De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- De laatste afgelegen Munros - voorjaar 2004-

A faint-astic walk in the Cairngorms

Door: Martin Snijders

 
 Je bent hier:  Home > Munros > Martin Snijders / De laatste afgelegen Munros (2004) > A faint-astic walk in the Cairngorms

Zaterdag 1 mei 2004

Vandaag is het meteen raak: de zwaarste tocht van de week voor de boeg.

  Carn Cloich-mhuilinn (Top, 942 m)
  Beinn Bhrotain (Munro, 1157 m)
  Monadh Mor 1113 m (Munro, 1113 m)
  Sgor an Lochain Uaine / The Angel’s Peak (Munro, 1258 m)
  Cairn Toul – South Top (Top, 1213 m)

Carn Cloich-mhuilinn
Via Carn Cloich-mhuilinn winnen we gestaag hoogte door uitgestrekte, kuithoge heidehellingen en belanden op het zuidwestelijke Cairngormplateau. Deze qua specifieke kenmerken oninteressante bijtop van 942 meter, Peak of the Millstone genaamd, is bij Munrobaggers beroemd vanwege de historische achtergrond.

Sir Hugh Munro, die eind negentiende en begin twintigste eeuw de volledige Highlands in kaart bracht, voorzover het de drieduizend voet toppen betrof, stierf door longontsteking in 1918. Toen had hij alle toppen beklommen... behalve de Inaccessible Pinnacle (die hij als een bijtop van de acht meter lagere Sgurr Dearg beschouwde – de reden moge duidelijk zijn) en... Carn Cloich-mhuilinnn. Deze laatste had hij geclassificeerd als echte Munro en bewaard <I>'for my final one.'<I> Hetgeen helaas dus net niet lukte.

Ofschoon ik niet helemaal in goeden doen ben - obstipatie is de boosdoener - lukt het mij wel. Grote druk in mijn maag is er de oorzaak van dat ik te weinig eet en het daardoor ontstane energiegebrek zal me tegen het einde van de tocht zwaar opbreken. Had ik vorig jaar in de Great Wilderness op een dag een groot probleem met de nieren door te weinig te drinken, nu zal de machine gaan haperen door ongewilde bezuiniging op de vaste stookkosten. De high calory Mars- Muesli- en Bountyrepen zullen ongebruikt dertig kilometer lang extra bagage vormen


Link naar de beschrijving van Beinn Bhrotain op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Beinn Bhrotain op MunroMagic.com

Beinn Bhrotain
Omhoog gaat het tot 1157 m. Na deze eerste Munro in 2004 ‘de Heuvel van Brotan, de kettinghond’ volgen we de scherpe rand van de noordelijke kom, Coire Cath nam Fionn geheten, tot aan onze tweede Munro Monadh Mor, Big Hill 1113m. Op weg van de bealach, het zadel, naar boven moet ik nu al af en toe pauzeren: de ingewanden bewerken me behoorlijk, maar de ‘desperate need’ vertaalt zich niet in een of meerdere bommetjes. Dus blijft de verwerkingsfabriek buiten bedrijf en kan er geen nieuwe brandstof in, die hard nodig is vanwege de aanslag op de energievoorraad.

Patrick springt rustig met zijn handen in zijn zak van rots naar rots of manoeuvreert ertussendoor. “Wat doe je nou als je uitglijdt en op je gezicht dondert omdat je je handen niet op tijd uit je zakken krijgt?' Deze vaderlijke vermaning kan ik me gemakkelijk permitteren want, echt waar, ik heb bij alle Munrotochten nog nooit een pijnlijke schuiver gemaakt. Het geluk is met de dommen, hoor ik anderen dan wel eens hardop denken. Nog geen vijf minuten later is het echter tijd voor het volgend historisch feit. Senior glijdt plotsklaps van een kantelend rotsblok en kan zich op zijn rechterpols opvangen. Die ligt vervolgens zwaar geschaafd open en bloedt als een rund. Oorzaak is natuurlijk de spiksplinternieuwe donkere zonnebril die ik in verband met het felle zonlicht in de sneeuw nog geen kwartier in gebruik had. Door verandering van focus was het zicht en inschattingsvermogen nog niet geheel scherp gesteld. En helaas had ik, zoals gewoonlijk in Munrovia, geen handschoenen aan. Bovendien zitten de verband- en medicijnspullen onder in mijn rugzak. Tegen de tijd dat Patrick die eruit heeft gevist, heb ik de wond schoon gezogen. Het splinternieuwe flesje betadine dat ik pas twee dagen voor vertrek heb gekocht . . . ligt echter nog in de auto. De wond zal de hele vakantie blijven etteren, omdat er voortdurend zweet in loopt en de mouw van de fleece trui of jas erlangs schuurt.

Kaart met de route(Klik voor een vergroting)
Kaart met de route (Klik voor een vergroting)

Patrick vindt het prachtig om me de rest van de week te blijven plagen: 'Ich val noeëts – jao, jao.' Dat is zijn terechte revanche op senior die altijd alles beter weet en die hem bij vorige gelegenheden - wanneer junior opeens tussen de rotsblokken lag - eerst uitgebreid ging fotograferen alvorens hem te hulp te schieten.


Link naar de beschrijving van Monadh Mor op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Monadh Mor op MunroMagic.com

Monadh Mor
Op de top van Monadh Mor bevind je je op achttien kilometer afstand en vijfeneenhalf uur lopen van de dichtstbijzijnde parkeerplaats te Linn of Dee. Omdat we gisteren al een deel daarvan hebben ‘ingelopen’ naar ons basecamp kunnen we er nu nog een derde Munro aan vastplakken. Via een grote omweg langs Loch nan Stuirteag klimmen we gestaag naar ons hoogste punt, tevens een hoogtepunt van deze vakantie: The Angel’s Peak 1258 m. Na Ben Nevis 1344 m, Ben Macdui 1309 m, Braeriach 1296 m en Cairn Toul 1291 m is dit de hoogste Munro in Schotland. Op Ben Nevis na kun je ze van hier, het dak van de Highlands, allemaal zien flonkeren in de verblindende sneeuw.

Angel's Peak - west flank
Angel's Peak - west flank
(Foto: Patrick Snijders ©)

Acht jaar lang heb ik uitgekeken naar deze allerlaatste Munro van de Cairngorms. In 1996 maakten Patrick, Igor en ik hier op 9 augustus onze langste tocht ooit: vanuit het noorden via de Lairig Ghru naar de Devil’s Point en Cairn Toul vice versa – meer dan 40 km en 1600 hoogtemeters. We waren toen, inclusief drie pauzes van twintig minuten, elf uur onderweg. Het weer was niet geweldig en van ver onder de toppen was er zo weinig zicht dat we het er niet op waagden om via het uitgestrekte featureless Braerich-plateau terug te keren.


Link naar de beschrijving van Sgor an Lochain Uaine / The Angel’s Peak op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Sgor an Lochain Uaine / The Angel’s Peak op MunroMagic.com

The Angel’s Peak
Waarom vertel ik dat? Wel, twee dagen later was het een stralende, zonnige zondagmorgen en beklommen we met Lucy Braeriach. In de Lairig Ghru zagen we de steile rotswanden aan weerszijden, dit in tegenstelling tot twee dagen ervoor toen we hier vanwege dichte mist het gevoel hadden door een lange, donkere tunnel te lopen. De cairn van Braeriach bood een geweldig uitzicht, net als nu. En in de verte lonkte . . jawel . . . Cairn Toul. Dus togen Patrick en Igor op weg om te ontdekken wat we twee dagen tevoren helaas allemaal hadden gemist, maar ik bleef bij Lucy. Onderweg moesten ze nog over een aardige bult, Sgor an Lochain Uaine (1258 m), the peak of the little green loch, een hemels meertje hoog in de bergkom. Enfin, tot mijn grote frustratie werd deze Angel’s Peak bij hermetingen opgewaardeerd tot een heuse Munro! Je kunt het als een straf opvatten dat je bij je vrouw blijft, maar ik zie het - nu na jaren – als een beloning, omdat ik nog eens terug moest om mij missie te voltooien.

Vijf jaar later, 7 augustus 2001, was het zover! Maar de weergoden staken er voor de tweede maal een stokje voor. Op die laatste dag van onze zomervakantie was het zo’n verschrikkelijk slecht weer dat een poging vanaf Feshie over de uitgestrekte moerasvlakte van de Moine Mhor onbegonnen werk was en zeker onverantwoord in dat angstaanjagende onweer.

En nu - driemaal is scheepsrecht - slaag ik eindelijk. Het is de moeite meer dan waard: prachtig weer, de steile noordelijke kommen vol sneeuw en rondom de Cairngormtoppen die we allemaal hebben bedwongen. Section 9 completed! .

Kaart van 'Section nine': Spean Bridge to Elgin(Klik voor een vergroting)
Kaart van 'Section nine': Spean Bridge to Elgin (Klik voor een vergroting)

Cairn Toul
Via de South Top van Cairn Toul keren we terug van dit meest afgelegen punt van de dag, We zijn al bijna zes uur onderweg, maar hebben gelukkig de meeste klimmeters achter de rug. Bij de steile afdaling door Coire Odhar naar de beroemde Corrour Bothy kan ik me nog haarscherp de plek herinneren waar we acht jaar daarvoor tijdens onze beklimming naar Cairn Toul een jongeman met zijn vader tegenkwamen. Ze hadden de Devil’s Point al beklommen en waren, net als wij nu, op weg naar de bothy waar ze overnachtten. Die vader en zoon waren ongeveer even oud als wij nu. L’histoire se repète . Hoewel Patrick en ik niet de enige klimmende zoon en vader zijn, beschouw ik ons toch als een zeldzaam stel bergbeklimmers, zeker als Nederlanders in de Highlands.

In het dal
Bij de bothy is het aangenaam druk; er hangen klimmers rond ‘van overal en ver weg’ en er is zelfs een Poolse student. We kletsen wat en nemen twintig minuten rust. Ik drink een beetje, maar iets eetbaars naar binnen werken lukt niet. Dan maar op weg naar de laatste hindernis: het acht kilometer lange pad aan de oostzijde van de River Dee. In een woord verschrikkelijk. Maar zelfs dat heeft zijn eigen charme. Het terrein is niet belangrijk, maar wel het feit dat je loopt. En wat zegt de filosoof:

Lopen is iets kinderlijks en primitiefs. Dat is volgens mij het aantrekkelijke eraan. Je werpt alle ketenen der beschaving af. Terwijl je aan het lopen bent, ga je terug naar de oertijd. (Joe Henderson)

Het stippellijn-op-de-kaart pad is door allerlei noodgedwongen omwegen zeker tien kilometer. Het is eigenlijk nergens een pad, slechts een verzameling punten van wanhopige voetafdrukken, meestal vervaagd in de natte turf, op kilometers onherbergzaam terrein.

Na dertig kilometer is de pijp leeg. De beentjes weigeren. 'Als je nu gaat rusten, kom je voorlopig niet meer rechtop . . het is nog maar een half uur . . . slechts twee kilometer . . . daarachter ligt ons tentje' , spreekt Patrick me vaderlijk moed in. OK, doorgaan dan maar. Tien minuten later echter, de tent in zicht, wil geen van beide voetjes meer voor de ander. De benen worden zo slap dat ze elastisch onder het gewicht zodanig doorbuigen dat effen later mijn achterste zich als vanzelf op het pad bevindt. Druk telefonisch overleg tussen de bovenkamer en de rest: 'Bekijk het maar... we zijn even uit de running... los het probleem maar zelf op.'

Automatisch maak ik de strakke heupband van de rugzak los en ook de broekgesp, zodat de volle voorraadkamer opgelucht kan uitbuiken. Wat een bevrijdend gevoel. En dan ga ik langzaam van mijn stokje, achterover op de rugzak, hoofd tegen een rotsblok, helemaal van de wereld. Een heel ver 'Pap, paaaap' doet me ontwaken. Patrick blijkt me wel tien keer te hebben toegeroepen. Hij is erg ongerust en denkt dat ik een lichte hartaanval heb gehad. Dat kan natuurlijk iedereen overkomen; zeker na een zware tocht op deze plek: OS kaart 43 – 000897!

Gelukkig kan ik Patrick enigszins gerust stellen. Ik laat me voor elke zware klimvakantie door de dokter onderzoeken en die heeft me nog altijd kerngezond verklaard. Ik weet zeker dat mijn obstipatie de boosdoener is. Klimvriend en bijna-dokter Frank Toonen zal later verklaren dat dit samen met te geringe energievoorziening inderdaad de oorzaak moet zijn. Waarschijnlijk was deze fysieke man-met-de-hamer ingreep noodzakelijk om me even helemaal te laten ontspannen. Nog geen minuut later voel ik eindelijk de langverwachte aandrang. Meteen gaat vlak naast ‘het pad’ de broek omlaag en doet de ‘grote ontstopper’ zijn werk. Tjonge, wat een bevrijding.

Ogenblikkelijk werkt de telefooncentrale weer op volle toeren: 'Eten en drinken.' De supermarkt gaat open en alle heerlijks laat zich nu smakelijk verorberen. Een kwartier later ziet de wereld er, bij de ondergaande zon, geheel anders uit. Martin is weer boven jan en snelt op het einde van de tocht weer als vanouds naar zijn slaapmatje in de hei.

Voorbij de uitersten van vermoeidheid en onrust vinden we misschien een mate van rust en kracht waarvan we het bestaan zelfs nooit hebben vermoed, bronnen van kracht die nooit zijn aangesproken omdat we nooit door de versperring heen zijn gebroken. (William James, filosoof)

Het feit dat ik drie akelige jeukbulten heb opgelopen van een steekvlieg en, onvermijdelijk, weer twee teken hebben moeten verwijderen -hoe komt zo’n beestje op de eikel terecht- maakt het medische dossier van deze faintastic walk volledig. Na deze wederwaardigheden verfris ik me als een voldane Adam in de koude Allt an t-Seilich, dan verorberen we ieder een heerlijke ‘trog’ ham, kaas en prei van 900 kilocalorieën en slapen ongestoord bijna de klok rond. Het afgepeigerde en door een jeukbult ontsierde gezicht doet me denken aan een anekdote na een andere zware tocht:

Martin:
  'Mijn hoofd is net zo lelijk als de voeten van Huub.'  
Lucy:
  'Maar die kan daar nog sokken over aantrekken.'  
Patrick:
  'Waarom denk je dat pap een balaclava heeft gekocht.'  

(Statistieken: geklommen 1600 m – gelopen 32 km – 10 uur)

Naar het volgende deel: De Heuvel van de Vioolspeler...


 
Martin Snijders

Martin Snijders

Martin Snijders is de derde Nederlander die alle Schotse Munrotoppen (bergen hoger dan 3000 voet) heeft beklommen. Zijn compleation was op 29 augustus 2004.
Lees ook de andere verslagen van Martin Snijders...

Dit artikel heeft Martin Snijders © in 2005 geschreven voor het decembernummer van 'Beyond The Top', een in kleine bergvrienden-kring uitgegeven kwartaalblaadje.


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl