Bij de cairn van de 1007 meter hoge ‘Bare Hill of the Boggy Place’ maak ik alleen een foto van mijn behagelde maatje. Snel wegwezen. Gelukkig is het zo koud dat het ‘Veen’ op deze ‘Kale Heuvel’ niet zompig is.
Tijdens de afdaling houdt het plots op en breekt de zon weer door. Dat is een van de mooie facetten van het Munrobaggen: eindeloos afwisselende landschappen en vier seizoenen op een dag! En iedere keer weer die voldoening na zware inspanning. Het is gewoon fantastisch te ervaren hoe je als een heel nietig stofje een tijdspanne in dit gigantische uitspansel mag en kunt doorbrengen. Een naturalist verwoordde een en ander eens als volgt:
Rotsen en ijs en wind en de grote blauwe overkapping van de hemel is niet het enige wat iemand aantreft op de bergtop. Hij ontdekt dingen over zijn lichaam en geest die hij in de dagelijkse sleur van het leven bijna was vergeten. Hij leert waar zijn benen voor dienen, waar zijn longen voor dienen. (James Ramsey Ullman)
Onheilspellende terugtocht
Een uur voordat we weer terug zijn bij af gaan opnieuw donkere, onheilspellende wolkenmassa’s in conclaaf. We verwachten nu geen witte rook (habemus papam) doch donder en hagel (habemus problemum) voor de rest van de dag. Waren we net weer helemaal droog, komen we toch weer kletsnat bij de tent aan. Maar wat deert het. Eenmaal in de natuur kun je alles verdragen. Er is trouwens toch niemand die je helpt. Je bent volledig op jezelf aangewezen. In de verte begint het inderdaad te rommelen. Patrick vertrouwt het niet omdat we nogal wat ijzerwerk bij ons hebben en wil een eventuele onweersbui hier niet afwachten.
Vliegensvlug strijken we de flapperende tent en proppen alles zo goed en kwaad als het gaat in de rugzak. Het lukt onder deze omstandigheden niet om die zo economisch mogelijk in te pakken. Dus hangen er bij het haastige vertrek allerlei plastic zakken met bijeengeraapte, losse spullen en afvalmateriaal aan te bengelen. Dat verhoogt het loopgenot niet. Mijn gevaarte hangt anderhalf uur scheef op mijn rug, maar desondanks verslaat Abraham in de race tegen de klok naar de A890 de gids met vijf minuten. Wanneer we alles in de auto hebben gegooid, lijkt het wel dat we eens zoveel bagage hebben als bij vertrek thuis. Vandaag hebben de beentjes me 750 m omhoog en 26 km verder gebracht! En het onweer... dat is intussen op redelijke afstand voorbij getrokken.
In Beauly bestelt Patrick dubbele porties fish & chips – kunt u zich enige voorstelling maken van deze ongelimiteerde vraatzucht? Laat in de avond belanden we niet ergens in ons tentje, maar krijgen zomaar volledig gratis B&B bij de bejaarde, volslagen onbekende Alasdair Mackenzie in Muir of Ord. Hij was vroeger haas van de beroemde Britse atleet Roger Bannister die in 1954 als eerste de mijl onder de 4 min. (3:54) liep. Verder een verhaal apart, deze gastvrije Schot.
Naar het volgende deel: De Grampians overwonnen...
|