De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 8 maart 2010 -

- Nummer 284 maakt 3299-

Mijn laatste Munro

Door: Martin Snijders

 
 Je bent hier:  Home > Munros > Martin Snijders > Mijn laatste Munro

Thuis
in de lage landen
verstrijken mijn dagen
met een intens verlangen
naar de hemelse Hooglanden
en al die broeders van dal en rots
de blauwe luchten en waterige wolken,
de beukende wind en de loeiende storm,
de verzengende zon en de mysterieuze mist,
de steile puinhellingen en de klaterende watervallen
de horizontale hagelbuien en de spekgladde hellingen,
de rotsblokken met hun mossen en de eenzame lijsterbes,

de oorverdovende stilte en de rust brengende eenzaamheid.

Ziedaar, niet alleen een liefdesverklaring van de klimmer gegrepen door een nieuwe vrijheid, maar in essentie de kenmerkende eigenschappen voor een diagnose van Munroitis. Dat is een aandoening die in het meest gunstige geval slechts geneest na het beklimmen van alle Munros. Degene die met het Munro-virus is geïnfecteerd, wordt ook wel een Munro-bagger genoemd; iemand die alle 284 hoogste bergen van Schotland wil beklimmen. Hoewel een kleine groep alleen dit doel voor ogen heeft, gaan de meeste ‘baggers’ vooral op pad om te genieten van de mysterieuze sfeer en ruige natuur en te ontsnappen aan de hectiek van alledag.

Op 29 augustus 2004 smaakte ik het genoegen om als derde Nederlandse Munroist de boeken in te gaan, na een onvergetelijke ontdekkingsreis van tien jaar door de Schotse Hooglanden. Zeker weten dat ik deze hobby zal blijven uitoefenen zolang als ik kan.

Daar sta je dan na bijna tien jaar klimmen als een Abraham. Even uitpuffen op duizend meter hoogte. De top van Meall Corranaich (1069m) ligt honderd meter verder binnen handbereik. Nog even en er komt niet alleen een einde aan de beklimming van deze 'Hill of Lamentation', de Heuvel van het Geweeklaag, maar tevens aan die van alle 284 Munros. Dat zijn de Schotse bergen die volgens het niet metrische stelsel 3000-voet hoog zijn, dus minimaal 914 meter.

Meall Corranaich en Ben Lawers vanaf Loch Tay
Meall Corranaich en Ben Lawers vanaf Loch Tay

Elevated from the earth
Beneden me worstelt zich een lang lint van dertig klimmers moeizaam omhoog over het steile pad van de noordoostgraat. Het is koud, regenachtig, guur. Typisch zomerweer in Schotland. De beruchte oceaandepressies houden hun reputatie hoog. Veel vakantiegangers onderschatten dit geweld en komen geregeld in de problemen. Na een plotselinge weersomslag komen pa en ma met de kinderen er boven de duizend meter opeens achter dat hun uitrusting onvoldoende is, dat navigeren in de mist niet gemakkelijk is, dat het pad verdwenen is, dat er meestal geen paden zijn, dat het bergbeekje ’s ochtends nog doorwaadbaar was maar op de terugweg niet meer, enz. Ben Nevis -voornamelijk populair omdat hij de hoogste is- heeft al vele tragedies met dodelijke afloop veroorzaakt. Mensen in Nederland refereren nogal schamper aan de relatief geringe berghoogte. Ze moesten eens weten dat je midden in de zomer (!) nog door sneeuw en hagelbuien kunt worden verrast en dat er zich onder de 1000 meter nog vaak sneeuw in de bergkommen bevindt. In de Alpen zit je dan al minstens tweeduizend meter hoger.

De wind is niet te harden. Ondanks de perfecte uitrusting van de meeste ‘volgelingen’ zie je dat sommigen zo’n winters tafereel niet in de zomer hadden verwacht. De toppen rondom zijn verdwenen in een dikke nevel en geven je het gevoel -zoals Britten dat zo mooi kunnen beschrijven- ‘elevated from the earth’ te zijn: zwevend boven de aarde. De klimmers komen als het ware uit het niets tevoorschijn. Toch is er ditmaal weinig geweeklaag, want het betreft een feestelijk uitje ter gelegenheid van mijn naderende compleation.

Duizend kilometer voor één Munro
’s Ochtends arriveren mijn vrouw Lucy en ik met familieleden en vrienden bij het Ben Lawers Visitor Centre hoog boven Loch Tay in midden Schotland. Een groot gebied rondom is ‘an Area of Outstanding Beauty’, en herbergt zelfs alpiene flora. We zijn weer terug van weggeweest. In 1996 begonnen we hier onze Munro-ontdekkingsreis. Sindsdien hebben alleen al de nu aanwezige Limburgers gezamenlijk meer dan duizend Munros beklommen. Tot mijn verbazing staat er een hele verzameling enthousiastelingen goed uitgerust tegen de elementen op ons te wachten. Dertig medeklimmers op een typisch Schotse dag met atmosferische storingen had ik nooit verwacht. Er staat heel wat ervaring bij elkaar, want er bevinden zich vijf heuse Britse munroists bij, vrienden waarmee we tijdens onze klimvakanties tochten hebben gemaakt. Ze komen van heinde en verre. Niet alleen in Schotland, maar ook bijvoorbeeld midden Engeland, meer dan duizend kilometer vice versa. De meesten zijn er slechts voor een dag of een weekend. Wat een eer om zo geapprecieerd te worden.

Ik stel de Britten, voornamelijk Schotten, en Nederlanders aan elkaar voor. Ondanks het slechte weer zit de sfeer er meteen in. Na een half uur zijn we eindelijk druk keuvelend op weg. Niemand heeft de leiding en iedereen loopt achter iedereen aan. Dat wreekt zich natuurlijk. Halverwege de beklimming staat de stoet opeens stil. Het onherbergzame terrein is stilaan danig verslechterd. Het zicht wordt steeds minder. De windkracht neemt in hevigheid toe. Oei! Waar bevinden we ons nu! Druk overleg met GPS, kompas en kaart. Het pad dat ons iets gerieflijker hogerop zou hebben gevoerd, kunnen we nog net driehonderd meter verder naar het oosten ontwaren. Maar ja, de weg erheen over een bergbeek, Burn of Edramucky, is geen optie. Volgens de logica van de meeste ruige Schotten moet je gewoon doorgaan, dan kom je vanzelf wel weer ergens op een pad. Zie hier het scenario dat je overkomt met mannen met een gezamenlijke ervaring van meer dan drieduizend Munrobeklimmingen! Het kan verkeren.

Uiteindelijk bereiken we toch het begin van de noordoostgraat, waar een pad naar de top voert. Prachtig om te zien hoe een lang lint van dertig klimmers in allerlei kleuren Gore-tex de steeds meer rotsachtig wordende helling siert. Hang je aan de staart, vervagen de voorste klimmers in de aankomende buien. Klim je voorop dan lijken de benedenste ploeteraars op te lossen in een nevelige bezemwagen. Iedereen wordt langzaam stil in zijn weersbestendige cocon. Alleen de dappere Marguerite is zo’n winterharde Schotse, die danst als enige de helling op in haar korte broek. Maar ja, zij heeft al het een en ander meegemaakt hoog in de Himalaya en is de tel kwijtgeraakt aangaande het aantal beklommen Munros.

Piece of cake? Vergeet het!
Ik betrap me erop dat ik een scenario aan het bedenken ben voor over een kwartier wanneer we de top bereiken. Wat doe ik het eerst? Wat hebben de anderen eventueel in petto? In een flits schieten de meest indrukwekkende tochten aan mij voorbij. Negen jaar in enkele momenten samengeperst. De huiveringwekkende tocht over de besneeuwde bypass van de Am Fasarinen Pinnacles. Deze tocht op het Liathach bastion in Torridon staat nog haarscherp op mijn netvlies. Dat was op mijn 54ste verjaardag en is nu vier jaar geleden. Ik durfde toen niet over de spekgladde pinnacles met aan weerszijden een duizelingwekkende diepte van 1000 meter. Sindsdien hoor ik van de meeste Schotten dat de bypass een stuk gevaarlijker is. En zeker onder een laagje sneeuw. Elke meter ervan staat dan ook nog haarscherp in mijn geheugen geprint.
Aaaaam Faaaaasarinen, Oftewel De Kale (Anti)Held...


  Een lang lint van dertig klimmers
Een lang lint van dertig klimmers
Grote chaos op de top (I)
Grote chaos op de top (I)
Grote chaos op de top (I)
Grote chaos op de top (I)
'Wee dram' Auchentoshan Single Malt
'Wee dram' Auchentoshan Single Malt

 

Eenzelfde gevoel had ik ook op de Inaccessible Pinnacle in het Britse klimparadijs bij uitstek, de prachtige Black Cuillin op Skye. Deze moeilijkste aller munrotoppen veroorzaakte ook een versnelde hartslag. Ook dwalen mijn gedachten af naar onze gedenkwaardige millenniumvakantie toen ik er in veertien klimdagen niet eenmaal in slaagde een top te bereiken. Elke poging strandde in een meter sneeuw en door te weinig daglicht. In de tien tot twintig jaar dat je met deze hobby bezig bent kun je veel uitersten meemaken: van verzengende zon tot een bevroren kompas, van arctische temperaturen tot zwarte wolken midges, van overbelastingsblessures tot slapeloze nachten in hooggelegen ijskoude basecamps, van eindeloos gezeul in zompige turf tot onderkoelingsverschijnselen, van terreinbeperkingen door de jacht op herten en korhoenders tot kolkende bergstromen. Munrobaggen is niet iets voor doetjes. Piece of cake? Vergeet het maar!
Lambada in de Black Cuillin of Skye...

Hamish en Pluvius
Tjonge, wat jammer, de wind loeit en neemt nog steeds in kracht toe. Uitgerekend op mijn laatste klimdag. Bovendien is het gaan regenen, hetgeen betekent dat de druppels zich nu bijna horizontaal verplaatsen. Die koude nattigheid kruipt uiteindelijk toch ergens naar binnen. Ieder is nu druk bezig de warmte zo veel mogelijk binnen te houden. Pluvius regeert en zorgt ervoor dat de Heuvel van het Geweeklaag zijn naam alle eer aandoet. En opeens is daar verrassend de kleine cairn, de steenhoop op de top, met een ontsierende, roestige, ijzeren staaf erin.

Terwijl er al druk wordt geflitst, wacht ik op Lucy die zich halverwege de groep bevindt. Sorry, ze heeft zo veel met mij geklommen en nu ben ik, in gedachten verzonken, alleen maar met mezelf bezig geweest. Geen nood, ze is sterk genoeg en bovendien hebben enkele Schotse vrienden zich bij haar gevoegd. Ze valt, heel clichématig, in mijn armen en ik kus haar, een meter van de top verwijderd. Leuk dat ik het heb gehaald. De impact dringt niet tot me door. Val ik nou in dat zwarte gat?

Grote chaos op de top. Binnen vijf minuten is iedereen aanwezig. Haastige felicitaties, snel wat foto’s. Wat een wanorde. De wind is niet te harden. Door de regen koelt ieder snel af. 'Down, down', hoor ik roepen. Daar gaat de geplande groepsfoto. De Nederlandse en Schotse vlag kiezen bijna het luchtruim. Van foeragering is al helemaal geen sprake. Snel daalt de groep zo’n vijftig meter af waar er enige beschutting is achter enkele rotsblokken.

Tot onze verbazing zit daar op een gunstig plekje een klimmer half verscholen achter een paraplu. Zo iemand heeft ze niet alle vijf bij elkaar, zou je denken. Even niet opgelet en je bent paraglider. Maar dan: 'That’s Hamish, Martin'. Dr. Hamish Macmillan Brown, de beroemdste Schotse bergbeklimmer en auteur van bergsportliteratuur van deze generatie. We kunnen het allemaal niet geloven. Dè Hamish Brown heeft zich verwaardigd om de derde Nederlandse munroist te verwelkomen. Uit ervaring wist hij dat de groep vanzelf wel in zijn buurt de luwte zou opzoeken. We zijn met stomheid geslagen. De Schotten zijn trots dat hij voor mij de elementen heeft getrotseerd. Ondanks zijn zeventig jaar ziet hij er zeer fit uit. Deze man is een gigant in de bergsportwereld. Behalve vele beklimmingen in en buiten Europa heeft hij heeft alle Munros meer dan zeven keer beklommen. Beroemd is hij ook door zijn prachtige boek: Hamish’s Mountain Walk - The First Traverse of all Sottish Mountains in One Journey.! Een must voor elke munro-bagger en bergsportliefhebber.
Boeken: Hamish's Mountain Walk...

Tijd voor een ‘wee dram’, een scheutje whisky. In mijn rugzak heb ik een liter Auchentoshan Single Malt en vijftig glaasjes met een klein herdenkingsetiket. Dat kan iedereen houden als aandenken. Het is een heel gedoe om dit rondje te geven, want de stormwind neemt een groot deel van deze alcoholische versterking tot zich. En dan opeens is iedereen als bij toverslag verdwenen. Patrick en ik zijn met Hamish in een geanimeerd gesprek verzeild geraakt over al onze wederwaardigheden en hebben de versnelde aftocht van de anderen niet opgemerkt. Hij heeft Meall Corranaich van een andere zijde beklommen en dus nemen we afscheid. Hij zegt toe om ook onze party in The Killin Hotel te bezoeken.

Het slechte weer neemt niet af en Lucy heeft nog een nare uitglijder op een kletsnatte rotsplaat. Het fysieke ongemak zal haar nog weken herinneren aan haar laatste beklimming. Zij is gestopt met haar vijftigste! Beklimming wel te verstaan. Zoon Michael staat halverwege stil met kletsnatte voeten. Zijn ijskoude handen kunnen de losse veters niet meer knopen. De hele groep is uit elkaar geslagen en er zit zeker een kilometer tussen de eerste en de laatste klimmer. En dat op een relatief gemakkelijke beklimming met niet al te veel hoogtemeters. Zo zie je maar dat klopt wat de meest Schotse klimmers zeggen: “There is no such thing as an easy Munro!” Het enige voordeel van dit pokkenweer is dat geen midges je het leven kunnen zuur maken. Dat is nog erger dan deze normale depressie.

Black hole
Wanneer je eenmaal door het virus bent aangestoken is er geen weg meer terug. Thuis ben je dagelijks in gedachten in de zo geliefde Highlands. Je verslindt alles wat je aan literatuur tegenkomt. Je bestudeert kaarten en onderhoudt contacten met een steeds verder uitdijende schare lotgenoten. Je schrijft over je avonturen en ontmoetingen en publiceert in tijdschriften en op websites. Zoon Patrick geeft zelfs al zes jaar een tijdschrift uit, Beyond the Top – een platform voor de reiservaringen en wetenswaardigheden van onze naaste vrienden en kennissen. Intussen zijn we daarmee al duizend pagina’s gepasseerd. Vorig jaar stuurde ik mijn beste Schotse vriend een poëtische ontboezeming mijnerzijds, vertaald in de inleiding van dit artikel:

At home
in The Low Countries
I feel an urge beyond control
to set off to the heavenly Highlands
to meet the fraternity of glen and rock
to enjoy the blue skies and the clouds
the blustery wind and the roaring storm
the scorching sun and the mysterious mist
the steep screes and the tumbling waterfalls
the horizontal sleet and all those slithery slopes
the lichenous boulders with the solitary rowan tree,

the deafening silence and the oh so soothing solitude.

Zijn antwoord was heel raak: ’You seem to have gained a masochistic pleasure from your ordeals in the Highlands!’ Dat is waarschijnlijk de spijker op zijn kop! Endorfinen en adrenaline verzachten de pijn en schenken je een gevoel alsof je de hele wereld aankan. Net zoals bij hardlopers die nooit ophouden omdat het lichaam roept. Munro-baggen is zo’n verslaving dat je je honger slechts tijdelijk kunt stillen door er ‘weer een te doen’. Vele vrienden die al een of meerder keren een full round hebben gemaakt, hebben me gewaarschuwd voor het beruchte ‘black hole’ na de beklimming van de laatste. Mijn hemel, ik voel nu al dat ze gelijk hebben. Veel klimmers blijven gewoon hun hele leven doorgaan. We zijn al heel wat keren van die tengere zeventigjarigen met een onuitblusbare energie tegengekomen.

Tweehonderdduizend hoogtemeters
Bij het Visitor Centre is het een nog grotere chaos dan ‘s ochtends. Eenderde van de groep is al ‘geheel verzopen’ vertrokken en de meesten weten niet hoe snel ze weg moeten van deze gure plek, die met mooi weer niet voor het paradijs onderdoet. Geen nood. Over een uurtje is het verzamelen geblazen in The Killin Hotel.


  DMBA en Schotse Munrobaggers
DMBA en Schotse Munrobaggers
van midden naar rechts: Martin Snijders, Huub Stollman - president of the DMBA, Dr.Hamish Brown
van midden naar rechts: Martin Snijders, Huub Stollman - president of the DMBA, Dr.Hamish Brown

 

Daar fêteert de meute onder het genot van heel veel whisky de gelukkige doorzetter. Gerry en Allan vermaken ons met hun liederen met begeleiding van hun gitaar en tin whistle. Er zijn cadeaus, speeches, toepasselijke teksten op bekende liederen en Huub heeft zelfs gezorgd voor een prachtige oorkonde, gekalligrafeerd op perkament, van de gemeente Heythuysen.

Het moge duidelijk zijn dat het feest zeer luidruchtig eindigt in de heldere zomernacht. Er fonkelen zowaar sterren aan het firmament. In gedachten flitst de laatste koude klim voorbij, voor eeuwig vervat in een warm hart.

  'Silence of wind and of sea and of sun'  
  'The silence that is life when life is run;'  
  'Give me silence that is the best of joys'  
  'And questing it the very best of ploys.'  
                                                         (Hamish Brown)

’s Ochtends is het stralend weer en de dagen erna ook. Tja, je krijgt wat je verdient. Op de laatste dag van de vakantie bereken ik de uiteindelijke totalen die tot dit feit hebben geleid. Alle 284 cairns of trig pillars heb ik aangeraakt plus 142 van de 227 Tops, 45 Munros beklom ik solo en 43 Munros in de winter. Daarvoor waren we 22 keer onderweg naar Schotland en reden tachtigduizend kilometer. Ik had vier paar bergschoenen nodig voor drieduizend kilometer door veelal onherbergzaam terrein. Het aantal hoogtemeters bedroeg tweehonderdduizend!! Weet waar je aan begint.

Certificate van de 'Clerk of de List' met Martin als nummer 3299 van de Munroïsten
Certificate van de 'Clerk of de List' met Martin als nummer 3299 van de Munroïsten

Dank voornamelijk aan Lucy die me hierin steunde en Patrick die me 175 keer vergezelde.


 

Martin Snijders

Martin Snijders

Dit artikel van 'Munro' Martin Snijders is ook verschenen in de Hoogtelijn nr. 2 2005
Lees ook de andere verslagen van Martin Snijders...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl