|
Mamores: The Ring of Steall
Op het programma staat The Ring of Steall! Een prachtige circuitwandeling waar met mooi weer zoveel meer te genieten valt. Donderdag 7 augustus belt ‘Colin from Toon’ ons op de Glen Nevis site te Fort William op met de vraag of ik me nog steeds aan de planning houd. Alle bergvrienden hebben mijn 'Itinerary of the summer Munros 2003' al in het voorjaar ontvangen met de vraag of ze eventueel een bergje komen mee klimmen. Colin uit Newcastle wil verder weten hoe het weer momenteel is. Nou niet al te best om te gaan klimmen. Deze donderdag en vrijdag zijn de topdagen van deze zomer. Het is veel te warm en er zijn ernstige waarschuwingen gegeven om vooral niet de bergen in te gaan: 'extreme risk of dehydration, disorientation & sun-burn'. Nu zitten we eens niet vast door slecht weer maar door te goed weer. Desondanks zien we diverse klimmende domoren-met-wit-vel die alle goede raad in de wind slaan en met minimale bepakking en bedekking van de huid ‘s ochtends op pad gaan. Dat komt hen duur te staan. Tegen de avond komen deze gebraden kreeften knalrood van de Ben naar beneden gezwalkt, volkomen uitgedroogd en gedesoriënteerd ...verschrikkelijk
Vrijdagavond laat arriveert Colin. Hij heeft nog tot 17.00 uur gewerkt in zijn ramenfabriek in Newcastle, is naar huis gevlogen, heeft zijn auto ingepakt en is helemaal naar Fort William gereden om met mij een bergtocht te maken... Wat een vriend! In onze voortent staat ‘zijn bedje’ klaar.
Counter-clockwise
Aan de start van onze lange Munrotocht, 300 meter ten oosten van Achriabhach in Glen Nevis, vergapen we ons beneden in het dal bij het bruggetje over de Nevis Water aan enkele waaghalzen, die vanaf de brug de in de diepte gelegen waterval inspringen en vervolgens langs de kletsnatte rotsen weer omhoog klauteren. Colin en ik hebben besloten om de Ring counter-clockwise te lopen, tegen het advies van de meeste tochtbeschrijvingen in. Dat impliceert dat we onderweg op deze zonnige weekenddag heel wat klimmende en dalende groepjes tegenkomen. Door linksom te lopen, kunnen we op de moeilijkste passages in o.a. The Devil’s Ridge en The An Garbhanach Ridge klimmen in plaats van afdalen. Dit blijkt een zeer goed advies van onze buurman op de camping. Hij heeft de gewoonte om elke traverse tweemaal te doen eerst rechtsom en de dag(en) erna linksom.
 Colin bovenop de sleutelpassage van de Devil's Ridge (Foto: Martin Snijders ©) |
Na het aanschouwen van de wildwaterduikers zijn we dan eindelijk op weg. We bevinden ons aan de voet van Sgurr a’Mhaim die majestueus boven ons uit torent en waarvan de kwartsiet top en bovenste flanken goed zichtbaar zijn vanaf de camping. Dat uitzicht zal ik niet gauw vergeten. Twee jaar geleden zat ik hier vier dagen ‘vast’ vanwege een opgerekte achillespees en nu de voorbije twee dagen vanwege de ongelooflijke hitte.
The mother of all coincidences
Bij het eerste en tevens laatste hekje dat ons de wei in voert, ontmoeten we een lieftallige jongedame van achtenveertig. We raken in gesprek - altijd interessant bij bergbeklimmende vrouwen. Zij heeft het snode plan om ook The Ring te doen, maar volgens alle beschrijvingen: met de klok mee.
| |
'Dan zit je hier verkeerd!' |
|
Ze kijkt nog eens op de kaart en wijst dan met grootse gebaren naar boven en vervolgens naar rechts.. en daar en daar.., enz.
| |
'Dan zit je verkeerd! Daar en daar liggen Stob Ban en Mullach nan Coirean.' |
|
Dat weet ik heel zeker, want daar hebben we al eens een heel heftig dagje aan besteed op een ijskoude winterdag. Cor scheurde toen zijn spiksplinternieuwe gore-tex broek en handschoenen toen we een hoge afrastering met prikkeldraad ‘negotieerden’. Vrouwlief kijkt als een koekebakker; tegenwoordig zijn dat overigens koekenbakkers. Haar enige foutje is dat ze voor het begin van de tocht twee parkeerplaatsen met elkaar heeft verwisseld, zullen we maar zeggen. Wat nu?
| |
'Kom maar fijn met ons mee, dan gaan we gedrieën. Jij bent dan niet alleen en wij hebben vrouwelijk gezelschap.' |
|
Nou dat aanbod slaat ze niet af.
Enkele meters verder begin ik aan mijn normale kruisverhoor, niet uit nieuwsgierigheid maar uit belangstelling. Ja ja.
| |
'Hoe heet je?' |
|
| |
'Jean Robinson.' |
|
| |
'Waar kom je vandaan?' |
|
| |
'Aberdeen.' |
|
| |
'Goh, ken je toevallig Muriel Thomson?' |
|
| |
'Jazeker, dat is een van mijn vriendinnen.' |
|
Ja hallo, zo kan-ie wel weer. Wat een kleine wereld. Uitgerekend met Muriel heb ik afgesproken om over twee dagen Beinn Fhada en The Hunters’ Pass te beklimmen. Maar dat weet die blonde Jean nog niet. Het is me trouwens wat dat een dame zover reist, drieëneenhalf uur vanuit Aberdeen, om met mij een berg te beklimmen. Ik voel me er zeer door vereerd.
| |
'Muriel heeft me gevraagd om over twee dagen o.a. Beinn Fhada te beklimmen. Ze doet dat samen met een Nederlandse Munrobagger. Graag was ik meegegaan om hem eens te ontmoeten, maar helaas moet ik maandag werken.' |
|
| |
'Nou, zeg, Muriel is ook een van mijn vriendinnen en ik ben die Nederlander!' |
|
Kleine wereld niet waar? Muriel is oud-golfkampioen van Schotland en werkt als golfprofessional elk weekend en heeft dan de twee dagen erna vrij. Jean is er een weekendje opuit met dertig leden van een bergsportclub uit Aberdeen. Alle anderen zijn gaan rotsklimmen, maar Jean wilde een lange inspannende wandeling maken met veel hoogtemeters. Wegens de hitte is ze net als wij al heel vroeg op pad. En omdat ze zich in de parkeerplaats heeft vergist, ontmoeten we elkaar hier zo maar! Kan iemand een kansbereking maken voor dit enorme toeval? Super coincidence.
Met rasse schreden gaat ons fitte, gemotiveerde trio op stap. In iets meer dan twee uur malen we de meer dan duizend meter hoogteverschil weg. Gelukkig zitten we aan de noordwest zijde van de berg zodat we geen last hebben van de zon en het grootste deel van de beklimming in de schaduw zitten van deze ‘peak of the large rounded hill’. Op het moment dat de hellinggraad afneemt bevinden we ons allang in uitgestrekte kwartsiet puinvelden. Opeens lopen we te dampen in de felle zon, neemt de hitte snel toe en worden we verblind door het op het witte gesteente weerkaatsende licht. Het uitzicht vanaf deze dominerende berg in de westelijke helft van de Mamores-keten is geweldig. Je ziet de hele Ring of Steall, Ben Nevis en de Aonachs van dichtbij en een oneindig aantal toppen rondom tot heel ver weg.
The Devil's Ridge
Zuidwaarts doemt The Devil’s Ridge op. Op weg erheen begint mijn hart sneller te kloppen. Patrick is er niet bij. Kan ik deze graat bedwingen? Eventueel ook nog zonder de bypass te nemen?
Op een 'tricky pitch' ben ik blij dat we het advies van de buurman op de camping hebben opgevolgd. We moeten op de sleutelpassage, een zeer steile plaat, enkele meters omhoog klauteren. Met enig gewurm en de nodige hartkloppingen lukt het net. Hier was ik niet graag naar beneden geklommen.
 Sgurr a ' Mhaim, Devil's Ridge vanaf Sgor an Iubhair (Ring of Steall) (Foto: Martin Snijders ©) |
Het is een steeds terugkerende afweging bij bergbeklimmen: als ik ergens omhoog ga en ik kan naderhand niet verder, kan ik daarna dan ook weer naar beneden? Als er voldoende escape mogelijkheden rondom zijn, zoals hier, is het niet zo’n probleem. Maar we hebben wel vaker een gefundeerde beslissing moeten nemen als de consequenties niet waren te overzien: hier verder of niet. Patrick is naderhand thuis verrast dat ik The Devil’s Ridge beklommen heb zonder van de bypass gebruik te maken, zoals Igor en hij enkele jaren geleden deden. Na deze heerlijke klauterpartij zijn we 'in the mood' en kunnen de hele wereld aan.
- In de ban van de ring
Achtereenvolgens gaan voor de bijl op The Ring of Steall -
- • Sgurr a’Mhaim 1099 m (Munro)
- • Stob Choire a’Mhail op de Devil’s Ridge (Top)
- • Sgor an Iubhair 1001 m (Top)
- • Am Bodach 1032 m (Munro)
- • Stob Choire a’Chairn 981 m (Top)
- • An Garbhanach 975 m (Munro)
- • An Gearanach 982 m (Munro)
 Stob Ban 999m vanaf Sgor an Iubhair (Ring of Steall) (Foto: Martin Snijders ©) |
Op Sgor an Iubhair houden we onze tweede pauze. Van hier heb je een fantastisch uitzicht op Stob Ban met zijn indrukwekkende corrie. Op de voornoemde, memorabele, ijzige februaridag in 1998, de laatste van de vakantie, maakten Cor, Patrick en ik daar een onvergetelijke tocht. Deze noordkom was volledig verijsd: staalblauw ijs met overhangende pakken sneeuw. Gedurende de gehele afdaling door Coire a’Mhusgain moesten we op onze stijgijzers balanceren. Beneden in het dal kleedden we ons toen om, gooiden alle natte en bezwete spullen in de achterbak en reden terug naar ons B&B adres in Kendal waar we ‘s nachts om half twee arriveerden. Een groot gedeelte van de autoweg hadden we door arctische sneeuwbuien slechts dertig kilometer per uur kunnen rijden. Nu is het prachtig weer en is het moeilijk om je de ontberingen van vijf jaar geleden voor te stellen. De psychologische truc, die zo mooi herinneringsverfraaiing heet, doet altijd grondig zijn werk. Anders heeft de mens geen leven.
Verder gaat het naar Am Bodach waar ik Patrick met zijn 258 Munros in aantal evenaar. Onmiddellijk doe ik mijn metgezellen kond van dit feit en uiteraard wordt er een feestje gebouwd. Mijn makkers trakteren me op enkele lekkernijen en leggen alles op de gevoelige plaat vast. Patrick beklom deze berg met Igor, op twee weken na negen jaar geleden. Het was pas zijn negende Munro.
Zoon weer ingelopen
Een en ander impliceert dat ik Patrick op de volgende Munro na twee jaar weer in aantal voorbij ga. Op dus naar Stob Coire a’Chairn. Daar treffen we twee stellen Munrobaggers die allen aan hun tweede ronde bezig zijn. Zo’n Nederlandse collega vinden ze steeds weer interessant. Ook hier wordt uitgebreid gepalaverd, gefeest en gefotografeerd. Het spreekt voor zich dat ik mijn junior bergvriend per GSM op de hoogte breng van de verandering in onze Munrotop hiërarchie.
Deze berg was begin mei 1997 voor mij een maatje te groot. Op weer zo’n arctische dag als tijdens onze Stob Ban klim waren we met z’n tienen vanuit Glen Nevis vertrokken. Vanaf de wiebelende wire bridge over de donderende Nevis Water voerden we het verhaal van de tien kleine negertjes op. De eerste drie strandden voor of op de brug. De volgende drie na een ijzige klim naar de top van An Gearanach. Iets verderop verstijfden mijn neef Frank en ik bij de aanblik van de steile, verijsde graat naar An Garbhanach en wat ons daarachter nog stond te wachten tijdens de afdaling en klim naar Stob Coire a’Chairn. Wetende dat we hier ook weer moesten terugkeren, besloten Frank en ik gelijktijdig om de laatste twee ‘negertjes’ te laten gaan. Achter enkele rotsblokken weggedoken, beschut tegen de horizontale sneeuwjacht, hielden we elkaar anderhalf uur gezelschap totdat Cor en Patrick terug waren van hun halsbrekende toeren over de verijsde platen. Dat wachten en niet verder gaan impliceerde tevens dat ik hier ooit nog eens, wellicht alleen, zou moeten terugkeren voor An Garbhanach en de erachter liggende Stob Coire a’Chairn
An Garbhanach
Nu, komende van de andere kant, hebben we een prachtig uitzicht op de scherpe An Garbhanach graat. Een half uur later zijn we op de bealach aan het begin van de klim. We ontmoeten er een dapper Belgisch meisje dat in haar uppie met een klein rugzakje op ook The Ring doet. Wat ik zes jaar geleden niet durfde, lukt nu wel. Maar ja, het is dan ook droog en lekker weer en . . . door onze ‘tegendraadse’ planning kunnen we nu heerlijk klimmen. Wat een prachtige graat! In mijn optiek doet-ie niet onder voor The Devil’s Ridge. Eerlijk gezegd heb ik er enorme bewondering voor dat Patrick en Cor erin slaagden die steile graat in linke winterse omstandigheden te bedwingen. Op en af nog wel. Jean en Colin nemen hun tijd om onderweg een reeks plaatjes te schieten.
 An Gearanach & An Garbhanach vanaf Stob Coire a'Chairn (Ring of Steall) (Foto: Martin Snijders ©) |
Zelf klim ik in een ruk door naar boven. Heerlijk. Mixed terrein. Steile platen, scherpe graat, los puin. Nu eens bevind ik me aan de westzijde, dan weer vind ik een betere lijn aan de oostkant. Wat een genot om zo in je uppie te klimmen. Dat zou ik iedere dag wel willen doen. Eenmaal boven zie ik Jean en Colin nog allerlei klimfratsen uithalen op de diverse torentjes. Op de top rust ik even uit en zie achter me de graat waar ik jaren naar heb uitgekeken met de obsessieve vraag: kan ik die wel aan? Eindelijk heb ik mijn antwoord. Weer een obstakel minder op weg naar mijn einddoel. Het zijn van die belevenissen die je nooit vergeet, een diep in de ziel gekerfde ervaring. Ditzelfde obstakel zal ik -zelfs als ik alle Munro heb beklommen- ooit nóg eens een keertje overwinnen. Omdat-ie zo mooi is en zo uitdagend. En gewoon omdat-ie er is.
Verder gaat het, naar de laatste top. Liefst even alleen zodat ik me volledig op het klimmen kan concentreren. Er is geen haast. Op mijn dooie akkertje kan ik de beste lijn zoeken over de hooggelegen verbindingsgraat naar An Gearanach. Hier is het weldra waar Frank en ik zes jaar geleden niet verder durfden. De steile rotsplaten aan weerszijden van de scherpe graat zijn kurkdroog en bieden optimale wrijving aan de eveneens kurkdroge bergschoenen. Althans de zolen zijn droog. Binnenin is het enigszins zweterig. Opeens bereik ik de plek waar we toen achter enkele rotsblokken beschutting vonden. Dat wil tevens zeggen dat ik ietsje verder de cairn van de laatste Munro van de dag kan zien.
Lekker stel
Jean en Colin hebben zich intussen bij mij gevoegd en zien een ouder echtpaar in onze richting komen. Hij loopt parmantig en kwiek voorop. Groet ons met een zekere blik van kijk eens wat ik kan: eitje! Maar vrouwlief loopt bij het naderen van de vervaarlijke platen steeds langzamer met een angstige blik van waar-ben-ik-aan-begonnen. Haar door een verkeerde generatie ingeprente gedweeheid wint het nog van haar assertiviteit. Als een vrouw demonstratief begint te dralen, dien je op zestigjarige leeftijd onderhand wel te weten dat ze het allemaal niet zo ziet zitten. Onder het oog van nog meer toegestroomd volk, dat deels geamuseerd, deels geërgerd de situatie gadeslaat, dwingt hij vrouwlief ongeduldig gesticulerend op te schieten. Het is nog zo ver, het wordt nog zo lastig en het is al zo laat. Dan moet je toch begrijpen dat haast geboden is. Waarom treuzel je dan zo! Manlief heeft last van zijn verkeerd geprogrammeerde hormonen en krijgt maar niet in zijn dikke schedel dat het niet aangaat om nog zo laat aan een dergelijke onderneming te beginnen... met iemand die overduidelijk tegenzin tentoonspreidt.
Maar weldra staan ons nog meer van zulke taferelen te wachten. Wat ben ik dankbaar dat mijn partner me nooit in mijn dadendrang beperkt of van mijn vrijheid berooft. Kortwiek een vogel en hij kwijnt weg. Kun je je vleugels niet uitslaan dan kun je nooit meer achter de horizon gaan kijken en zit je in je eigen wereldje opgesloten. Dromen gaat nog wel, maar dat is toch anders dan de realiteit.
Tenslotte zijgen we neer bij de afgebrokkelde cairn van An Gearanach. Voor mij een hernieuwde kennismaking. Nu heb ik de top via de zomerse zuidgraat bereikt, toen via de steile noordwand in de winter. Heerlijk om dezelfde omgeving te zien in een totaal andere setting. Twee uitersten. Wat een verschil. Het lijken wel andere bergen. Die afwisseling van niet alleen landschappen, maar ook weersomstandigheden, die enorme diversiteit van alle aspecten maakt het Munrobaggen juist zo aantrekkelijk. Geen berg is hetzelfde en dezelfde berg is ook steeds anders.
Dikke-domoor-dertigers
Wat een euforie over wat we vandaag hebben bereikt. Bovendien hebben we nog zeker een uur de tijd om boven te blijven genieten voordat we moeten afdalen. En dan verschijnen opeens enkele dikke-domoor-dertigers! Hevig zwetend en puffend vallen ze naast ons neer. Snakkend naar adem en met droge lippen smek(k)end naar een druppel water. Geen fleece, lage wandelschoenen, korte katoenen (!) broek en shirt, geen rugzak en dus geen reserve vanalles. Slechts een flesje in de hand: leeg! Het is exact vier uur in de namiddag.
| |
'Is er hier ergens water te krijgen?' |
|
| |
'Jazeker, in het dal waar jullie vandaan komen.' |
|
| |
'Is er nergens op de graat een stroompje of een lochan op de bealach?' |
|
| |
'Nee! Alleen overal bijna duizend meter lager.' |
|
De ene maat tegen de op zijn rug bewusteloos liggende bierbuik:
| |
'Ik zei je toch vanmiddag dat we te laat op pad waren voor The Ring. Hadden we gisteravond maar niet zoveel zitten ‘boozen’' |
|
Dan aan ons gericht:
| |
'Hoe lang is het nog voor de rest van de tocht?' |
|
Alledrie zijn we het erover eens dat het deze gentlemen nog veel tijd zal kosten en we vertellen er niet bij dat we onderweg vaak hebben gepauzeerd.
| |
'Zo’n uurtje of zeven. Wij zijn om negenen begonnen en nu is het vier uur.' |
|
Nu komt de ware geest van de doorsnee zuipende Glaswegian boven drijven:
| |
'What the fuck . . . we’re going anyway.' |
|
Ondanks het trieste aanzicht en hun niet zo prettig vooruitzicht hebben we toch heel wat gelachen. De naast me liggende doorsnee pubbewoner gaat van verbazing rechtop zitten als hij ziet dat ik nog een volle tweeliterfles met mineraalwater uit mijn rugzak tevoorschijn tover. Zijn smachtende blik verraadt wat hij denkt: nog zoveel water op het einde van een tocht! Dan klopt er iets niet in je bovenkamer. Genereus vul ik zijn flesje en in enkele teugen is het een minuut later weer leeg. Nogmaals vullen. Nu doet hij er wat langer over: drie minuten. Maar weer leeg. Dus vul ik het voor de derde keer met de mededeling dat hij dat voor onderweg moet bewaren voor acht uur ‘s avonds! Daar kan-ie wel hartelijk om lachen, de zielenpiet. Hij heeft geen slok gedeeld met zijn maat die ietsje verderop zit.
 Steall Waterfall (Glen Nevis) (Foto: Jean Robinson ©) |
Naar het dal
Enfin. Het is tijd om het dal weer eens op te zoeken. Lekker ontspannen via de eindeloze zigzagpaadjes afdalen. Toen we hier de vorige keer omhoog gingen woei er een ijzige wind die met scherpe sneeuwkorstjes het gezicht geselde. Een groot verschil met nu. In een uurtje zijn we beneden en kan ik zowaar door de River Nevis waden. Jean en Colin nemen de driedelige kabelbrug 'for the experience'. De vorige keer raasde hier het water een meter hoger onder door. Maar dat weerhield de 'adventure boys' er niet van om mij te grazen te nemen. Toen ik me midden op die ene staankabel boven het bulderende water bevond, begonnen ze er met zijn drieën zolang aan te hengsten dat ik uiteindelijk alleen nog maar met mijn volle rugzak op aan mijn twee armen hing te bengelen. Een toeziende groep Ierse bergbeklimmers vond het wel een leuke vertoning. De begeleidende gids ook. Toen we uiteindelijk echter samen aan de overzijde waren, zei hij dat we een grote fout hadden gemaakt: ik had de gespen van de rugzak los moeten maken. Wanneer je onverhoopt te water raakt kan een volle rugzak je naar beneden trekken en in ‘de hitte van de strijd’ vind je dan niet snel genoeg de gespen. Weer wat geleerd.
Tenslotte nog het altijd onvergetelijke stukje door de ruige Himalayakloof naar de hoogstgelegen parkeerplaats in Glen Nevis. Hier hebben we ‘s ochtends vroeg eerst de auto van Colin geparkeerd op de plek waar Jean volgens haar planning had moeten beginnen. Maar gelukkig is het allemaal anders gelopen en hebben we er weer een fanatieke medemunrobagger bij. U begrijpt natuurlijk wel dat wij mannen die dappere Jean de gehele dag in de watten hebben gelegd. Zij noemt ons voortaan ‘My Steall Seducers’. Dit is toch een nette, geoorloofde manier van verleiden, nietwaar?
Een half uurtje later zijn we thuis en worden we door Lucy verwend met soep en wat dies meer zij. Jean blijft nog een uurtje, wil op tijd naar bed om morgen nog een uitstapje in de bergen te maken. Colin blijft weer in de voortent slapen. Maar eerst hebben we tot na middernacht genoten van de vier (!) bijna professionele fotoboeken die hij heeft meegenomen. Hij doet in mijn optiek echt niet onder voor dé Colin Prior.
Wat een voorrecht om zo’n ongelooflijk mooie dag te mogen beleven.
Naar het volgende deel: Klimmen in Kintail...
|