De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- The Great Western Ridges Expedition-

Stormwind en sneeuwval

(Sgurr na Banachdich, Isle of Skye)

Door: Patrick Snijders

 
 Je bent hier:  Home > Munros > Patrick Snijders / Great Western Ridges > Stormwind en sneeuwval

Link naar een Expedia-kaart van de Cuillens en Isle of Skye
Link naar een kaart van de Cuillens en Isle of Skye.
Link naar de Ordnance Survey 1:50.000 kaart van Sgurr Dubh Mor.
Link naar de Ordnance Survey 1:50.000 kaart van Sgurr Dubh Mor.

Vanuit Kinloch Hourn rijden we via Invergarry door de aan twee kanten door bergen ingesloten Glen Shiel naar Kyle of Lochalsh. Moesten Igor en ik hier vijf jaar geleden nog de boot naar Skye nemen, nu kunnen we na betaling van een exorbitant hoog bedrag over de Skye Bridge naar het zogenaamde eiland van de mist. In Sligachan zien we de toch enigszins angst inboezemende en donkere rotspartijen en toppen van de Cuillin Ridge voor het eerst van dichtbij:

'The Cuillin are the most challenging mountains in Scotland, with airy crests, girt with precipices and with only a few easy routes to their tops.' (Donald Bennet)

Anderhalf uur later zijn we in Glenbrittle, aan de voet van de Black Cuillin. Onderweg hebben we een wonderbaarlijk wolkenschouwspel voorgeschoteld gekregen. Op een bepaald moment leek het alsof er een gigantische waterval boven de Glamaig hing.

Camping in Glen Brittle
...een hobbelig grasveldje op ongeveer honderd meter afstand van de Atlantische Oceaan.
(foto: Ron Bloksma)

De camping in Glenbrittle is niet meer dan een hobbelig grasveldje op ongeveer honderd meter afstand van de Atlantische Oceaan. Onder het keurend oog van een waar leger zeemeeuwen maakt Igor ons prakkie warm. De Cuillin-toppen rond Corrie Lagan zijn vanaf de camping zichtbaar en liggen er uitdagend bij in de avondzon. ‘s Avonds winnen we bij Martin, die alle Munro’s op de Cuillin vorig jaar met een berggids heeft bedwongen, informatie in over de route van morgen. Dan willen Frank, Igor en ik de twee zuidelijkste Munro’s beklimmen. Als ik eenmaal in mijn slaapzak lig te woelen, herinner ik me de volgende woorden van Cameron McNeish:

'For many walkers, the Skye Cuillin is the dark side of their Munro ambitions. The fears that wake them up in the middle of the night with sweaty palms have much to do with exposure, knife-edge ridges, steep scrambles and off course the In Pin, the most technically difficult of all the Munros. These are the Munros that require not only fairly advanced rock scrambling, but rock climbing as well as knowledge and experience of how to abseil. Hence the relief for many walkers once they have successfully completed the Cuillin Ridge - they can get on with the rest of their lives without the dread of nightmares!'

Van nachtmerries heb ik geen last, maar morgen is er geen weg terug meer!

Een mistige dag op de Cuillin (Isle of Skye)
Als ik Tweede Paasdag wakker wordt, begint de adrenaline meteen te stromen en kan ik niet wachten om op weg te gaan. Eenmaal de tent uitgekropen, zie ik dat de rotspieken die er gisteravond nog zo mooi bij lagen nu helaas achter een dikke deken van mist schuil gaan. Maar we laten ons niet afschrikken door de weersomstandigheden en hopen dat het later op de dag zal opklaren. Veel vertrouwen heb ik daar echter niet in! We nemen afscheid van Martin die ons drieën met zichtbaar lede ogen uitzwaait. Na tien minuten lopen komt Igor erachter dat hij zijn helm vergeten heeft. Er lijkt wel opzet in het spel, want op deze manier krijgt de mist wat meer tijd om op te lossen. Ondanks het niet al te florissante weer (Igor vermoedt dat er een koufront overtrekt, dus dat belooft nog wat voor de komende dagen!), besluiten we dat we toch de gehele South Cuillin Ridge zullen proberen te overwinnen.

'There are few routes in Scotland that offer the mountain walker as much constant interest, satisfaction and exhilaration as the South Cuillin Ridge.' (Ralph Storer)

Hoewel er volgens de wandelkaart een pad schijnt te zijn, kost het ons bijna anderhalf uur om de eerste vier kilometer tot aan de voet van Gars-bheinn af te leggen. De combinatie van de massa’s sneeuw die hier de voorbije twee maanden gesmolten zijn en de recente, overvloedige regenval heeft dit pad omgetoverd tot een modderstroom. Zoveel mogelijk van steen naar steen springend, proberen we deze ongelijke strijd met zo min mogelijk kleerscheuren te doorkomen. Juist op het moment dat we de Allt Coire nan Laogh, het laatste stroompje voordat we aan de klim beginnen, oversteken, verliest Frank even zijn concentratie. Zijn rechterschoen verdwijnt in het stroompje vergezeld door enkele 'Oeh’s!' en 'Aah’s!'. Zonder gamaschen is dit best wel een koude douche. Bikkels als we zijn, vergeten we het incident en overwinnen we de eerste hoogtemeters. De klim is hels. Het gras op de steile helling gaat halfweg over in scree, waardoor we het gevoel hebben aan een soort springprocessie deel te nemen. Pas vijf kwartier later, op de graat, kunnen we even van de geleverde inspanning bijkomen. We draaien nu zuidwaarts en volgen de graat die Ralph Storer in zijn boek ‘100 best routes on Scottish mountains’ als volgt omschrijft:

'A wonderfully, airy ridge walk leads out to Gars-bheinn at the end of the main ridge.

Binnen twaalf minuten staan we op de kleine top van Gars-bheinn. De mist beperkt ons zicht nog altijd tot zo’n dertig meter. De woorden in de Skye-klautergids van J. Wilson Parker voelen dan ook aan als zout in onze wonden:

'A famed view point, this the southernmost peak of the Cuillin, dominates the sea and affords an uninterrupted maritime panorama embracing the Western Highlands, the Small Isles (Rhum is particularly in evidence) to the south, and the Outer Hebrides just visible on the far western horizon.'


Eigenwijs als we zijn, hopen we toch nog op een weersverbetering. Van de andere kant kunnen we van geluk spreken dat het in ieder geval droog is, want het pittige klauterwerk dat ons te wachten staat vraagt liever niet om natte rotsen. Na het rap verorberen van de lunchpakketjes gaan we op weg naar Sgurr nan Eag. Via een prachtig curvende graat klimmen we naar de platte top van deze Munro.

'Sgurr nan Eag, the southernmost Munro on the Main Ridge, is not a particularly distinguished peak by Cuillin standards.' (The Munros - Donald Bennet'

De laatste pakweg honderd meter geven een voorproefje van de rest van de route die voor ons ligt. Tot hier was het klauteren nergens moeilijk, maar dat verandert al gauw. Tijdens de korte afdaling naar Bealach a’ Garbh-choire blijkt hoe snel je hier, zeker onder de huidige omstandigheden, van het juiste pad kunt afwijken. Maar met behulp van mijn GPS en de juiste topografische kennis van het gebied weet ik bijna foutloos de bealach te vinden. Vervolgens traverseren we een aantal smalle richeltjes aan de westzijde van Caisteal a’ Garbh-choire, een enorme rotstoren die letterlijk midden op de toch al luchtige graat ligt. Onderweg scheurt Igor een stukje van de linkermouw van zijn dure North Face jas open. Gelukkig valt de schade mee en de sporttape uit Franks EHBO-doos doet wonderen.

Sgurr Dubh Mor (944 m) & Sgurr Dubh Da Beinn (938 m)
Sgurr Dubh Mor (944 m) & Sgurr Dubh Da Beinn (938 m)

Op Sgurr Dubh na Da Bheinn blijkt dat we al behoorlijk wat uren onderweg zijn. Daarom besluiten we dat we na Sgurr Dubh Mor naar de camping zullen terugkeren en Sgurr Alasdair, de hoogste berg van de Cuillin, voor een andere dag zullen bewaren. De klim naar Sgurr Dubh Mor (grote, zwarte piek) zal volgens het gidsje namelijk nog de nodige tijd kosten:

'From here to the top of the highest Dubh is a difficult scramble. Three pinnacles are passed on the right before a steep, scratched section up rocks with good holds leads up the south face of the summit rocks.'

Eenmaal onderweg rijst al gauw de vraag hoe je in dit uitgestorven maanlandschap een pinnacle kunt onderscheiden van de rest. Als Frank en ik er echter van overtuigd zijn dat we er drie gepasseerd zijn, maakt Frank zich klaar om als eerste omhoog te klimmen. Igor vertrouwt het niet en ik moet inderdaad toegeven dat de glibberige rotsen er allesbehalve uitdagend uitzien. Terwijl Frank met fors gespreide benen een enigszins aangename positie op de rotsen probeert te vinden, kijk ik gespannen toe; Igor kan deze huiveringwekkende aanblik niet langer verdragen en verdwijnt in de mist. Even later, net als Frank en ik het wijze besluit hebben genomen om de klim te laten voor wat hij is, horen we een opgewekte Igor roepen: 'Waarom beklimmen jullie eigenlijk de derde pinnacle?'. De echte top blijkt zich een kleine zestig meter oostwaarts te bevinden. Het resterende klauterwerk dient niet onderschat te worden, maar de route is erg mooi en we vinden de woorden uit ‘The Munros’ een correcte omschrijving van deze spitse piek

'Sgurr Dubh Mor is a fine sharp-topped peak lying to the east of the Main ridge on a long, subsidiary ridge which rises from the edge of Loch Coruisk.' (Donald Bennet)

Een blik op Igors horloge leert ons dat het hoog tijd wordt om de beschutting van het dal op te zoeken. We keren terug over Sgurr Dubh na Da Bheinn en banen ons door het gigantische blokkenterrein via Bealach Coir’ an Lochain een weg naar Bealach Coir’ a’ Ghrunnda. Hier is het even zoeken naar de juiste puinhelling omlaag. Langs de voet van de imposante Ladies Pinnacle verliezen we in een rap tempo hoogte. Opeens komen we onder de mist uit en juist als we denken dat we de resterende kilometers zonder problemen kunnen afleggen, is ineens het pad verdwenen. Hoezo verdwenen, ja het is gewoon weg! De rest van de afdaling in dit zware terrein kost dus weer veel meer tijd dan gepland. Eenmaal veilig beneden in Coire Lagan ontkomen we niet aan het idee dat hier een aardverschuiving heeft plaatsgevonden. Drie kwartier later is Martin ontzettend blij als hij ons de camping op ziet lopen. Het is inmiddels zeven uur ‘s avonds!

Coire Laggan
Coire Laggan (foto: Ron Bloksma)

Hoewel we ruim 1400 hoogtemeters hebben overwonnen, hebben we slechts 15 kilometer afgelegd. Op de Cuillin is dat echter een respectabele afstand. De Schotse dichter Sorley MacLean heeft dit treffend weten te verwoorden:

'Long, long and distant, long the ascent, long the way of the Cuillin and the peril of your striving'

Tijdens het eten dat we vanwege de aanwakkerende wind in het toilettenblok klaarmaken, vertelt Frank dat hij behoorlijk onder de indruk is van mijn navigatiekwaliteiten. 'We hebben geen centimeter verkeerd gelopen!', hoor ik hem zeggen. Gelukkig maar, want anders hadden we ons prakkie in het pikkedonker kunnen verorberen.

Naar volgende deel: Stormwind en sneeuwval (Sgurr na Banachdich, Cuillin, Isle of Skye)...



 

Dit artikel heeft Patrick Snijders© geschreven voor 'Beyond The Top', een in kleine bergvriendenkring uitgegeven kwartaalblaadje.

Patrick Snijders en zijn vader Martin Snijders zijn fanatiek Munrobaggers.
Lees ook de andere verslagen van Patrick & Martin Snijders...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl
>