|
Cheesecake
Al met al arriveerden we in 1998 dus pas na vijfeneenhalf uur aan de voet van de angstaanjagende noordwand van de ‘Cheesecake’. Dichte mist verhulde helaas de ideale lijn op de tweehonderd meter hoge, angstaanjagend steile noordwand van de ‘Cheesecake’. Ik zie Cor nog in zijn gele Gore-tex als een kanarie hangen tegen de eerste van vele bijna loodrechte rotslagen. Op verzoek van Frank die ‘in verwachting’ was van hun eerste baby en het lot niet wilde tarten, maakten we na enkele vergeefse pogingen toch maar rechtsomkeert. In allen gevalle (wat er ook gebeuren mag) heeft ieder zijn eigen verantwoordelijk en dat dien je te respecteren. Ik was toen in elk geval blij dat we niet verder gingen en heb ‘dit klimprobleem’ jaren voor me uitgeschoven. Nu, na de tocht, weet ik dat we zeker twaalf uur onderweg zouden zijn geweest en in het stikdonker onze tenten hadden moeten zoeken als we toen toch verder waren gegaan.
 Bidein a’ Choire Sheasgaigh, alias Cheesecake in de zomer (Foto: Anne Vijfhuizen ©) |
Hiervan hebben we dus geleerd dat de huidige aanpak, daags tevoren basecamp inrichten, beter is. Ervaring krijg je door ondervinding. Aan de voet van de North Face houden we onze eerste pauze. Hoewel Patrick veel zelfvertrouwen uitstraalt, heb ik toch mijn twijfels of ik deze wand wel kan beklimmen. Wanneer je je op Beinn Tharsuinn bevindt, ligt de 945m hoge ‘Peak of the Corrie of the Milkless Cattle’ in volle glorie voor je: een angstaanjagend gezicht. En dat is pas het bovenste gedeelte ervan. Eerst moet je na een plateau weer een paar honderd meter naar beneden om aan de voet van de steile noordwand te geraken. En hoe verder je daalt hoe indrukwekkender de overkant wordt.
Helemaal beneden, vanaf de Bealach an Sgoltaidh, slaat de schrik me echt om het hart. Daar sta je dan aan de voet van die indrukwekkende reus . . . en je weet dat je daar al eens, met z’n vieren nog wel, bent omgekeerd. Dat heeft een vernietigend psychologisch effect op je geest.
Patrick voelt mijn nervositeit en stelt me op mijn gemak. Hij heeft touwen, carabiners en schlingen meegenomen om de held op sokken eventueel te zekeren, maar moet toch wel lachen als ik er retorisch uit flap: 'Hoe wil je nou zo’n ouwe zak zekeren aan die touwtjes en veiligheidspelden?' Enfin, hij krijgt al gauw gelijk met zijn geliefkoosde dooddoener: appearances are deceptive!
Eenmaal op weg kijk ik niet meer omhoog, omlaag of opzij, maar focus me volledig op de bergschoenen van de klimgeit voor me. Tweemaal steken enkele rotsen zodanig uit dat Patrick me te hulp schiet. Het zweet gutst van mijn lijf. Maar, geloof me, dat komt voornamelijk door de spanning: de psychische druk en nervositeit zijn stoom aan het afblazen. Lichamelijk kan ik dit echter makkelijk aan en daar geniet ik ook van. Steeds weer zijn we bijna boven, een bekend verschijnsel bij concave hellingen, en bij de zoveelste keer is het eindelijk zover. Ik kan mijn geluk niet op en sluit junior met tranen in de ogen in mijn armen. Weer een ervaring rijker en wat een rijkdom en vrijheid schenkt de bergsport. Je bepaalt je eigen route, je eigen tempo, je eigen gezelschap. Niemand heeft iets over je te zeggen en als het moeilijk wordt, kun je zelf beslissen om door te gaan of om te keren. En al die onvergetelijke indrukken onthullen je diepste emoties.
Veel mensen deinzen terug voor de heuvels. Ze maken het zichzelf gemakkelijker, maar dat beperkt hun vooruitgang. Hoe vaker je iets herhaalt, hoe sterker je wordt. (Joe Catalano, hardloopcoach)
 Top van Bidein a' Choire Sheasgaich (Foto: Patrick Snijders ©) |
Twintig minuten later staan we helemaal boven op de besneeuwde top. Een half uur pauze beloont ons met een Anton Pieck panorama van bepoedersuikerde toppen, op vier na alle beklommen. Deze ‘Pinnacle of the Corrie of the Farrow Cattle’ is nu mijn 270ste Munrotrofee.
|