De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- Munrobagging in de the Cuillins, Isle of Skye-

LAMBADA in de Black Cuillin of Skye

Door: Martin Snijders

 
 Je bent hier:  Home > Munros > Martin Snijders > LAMBADA in de Black Cuillin of Skye

  'Ditmaal mee ik u mee naar...'  
  'Het grensgebied van droom en werkelijkheid...'  
  'De eeuwige strijd tussen willen en kunnen...'  
  'Overschatting en berekening...'  
  'Roekeloosheid en rede...'  
  'Gevoel en verstand...'  

Juli 1994. Patrick en ik op de Sgurr Dearg, na een beklimming via de Window Buttress. Een helse inspanning. En daar stonden we oog in oog met de ontzagwekkende Inaccessible Pinnacle. Tjonge wat voelden we ons toen nietig in dat ‘dramatische’ landschap van messcherpe richels, bijna loodrechte, donkere rotswanden en eindeloze zeegezichten.

Cuillin Window Buttress
Cuillin Window Buttress

Met bibberende benen sloegen we een uitnodiging van een bebaarde ropeman af om hem te volgen op deze ‘leuke klim’. Sindsdien heeft deze wereldberoemde, intrigerende ‘In Pin’ me echter nooit meer losgelaten. Vijf jaar geleden stond ik daar dan als een nietige David aan de voet van deze indrukwekkende Goliath. Ik herinner me nog haarscherp dat ik niet alleen zweette van de kliminspanning, maar ook van een ondefinieerbare opgewondenheid en nervositeit. Op dat moment wist ik reeds dat ik er alles aan zou doen om mijn angst te overwinnen: ooit zou ik deze grote uitdaging aangaan.

Oog in oog met de ontzagwekkende Inaccessible Pinnacle
Oog in oog met de ontzagwekkende Inaccessible Pinnacle

Gezien mijn leeftijd en niet al te veel klimervaring betekende dit dat er een strak oefenschema diende te komen voor de komende jaren. Wat ik daar allemaal voor gedaan en gelaten heb.... Na vele jaren van voorbereiding is het er nu dan van gekomen: LAMBADA heeft eind augustus alle Cuillin - Munro’s beklommen !!! Hoe ging dat in zijn werk? Well...


Link naar de beschrijving van Sgurr Dearg (The Inaccessible Pinnacle) op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Sgurr Dearg (The Inaccessible Pinnacle) op MunroMagic.com

Half augustus 1999 ga ik helemaal alleen naar Schotland om mij ultieme Munro-droom proberen te verwezenlijken. Twee minuten voor de zonne-eclips (11 augustus - 11.17 uur) bevind ik me op mijn eerste Munro van deze zomer: Ben More; van start tot top in de recordtijd van net iets meer dan anderhalf uur. De hemel is enigszins bewolkt. Daardoor kan ik door mijn gletsjerbril prachtige foto’s maken.

De dag erna slaat het weer om tijdens de beklimming van mijn honderdvijftigste Munro: Beinn Heasgarnich 1076 m. Een verschrikkelijke afdaling is het gevolg. Bâh wat een helling. Een van de weinige bergen die ik ooit vervloekt heb.

Zo blijft het weer een hele tijd. Met als gevolg dat ik vele dagen loop te baggen in regen en stormwind zonder een sterveling tegen te komen. En dat midden in de zomer. Maar in 1998 heb ik reeds genoeg ervaring opgedaan in de Cairngorms tijdens een van de slechtste zomers sinds mensenheugenis. Mijn drie paar bergschoenen zijn doorweekt en hebben zeker het gevoel dat ze behoorlijk worden misbruikt voor een zomer <b>wad</b>lopen. In plaats van wat lopen. Met Onze Lieve Heer heb ik echter de stilzwijgende afspraak dat Hij met het weer naar believen tekeer kan gaan en dat ik alles zonder morren zal accepteren. Als het in The Cuillin vanaf zaterdag 21 augustus maar droog blijft.

Zaterdag 21/08/’99
Na tien dagen slecht weer schijnt vandaag voor het eerst volop de zon. Dat is overigens meestal zo als ik op een dag veel moet rijden. Deze weersverbetering had op geen geschikter moment kunnen komen. Ik sta vlak voor het grootste en gevaarlijkste klimavontuur van mijn leven: het bedwingen van The Black Cuillin of Skye. Het terrein is er zo complex en gevaarlijk dat elk voordeeltje meegenomen is. De omstandigheden zijn werkelijk ideaal.

• Na jaren klimmen in de hal ben ik goed voorbereid om mijn angsten enigszins te overwinnen.
• Daarnaast ben ik momenteel uitermate fit na een jaar fitnessen en vier weken klimmen in de Alpen en Schotland.
• Het weer is perfect.
• De gids is nog een vraagteken, maar afgaande op onze correspondentie en telefoongesprekken zit dat wel goed.

‘s Avonds kom ik na mijn rit door de Glen Shiel terecht in een van de mooiste bed & breakfasts ooit: Norma Campbell te Carbost. Het is er immaculately clean en het uitzicht naar alle zijden is onvergetelijk: Loch Harport en The Cuillin. Op mijn slaapkamer zit ik nog een uur te kijken naar het noordelijkste deel van The Cuillin, dat door de ondergaande zon in een roodbruine gloed wordt gedompeld. Totdat de laatste zonnenstraal op Am Basteir verdwenen is.

Cuillin Ridge (Black Cuillin)(Klik voor een vergroting)
Cuillin Ridge (Black Cuillin) (Klik voor een vergroting)

Zondag 22/08/’99
‘s Nachts is het absoluut doodstil. Het grote tweepersoons bed is heerlijk. Klaas Vaak helpt een handje door met een extra dosis slaappoeder mijn opwinding te verdrijven.

Om kwart voor negen ontmoet ik mijn gids buiten bij het Youth Hostel nabij Glenbrittle. Mark Tennent is qualified op meerdere gebieden. Het klikt meteen. Naast al zijn kwaliteiten blijkt hij ook nog een bijzonder innemende persoonlijkheid te zijn. Met hem zal ik een van de meest onvergetelijke perioden in mijn leven doorbrengen. Binnen tien minuten zijn we op pad, volledig uitgerust in de dubbele betekenis van het woord. Op pad naar...neem hem maar meteen bij de horens: Sgurr Dearg en de In Pin.

Het is net zo’n glorieuze, zonnige zondagochtend als vijf jaar geleden. In tegenstelling tot toen is er nu echter geen sterveling te bekennen. Waarschijnlijk omdat het weken zo’n slecht weer is geweest. Toch blijft het ongelooflijk. Want als je The Cuillin al wilt beklimmen en je bent niet zo’n kei, dan moet dat op zo’n dag als vandaag. Zeker als het ook nog weekend is. Maar goed. Mark staat versteld van mijn snelheid, gezien mijn leeftijd. En in no time zitten we op de cairn van Sgurr Dearg. Mijn hart bonkt. Niet zozeer van de beklimming dan wel van opwinding. Rugzakken af. Gordel om. Helm op. Klimtouw, karabiners, nuts, schlingen en camera’s mee naar de loodrechte West Ridge. Wat gebeurt er nu?

Mark loopt aan de voet van de indrukwekkende In Pin-vin de helling af en roept dat ik mee moet. Toch niet via de East Ridge? Jawel! Nou nee!? Come on, you can do it! Hij legt me alle touwcommando’s nog eens duidelijk uit, laat me alles herhalen en weg is-ie. Gauw maak ik nog een paar foto’s en dan ben ik zelf aan de beurt. Touw volgen. Nutjes, karabiners en schlingen weer losmaken en meenemen. Na tien minuten ben ik bij Mark. Nooit gedacht dat ik ooit boven zou komen. Ben ik ook niet. We zitten pas op eenderde, op de eerste standplaats. Had ik nog niet gezien. Degene die wel eens een convexe helling beklommen heeft weet wat ik bedoel. Ik concentreer me volledig op mijn route: dertig meter hoog, ietwat overhangend en gedeeltelijk slechts veertig centimeter breed. Mijn ogen ernaast laten afdwalen durf ik niet. Bang dat ik nog meer pap in de benen krijg. Er lijkt maar geen einde aan de East Ridge te komen. Uiteindelijk is het dan zover:

ABRAHAM ON THE INACCESSIBLE PINNACLE !!!

Martin op de Inaccessible Pinnacle
Martin op de Inaccessible Pinnacle

A dream has come true. I’m on top of the world - letterlijk en figuurlijk. Bedwongen is de gevaarlijkste en meest gewilde Munro: het neusje van de zalm voor iedere Munroïst.

Om een idee te geven hoe een van de Cuillin pioniers zijn beklimming in 1888 ervoer, volgt hier een gedeelte van zijn verslag:

'The pinnacle, rising precipitously for over a hundred feet on the South side, falls in one drop of 300 or 400 feet on the North. As the mountain on which it stands also shoots steeply away on either side, the eye seems to plunge immediately to the bottom of Loch Coruisk, 2, 500 feet below, giving an additional feeling of insecurity to anyone, who clinging to the narrow East edge, feels the whole slab vibrate with the blow of falling rock that he has levered out from the crest above. Very great care and labour were required to pull out stones, loose but still forming part of the natural rock, and often the whole of the edge, which by the way is only six inches to a foot wide in many places.'

Het uitzicht over de gehele richel, de omringende zee en de eilanden is grandioos. En we zijn nog steeds alleen. Laat nou uitgerekend op de top het fotorolletje vol zijn. Geen nood. Mark heeft een camera bij zich. Na twintig minuten horen we diep beneden ons gerinkel van karabiners en nuts. Even later verschijnt de jonge Robert McMurray en zijn vriend uit Kirkcaldy. Ze zijn gisteren thuis vertrokken en hebben aan de zuidelijkste uitloper van de Cuillin Ridge overnacht. Om vijf uur zijn zij vertrokken om The Traverse in één dag af te leggen. Hier nog niet halverwege heeft er reeds eentje al zijn drinkwater op. Dat wordt dus een zeer zware onderneming. Petje af voor deze jongelui. Vijf minuten later zijn ze alweer beneden. Tijdens een korte pauze nemen ze enkele foto’s van mijn abseilavontuur aan de loodrechte West Ridge.

Op enkele zeer steile passages ben ik toch meer nervous dan de gids had ingeschat na mijn verhalen en informatie op de booking-papers. Gelukkig heb ik Mark voor vier dagen ingehuurd op basis van 1:1 ratio. Zodoende krijg ik -waar nodig- alle aandacht en assistentie. De tijd die we op de zeer moeilijke gedeelten verliezen, wordt ruimschoots goedgemaakt op de ‘gemakkelijkere’ passages. Die kunnen we relatief snel afleggen omdat ik superfit ben en omdat Mark door zijn ervaring feilloos zonder kaart weet te navigeren. Met slecht weer en zonder voorkennis van de topografie kom je hier onherroepelijk in de problemen.

Deze eerste dag beklimmen we:

• Sgurr Dearg - The Inaccessible Pinnacle (Munro, 986 m)
• Sgurr na Banachdich - North Peak (Munro, 965 m)
• Sgurr na Banachdich - Sgurr Thormaid (subtop, 927 m)
• Sgurr a’Ghreadaidh (Munro, 973 m)
• Sgurr a’Mhadaidh - South-West Peak (Munro, 918 m)
Topo van de Cuillin Ridge(Klik voor een vergroting)
Topo van de Cuillin Ridge (Klik voor een vergroting)

Maandag 23/08/’99
Vandaag voegt zich een ervaren client bij ons, die al vele beklimmingen met Mark achter de rug heeft: Katy Hill uit Edinburgh. Ze is bijna doctor in de immunologie aan de Universiteit van Edinburgh. Zij komt voornamelijk voor de drie noordelijkste Munro’s op de richel; de enige Cuillin Munro’s die ze nog niet heeft beklommen. Alleen op pad gaan in deze gevaarlijke steenwoestenij vindt ze onverantwoord. Omdat ze zeer goed klimt, hoeft Mark haar niet in de gaten te houden. Het is drukkend warm. Op weg omhoog naar het 'Tourist Path' schijnt de zon recht op onze snoet. Er is geen zuchtje wind. Het veertig meter lange klimtouw drukt zwaar in mijn rugzak. ‘s Nachts hebben we slecht geslapen omdat tegen half twaalf nog een lading robuuste rugby-ers uit Belfast aankomt. Voordat die slapen, begint het al bijna weer licht te worden. Samen met het zwaar onderschatte Tourist Path is dit dus even een heftige ochtend. Na weer een pittig abseil-avontuur via weer een bijna loodrechte West Ridge, nemen we de andere twee Munro’s in de buurt even mee. Voor mij wordt dat voor beide de tweede beklimming. Twee jaar geleden was ik er al met Patrick. Op deze wederom schitterende dag beklimmen we dus:

• Sgurr nan Gillean (Munro, 965 m)
• Am Basteir (Munro, 935 m)
• Bruach na Frithe (Munro, 958 m)
Bruach na Frithe, gezien vanaf Bealach na Glaic Mhoire
Bruach na Frithe, gezien vanaf Bealach na Glaic Mhoire
(Foto: Ron Bloksma ©)

De terugweg via Coire a’ Bhasteir is prachtig. Je voelt je zo nietig als je beneden langs de vervaarlijke Pinnacle Ridge doorloopt. Halverwege het mooie pad langs de Allt Dearg Beag nemen we een duik in een van de vele, ijskoude poeltjes.

Dinsdag 24/08/’99
De Cuillin Munro’s zijn extreem gevaarlijk. Volgens Murray en Norma van mijn vorige bed & breakfast adres te Carbost is het er gemiddeld wel een keer per week raak. Dat wil zeggen gebroken ledematen of een dodelijke val. Toevallig hebben wij twee Schotse vrienden die beiden op Sgurr Alasdair bijvoorbeeld een of beide benen gebroken hebben. Toevallig, hè. Nou, die Alasdair - met zijn 993 meter de hoogste van het hele stel - is vandaag of morgen aan de beurt.

Mark is door mij voor vier dagen ingehuurd, met een optie voor een vijfde dag mocht een en ander tegenzitten. Zeer uitzonderlijk is het vandaag op de derde dag nog steeds prachtig weer. Aan de verre horizon verschijnen er echter kleine wolkstreepjes. Volgens Mark een teken dat er morgen of overmorgen veranderingen op komst zijn.

De tocht om Sron na Ciche door Coire a’ Ghrunnda is wederom van grote schoonheid. We beklimmen de twee zuidelijkste Munro’s in zo’n rap tempo dat we al om half een met een luxe-probleem zitten. Hier rustig terugkeren of Sgurr Alasdair meepikken en dan via de Great Stone Chute terug. De vierde dag kunnen we dan de laatste Munro via de redelijk ‘gemakkelijke’ Pinnacle Bealach doen en zijn we vroeg thuis.

Vanaf Sgurr Dubh Mor is het uitzicht op Sgurr Alasdair en de TD-gap zeer indrukwekkend en angstaanjagend. Moeten we daar overheen? Ik heb echter geen zin in het zogenaamde Cabane de Bertol-effect. De tocht langs staalkabels en over drie loodrechte ijzeren ladders om deze Alpen hut te bereiken zal ik nooit vergeten. De hele nacht heb ik toen wakker gelegen; mezelf afvragend hoe ik daar ooit zelf in het natte donker weer naar beneden zou geraken. Dus stel ik Mark voor om de In Pin-taktiek te passen: niet langer dralen, maar nu onmiddellijk ook deze koe bij de horens vatten. Tjonge wat een beklimming vanuit het zuiden! Wederom heb ik van angst en inspanning de nodige zweetdruppels gelaten. Het laatste stuk wil ik weer bij Mark aan het lijntje! Dit beeld levert bij aankomst op de top enkele meewarige blikken op van een stel stoere jongelui. Dit ontgaat Mark niet. En hij zal wraak nemen. We genieten een kwartier van het onvergetelijke uitzicht vanaf de hoogste Cuillin top.

Sgurr Dubh Mor (944 m) & Sgurr Dubh Da Beinn (938 m)
Sgurr Dubh Mor (944 m) & Sgurr Dubh Da Beinn (938 m)

Als de stoere knapen een minuut later via de ‘normale’ route verdwenen zijn, zegt Mark alleen maar: 'O.K., we’ll take the shortcut' (daarbij denkt hij ongetwijfeld: 'and we’ll teach them . . '). Mijn paar haren rijzen echter te berge. Loodrecht naar beneden gaat het op dit gedeelte van de flank. Geen nood. Mark weet wat hij doet. Hij is hier al zo vaak geweest. Ik moet abseilen naar een klein richeltje. Wachten om de hoek i.v.m. steenslag. Mijn vingertoppen zorgen voor balans aan de messcherpe gabbro-rots (tien dagen na thuiskomst in Heitse zijn ze allemaal gaan vervellen). Touw omhoog. Mark volgt. Daarna nog eens hetzelfde recept. Niet veel later staan we op de niet ongevaarlijke bealach, hoog boven de in de diepte verdwijnende Great Stone Chute. Wat nu?

Rondom zitten diverse klimmers, die af toe onvermijdelijk loszittende stukken rots naar beneden laten donderen. Het idee om hier af te dalen en die losgetrapte projectielen op je donder te krijgen en/of beide benen te breken is niet erg aanlokkelijk. Dat laatste kan trouwens op elke plek hier of elders. Het enige alternatief: vandaag ook nog de laatste Munro veroveren. Sgurr Mhic Choinnich vanuit het zuiden is echter zeer moeilijk, omdat je dan via de beruchte Collie’s Ledge moet. Dit is een zeer smalle richel zo’n vijftig meter onder de top; beneden je een bijna loodrecht gapende afgrond.

Enfin, U raadt het al: ook hier wordt weer de In Pin-taktiek toegepast. Het weer is nu nog goed en de kurkdroge rotsen bieden dus maximale wrijving aan de bergschoenen. Een groot voordeel. Ver achter ons horen we de stoere knapen. Mark maakt haast om zover mogelijk uit de buurt van de door hen losgetrapte stenen te komen. Daarbij kunnen we niet voorkomen dat ook wij enkele stukken rots in de diepte laten verdwijnen. Nee, de zogenaamde gemakkelijkste beklimming van Sgurr Dearg via de Great Stone Chute lijkt me maar niks.

Een half uur later zitten we bij de cairn en lezen we de ingemetselde plakette:

  ''LOVING MEMORY OF LEWIS MACDONALD'  
  'TO ONE WHOSE HANDS THESE ROCKS HAS GRASPED'  
  'THE JOYS OF CLIMBING UNSURPASSED'  
  '27TH JULY 1958''  

Stil ben ik ervan. Even krijg ik een kleine emotionele ontlading. Tranen in mijn ogen. Brok in de keel. Onwezenlijk, hier te zijn aan het einde van de tocht waar ik zoveel jaren naar heb uitgekeken. Ik kan niet geloven dat het bijna achter de rug is. Voldaan, dat zeker. Maar tegenstrijdig genoeg ook een heel klein beetje teleurgesteld. Het eindpunt trachten te bereiken is een doel. Maar nu merk tevens dat de weg erheen ook een doel op zich is. Het klimmen zelf geeft zoveel genot en vrijheid; dat is met geen pen te beschrijven. THE JOYS OF CLIMBING UNSURPASSED.

Hoe heerlijk is het om hier als jongere oudere te vertoeven en enkele oudere jongeren -de drie stoere knapen- twintig minuten later te zien arriveren. U kunt zich mijn leedvermakend ‘Hi, boys, what a great day’ wel voorstellen. Voor de statistieken, vandaag beklimmen we dus:

• Sgurr nan Eag (Munro, 924 m)
• Sgurr Dubh Mor (Munro, 944 m)
• Sgurr Dubh Mor - Sgurr Dubh na Da Bheinn (subtop, 938 m)
• Sgurr Alasdair, avoiding the Thearlaich-Dubh Gap (Munro, 993 m)
• Sgurr Mhic Choinnich, via Collie’s Ledge (Munro, 948 m)

Diep in het dal in de buurt van onze auto’s is de wind gaan liggen. We hebben allebei nog een lange reis voor de boeg. Dus verruilen we eerst onze natte, bezwete kleding voor iets comfortabelers. Dat gebeurt overigens in ijltempo, want the midges are out. We wisselen adressen uit, nemen afscheid en weg stuift Muriel in een blitse sportwagen. Morgen moet ze weer aan het werk in Aberdeen. Ik zweef in hogere sferen door de verlaten Glen Shiel naar Ballachulish, waar ik bij de gastvrije Mary Campbell voor de nacht terecht kan. Daar slaap ik prinsheerlijk in een prinsesselijk hemelbed met veel witte kant: een echt ‘ladykant’ zogezegd.

Om zes uur zijn we weer terug bij ons Youth Hostel. Hoewel ik Mark voor vier dagen heb betaald, ontsla ik hem van zijn verplichtingen. Per slot van rekening heeft hij de optie voor een vijfde dag steeds opengelaten. Beiden winnen we dus een dag. De enige Cuillin top die nog over blijft, wil ik alleen beklimmen. Mark vindt dat natuurlijk prima, want dan is hij een dag eerder thuis bij zijn vrouw en kindertjes. En ik gun hem dat van harte. Een betere gids had ik me niet kunnen wensen. Om al deze succesvolle beklimmingen uitbundig te vieren, trakteer ik op enkele pints en een copieus vijf-gangen-diner in het Sligachan Hotel. Boven ons tafeltje hangt de beroemde oude foto met o.a. Naismith en de leden van The Scottish Mountaineering Club at Sligachan 1898.

Woensdag 25/08/’99
Je gelooft het niet. Uitgerekend de drie dagen dat ik het het meest nodig had was het weer meer dan uitstekend. Je krijgt tenslotte wat je verdient, nietwaar? Maar vandaag staat er niet zo’n moeilijke opdracht op het programma, en...prompt is de zon weg.

Omdat we in drie dagen tijd in no time elf Munro’s verorberd hebben, besluit ik om het vandaag eens heel rustig aan te doen met klimmen. Temeer daar de diverse spiergroepen toch wel een beetje beginnen op te spelen. Maar ook omdat ik uitgebreid wil genieten van de omgeving, vooral van het paradijs voor klimmers Clach Glas.

Halverwege de beklimming van Bla Bheinn word ik ingehaald door een andere Munroïst: de jonge, lieftallige Muriel uit Aberdeen. Ook zij heeft drie dagen op de Cuillin Ridge geklommen en wil deze Munro alleen doen. Toch besluiten we om samen verder te gaan, want vandaag toont een dreigende Cuillin namelijk voor het eerst sinds een paar dagen weer zijn ‘normale’ karakter. De zon is verdwenen achter een grauwe hemel. Wolken vliegen voorbij. De wind wakkert aan. Op de zuidtop en de richel naar de noordtop is het steenkoud. In de verte verdwijnen de mysterieuze lochs, de zee en de eilanden achter onheilspellende mistflarden. Het uitzicht slaat alles. Dit is de enige plek vanwaar je de gehele Cuillin Ridge kunt zien. Wat een prachtig landschap.

Vandaag heb ik dus de Cuillin beéindigd met:

• Bla Bheinn - South-West Top (Munro, 924 m)
• Bla Bheinn, Blaven (subtop, 928 m)

Diep in het dal in de buurt van onze auto’s is de wind gaan liggen. We hebben allebei nog een lange reis voor de boeg. Dus verruilen we eerst onze natte, bezwete kleding voor iets comfortabelers. Dat gebeurt overigens in ijltempo, want the midges are out. We wisselen adressen uit, nemen afscheid en weg stuift Muriel in een blitse sportwagen. Morgen moet ze weer aan het werk in Aberdeen. Ik zweef in hogere sferen door de verlaten Glen Shiel naar Ballachulish, waar ik bij de gastvrije Mary Campbell voor de nacht terecht kan. Daar slaap ik prinsheerlijk in een prinsesselijk hemelbed met veel witte kant: een echt ‘ladykant’ zogezegd.

Het hoofdstuk Skye is gesloten. Echt waar?? Het vermoeden dat ik alles slechts gedroomd heb laat me niet helemaal los. Met Mark heb ik dan ook de volgende overeenkomst: mocht ik ooit ontwaken uit deze droom en teleurgesteld ontdekken dat de wens slechts de vader van de gedachte was, dan neemt hij me gratis mee om alle twaalf Munros ‘alsnog’ te beklimmen.

Tenslotte weet ik zeker dat ik ooit als zestig- of zeventigjarige nog eens zal terugkeren om de toppen te bekijken, waarheen ik al zolang naar had uitgekeken. Dan zal ik zeker niet kunnen geloven dat ik ze allemaal heb overwonnen.

Met genoegen,

jullie Abraham


 
Martin Snijders

Martin Snijders

Dit artikel heeft Martin Snijders in 1999 geschreven voor 'Beyond The Top', een in kleine bergvrienden-kring uitgegeven kwartaalblaadje.

Martin Snijders is de derde Nederlander die alle Schotse Munrotoppen (bergen hoger dan 300 voeet) heeft beklommen. Zijn compleation was op 29 augustus 2004.
Lees ook de andere verslagen van Martin Snijders...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl