dan competitie en trots, benadrukt hij. Het gaat om de overweldigende schoonheid van de Schotse bergen, die hem soms tot tranens toe ontroert. Het gaat om de woelige geschiedenis – de clanoorlogen en de strijdmet de gehate Engelsen – die zich in het weerbarstige landschap heeft afgespeeld.
Het gaat om het uitzicht. ‘Om de kleuren, de vormen’, beschrijft Jaap. ‘De leegte, de ruimte. Je voelt de oerkracht. ’Het enthousiasme blinkt in zijn ogen. Ik knik. Slechts half overtuigd.
|