|
Zaterdag 23/10/’99
Twaalfeneenhalf uur later ontwaken wij als uit een diepe winterslaap. Slaapdronken maar hongerig als wolven. Door de mistige en natte omgeving, onze bezwete spullen en ons langdurig verblijf in de tent, zijn de benedenranden ietwat vochtig door condensvorming. We pakken alle spullen om in de bothy te gaan koken. Daar treffen we onverwacht twee jonge vaders uit Livingston aan, languit slapend op de grond. Pas het derde ‘paar’ klimmers dat we in zeven dagen tegenkomen. Stomverbaasd ontwaken zij: wie komt er nou in ‘s hemelsnaam ‘s ochtends vroeg in een bothy aan? Zij zijn ‘s avonds om elf uur (!) volledig bepakt hier aangeland. Op vijf meter afstand (!) van onze tent hebben ze over het pad gelopen, zonder ons op te merken. En wij op onze beurt hebben niets gehoord. Je ziet hoe gemakkelijk je elkaar in de bergen kan mislopen.
Uitgehongerd als we zijn, smullen we van de warme maaltijd die we gisteravond hadden moeten verorberen. In het schijnsel van de kookvlam en onze hoofdlamp zie ik er met mijn spierwitte baard van een week uit als een wezen van een andere planeet.
Alles inpakken, sfeer opsnuiven en wegwezen. De laatste zeventien kilometer met volledige bepakking voor de boeg. Minus zeven dagen foerage, dat wel! Op weg naar Dalwhinnie. Daar moeten we op tijd zijn voor de Citylink naar Edinburgh.
Onderweg zien we de beroemde paarden bij Loch Pattack en moeten we over de bekende hangbruggetjes. We verfoeien de afzichtelijke Ben Alder Lodge . . wat een kitscherige kraam. Dat er voor zulke bouwsels in deze prachtige natuur toestemming verleend wordt?! Money rules the world. Wat een cultuuromslag ook om van je tentje of vanuit een primitieve bothy hier verzeild te raken.
De laatste kilometers langs het eindeloze Loch Ericht vormen de spreekwoordelijke laatste loodjes. Na enkele uren zwoegen komen we precies twee minuten te laat aan bij de bushalte. We zien de bus uit Inverness aankomen en wegrijden . . . ondanks ons wilde gezwaai.
 Loch Ericht
|
Een uur later en drie Citylinks, die ons negeren, verder (hoe zou dat toch komen?), krijgen we een lift van Douglas Rozek uit Houston. Deze Texaan is een bijna afgestudeerd rechtenstudent en verblijft een half jaar op stage in Londen. Samen bezoeken we in Pitlochry de kleinste whisky distilleerderij in Schotland: Edradour Distillery. Bij het Tourist Information blijkt het zeer moeilijk te zijn om accommodatie in of nabij Edinburgh te boeken. De Schotten spelen een rugbyinterland tegen Nieuw-Zeeland voor de kwartfinales van het W.K. Zij hebben nog nooit gewonnen. Binnen een straal van vijftig kilometer is alles volgeboekt. Gelukkig vinden we nog één kamer, de laatste, in de Travelodge te Bannockburn. Een familie die geboekt had, is om zeven uur niet komen opdagen. Douglas wordt door ons getrakteerd op een zeer uitgebreid diner in een Indiaas restaurant te Stirling. Het geld voor de lange busreis gaat zodoende op aan een heerlijke maaltijd.
Zondag 24/10/’99
Douglas zet ons ‘s ochtends vroeg persoonlijk af op het prachtige, antieke Waverley Station. Om tien uur ‘s avonds wachten Lucy, Pascal en Cor ons weer op bij de Eurostar Terminal in Brussel. Handen vol verbazing voor de mond geslagen: wat komt me daar uit de rimboe aangelopen?
Een onvergetelijke trektocht door een van de laatste wildernissen. Met dank aan mijn maatje, kok, navigator, oppasser, verzorger, ...zoon.
|