De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- The Great Western Ridges Expedition-

Basecamp aan de voet van Ladhar Bheinn

(Knoydart)

Door: Patrick Snijders

 
 Je bent hier:  Home > Munros > Patrick Snijders / Great Western Ridges > Basecamp aan de voet van Ladhar Bheinn

 
Link naar een Expedia-kaart van Knoydart
Link naar een Expedia-kaart van Knoydart
 
Link naar de Ordnance Survey 1:50.000 kaart van Ladhar Beinn.
Link naar de Ordnance Survey 1:50.000 kaart van Ladhar Beinn.

Nadat we afscheid hebben genomen van Ans en Lucy, richting Haarlem en gaan we een lange nacht op de ferry tegemoet. Het team van ‘The Great Western Ridges Expedition 2000' is onderweg. De Schotse westkust lonkt!

Na een vrij onrustige nacht (enkele bezopen Britten zijn door de bemanning opgesloten vanwege hun luidruchtige gedrag) doen we ons tegoed aan het geweldige ontbijtbuffet. Ik heb altijd gedacht dat ikzelf al behoorlijk wat eten kon wegstouwen, maar dat is niets in vergelijking met wat Frank en Igor wegwerken. De rest van de dag verloopt gelukkig rustig, op de talloze wetenschappelijke discussies tussen Frank en Igor en het door mij noemen van zowat alle bergnamen met bijbehorende hoogtes na. Om de rest van de tijd te vullen, vervul ik de benijdenswaardige rol van car-DJ en laat tot grote vreugde van Frank de ene popklassieker na de andere de revue passeren. Eenmaal hees van het meeschreeuwen, stoppen we voor de lunch een uurtje bij de langs Loch Lomond gelegen Drover’s Inn, een gezellige pub die de sfeer van enkele honderden jaren geleden uitademt. Het geld dat we nog over hebben, is precies genoeg voor een kop soep en een broodje gezond voor ieder van ons. Ongeveer drie uur later en een adembenemende reis door Rannoch Moor en Glen Coe rijker, verlaten we bij Invergarry de A87 en gaan richting het ongerepte Knoydart, één van de grotere Schotse natuurgebieden.

'When the Ministery of Defence wanted to buy Knoydart at the end of the eighties there was public outcry. ‘Scotland’s last wilderness’, said the press proclamations.' (The Munros, Cameron McNeish)


Weg van de civilisatie, op naar het afgelegen Kinloch Hourn. Er zijn nog meer dan 35 kilometer af te leggen: een dik uur rijden op deze slingerende single-track road. Omstreeks vijf uur ‘s middags arriveren we in Kinloch Hourn; een half uur later zijn we al onderweg naar het 11 kilometer verder westelijk gelegen Barrisdale.

Loch Hourn met het wandelpad van Barrisdale naar Kinloch Hourn.
Loch Hourn met het wandelpad van Barrisdale naar Kinloch Hourn (foto: Ron Bloksma)

De prachtige tocht langs de zuidoever van Upper Loch Hourn, is vrij zwaar en geeft ons een indicatie van het ruwe terrein waarop we morgen zullen lopen.

'Knoydart is demarcated by Loch Hourn to the north and Loch Nevis to the south - two sea lochs that, in form and character if not in scale, have the appearance of Norwegian fjords. Upper Loch Hourn, in particular, is so hemmed in by craggy hillsides that no sun reaches its southern shore for some months during the winter.' (Ralph Storer)


Omstreeks acht uur bereiken we Barrisdale. We maken snel een begin met het gereedmaken van het tentenkamp. Over niet al te lange tijd zal de duisternis invallen en een tent opzetten met een Petzl-lampje op je hoofd is niet echt leuk. Terwijl we druk bezig zijn, hebben we toch even tijd over om te huiveren van de steile Stob a’ Chearcaill die zich hoog boven ons tegen de donker wordende en dreigende lucht afsteekt. Morgen zullen we deze hachelijke hindernis op de route tegenkomen. Morgen, ... tijdens het eten en de rest van de avond zijn onze gedachten al bij de klim naar Ladhar Bheinn, ... morgen!

Onder een onverwacht blauwe hemel ontwaken we acht uur later. Het is nog erg vroeg. Aangezien we een redelijk lange tocht voor de boeg hebben, willen we zeker niet te laat vertrekken. Gespannen proberen we wat te ontbijten en pakken we onze rugzakken in, maar onze gedachten dwalen telkenmale af naar de teksten die we in de diverse berggidsjes hebben gelezen, zoals:

'Ladhar Bheinn, the most westerly Munro on the mainland, is regarded by many people (including myself) as the most beautiful mountain in the British Isles. It is a mountain of soaring ridges, spectacular corries, testing remoteness and stunning panoramic views.' (Ralph Storer)

'The classis traverse of Ladhar Bheinn, namely the circuit of Coire Dhorrcail, is best done from Barrisdale.' (The Munros - Donald Bennet)

'A route of great stature, whose approach, ascent and views all demand superlatives.' (Ralph Storer)


Vanaf Barrisdale nemen we het pad dat omhoog gaat naar Creag Bheithe. Als we eenmaal op deze bergrug zitten, waarderen we pas de majestueuze ligging van Ladhar Bheinn. Mede door het prachtige weer is het een voorrecht om in dit wondermooie natuurgebied te kunnen lopen. Net als de euforie zich van ons meester begint te maken, draait het pad enigszins en kijken we recht op de rotsvin van Stob a’ Chearcaill uit. De passage ervan is de crux van de beklimming. De uitgescheurde pagina van ‘The Munros’ zegt:

'Beyond a level section of the ridge the steep buttress of Stob a’ Chearcaill rears up and for 100 meter there is a scramble up broken rock and grassy ledges.'


Omdat we ons goed hebben voorbereid en de routes van buiten hebben geleerd, blijven we rustig onder de aanblik van hetgeen voor ons ligt. Alleen Martin heeft zo zijn bedenkingen. We overleggen dan ook hoe het nu verder moet. Hoewel er een andere route aan de linkerkant om Stob a’ Chearcaill heen voert, willen Frank, Igor en ik de directe confrontatie met de steile wand wel aan. Technisch gezien moet het geen probleem zijn en ook het meegebrachte touw biedt vertrouwen. We merken echter dat Martin, gehinderd door zijn pijnlijke knie, liever voor een omtrekkende beweging kiest. Dit is een verstandige keuze en we spreken af dat we elkaar op de top van de wand zullen treffen. Als een pijl verdwijnt Martin vervolgens uit het zicht. Hij wil onze capriolen niet meer aanzien. Het klautergidsje dat ik speciaal voor dit soort enerverende aangelegenheden heb gekocht, geeft de volgende beschrijving van de klim:

'Zigzag up the nose on narrow, grassy ledges, and large thin flakes of schistose rock. It is steep for about 30 meters and then it eases slightly. There are some awkward steps, but most difficulties can be avoided.'


Kijkend vanaf Stob a'Chearcaill naar Loch Hourn. De scrambling (klauter) passage bevindt zich tussen de positie waar de foto is genomen en de grassige bergrug. Barrisdale ligt aan de kleine inham. Kinloch Hourn aan het eind van het loch.
Kijkend vanaf Stob a'Chearcaill naar Loch Hourn. De scrambling (klauter) passage bevindt zich tussen de positie waar de foto is genomen en de grassige bergrug (foto: Ron Bloksma)

Igor gaat als eerste naar boven en maakt de route nog spannender dan deze al is! Na een tweetal hachelijke passages, hoor ik Frank dan ook achter mijn bezwete rug vandaan roepen: 'Hoe kun je nu wrijving hebben op modder?'. Even later denken we de juiste route gevonden te hebben en een vijftal minuten later staan we bovenaan de verraderlijke wand. Martin staat ons - hoe kan het ook anders - al op te wachten en is zichtbaar opgelucht als hij de drie vertrokken gezichten ziet. Het is duidelijk dat een afdaling van Stob a’ Chearcaill absoluut af valt te raden.

Via Aonach Sgoilte en Bealach Coire Dhorrcail komen we steeds dichter bij ons doel dat binnen handbereik lijkt. Maar een half uur later ligt de top van Ladhar Bheinn nog altijd ver weg. We besluiten een pauze in te gelasten. Vooral Igor is daar blij mee, want hij heeft het behoorlijk zwaar met de (weers)omstandigheden. De GSM blijkt een opmerkelijk goede ontvangst te hebben. Luttele tellen later zit Martin in de bekende geuren en kleuren te verhalen aan Lucy. Eenmaal bijgekomen van de ergste vermoeidheid legt ook Igor contact met het bezorgde thuisfront. Nadat we in mijn ogen lang genoeg hebben gerust, spoor ik de rest aan om de veeleisende klim naar de top te volbrengen.

'On the final steepening to the summit, a step-up onto a large boulder gives small pause for thought, but the pointed top that has been in sight all day is now within reach.' (Ralph Storer)


Nog geen 40 minuten later staan we opgelucht bij de trig pillar (betonnen zuiltje voor landmeetkundige dienst) op de 1020 meter hoge Ladhar Bheinn, de meest westelijke Munro op het Schotse vasteland. Er ligt nog behoorlijk wat overgebleven sneeuw uit de voorbije wintermaanden. De vergezichten naar alle vier de windstreken zijn echt onvergetelijk, maar met name het zicht op de op veertig kilometer afstand liggende Cuillin Ridge op het eiland Skye is ongeëvenaard. Van maandag tot en met woensdag zullen we er een paar toppen proberen te beklimmen.

'The prospect to the west was that of desolation itself; a savage series of rude mountains, discoloured, black and red, as if by the rage of fire. The serrated tops of Blaven affect with astonishment: and beyond them, the clustered height of Quillin.' (Thomas Pennant, 1772)


De graat naar Stob a’ Coire Odhair, een bijtop, is op plaatsen niet meer dan een meter breed. Probleemloos vinden we er echter een weg overheen en dalen zo verder af over de steeds breder wordende flank van Druim ‘a Choire Odhair. Op een hoogte van pakweg 700 meter treffen we een groep Engelsen en Schotten die - zo laat op de dag - nog naar boven aan het gaan zijn. Het zware rotsterrein verandert gestaag in wat vriendelijker ogende en makkelijker lopende grashellingen.

Loch Hourn met op de achtergrond Coire Dhorrcail.
Loch Hourn met op de achtergrond Coire Dhorrcail (foto: Ron Bloksma)

Binnen een mum van tijd bereiken we het bergstroompje diep in Coire Dhorrcail. Van hier is goed te zien waarom deze berg de naam Ladhar Bheinn, oftewel hoefvormige berg, draagt. Coire Dhorrcail is trouwens in het bezit van de John Muir Trust. Deze organisatie behartigt diverse natuurbelangen en wil deze enorme bergkom in zijn originele staat behouden. Laat in de middag arriveren we in het tentenkamp. Na een meer dan verdiende warme maaltijd die we vanwege de plots opkomende regen in de naast het tentenkamp gelegen bothy nuttigen, genieten we na van een geslaagde tocht. Frank vindt alles ranzig en is getuige zijn: 'Wat een gave tocht!', onder de indruk van deze wildernis.

Naar volgende deel: Basecamp aan de voet van Ladhar Bheinn (Knoydart)...



 

Dit artikel heeft Patrick Snijders© geschreven voor 'Beyond The Top', een in kleine bergvriendenkring uitgegeven kwartaalblaadje.

Patrick Snijders en zijn vader Martin Snijders zijn fanatiek Munrobaggers.
Lees ook de andere verslagen van Patrick & Martin Snijders...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl