
Link naar een kaart van Glencoe.
|
‘s Morgens is het stralend weer. De lucht is strakblauw en er is geen wolkje te ontdekken. Toch heeft Martin besloten een rustdag in te plannen, omdat hij morgen absoluut fris aan de start wil verschijnen voor de spectaculaire tocht over Aonach Eagach. Het ontbijt snel wegschrokkend, controleer ik mijn uitrusting en ook Frank en Igor zoeken hun klimmateriaal bij elkaar. Omstreeks 09:30 uur verlaten we de camping en rijden op ons dooie akkertje via Ballachulish naar Glen Coe.
MacDonalds versus Campbells
Voor deze beruchte glen geldt zo’n beetje hetzelfde als voor het Torridon-trio: uniek natuurschoon en grillige bergen. In Glen Coe speelt bovendien na ruim driehonderd jaar nog altijd de nagedachte aan de hevige en bloederige strijd tussen de diverse clans:
|
'Nothing, not even a glorious summer’s day, can entirely disperse the air of solemnity that pervades that most famous (and infamous) of glens, Glen Coe - the ‘glen of weeping’. This is due not only to memories of the Massacre, when in 1692 the Campbells fell upon the MacDonalds, butchering many and dispersing the rest into the raging blizzard, but also to the mountains, which shut in the glen dramatically to both north and south.' (Ralph Storer)
|
Zelfs op de dag van vandaag hebben sommige clans zich nog niet weten te verzoenen en kun je her en der nog haatgevoelens bemerken. Ik vertel Igor en Frank het verhaal van een Nederlandse toerist die onwetend - een cadeau gekregen Clan Campbell stropdas dragend - een Schots cafeetje binnen-stapte. Toen hij de man achter de bar vroeg waarom de mensen binnen hem zo vijandig aankeken, kreeg hij op niet mis te verstane wijze te horen hoe hij het aandurfde om met die das in het gebied van Clan MacDonald te komen. Wist hij veel!
Laten wij ons maar tot de bergen beperken:
|
'The Glen Coe peaks are well known and loved. It’s a wonderful place, introduced by the majestic Buachaille Etive Mor, and dominated by the high Bidean massif in the south and the spectacular wall of the Aonach Eagach ridge to the north. For many, including myself, this is the spiritual home of Scottish mountaineering.' (Cameron McNeish)
|
Het is een typisch Britse gewoonte om alles met superlatieven te beschrijven. Als je de boeken en gidsjes moet geloven is elke Schotse glen óf het mooist, óf het meest afgelegen, óf die met het oudste kerkje, óf de glen waar de meeste herten zuidelijk van een bepaalde rivier te vinden zijn.
Bij Allt-na-reigh parkeer ik de auto en gaan we te voet verder. Frank raakt meteen achterop doordat hij met volle teugen geniet van wat de natuur zoal te bieden heeft. Vandaag proberen we twee Munro’s te beklimmen: Bidean nam Bian en Stob Coire Sgreamhach. Deze laatste is pas sinds de meest recente satelietmetingen in de zomer van 1997 een aparte Munro. Voor Igor wordt het, na 1995 met mij, de tweede keer dat hij Bidean nam Bian beklimt. Voor mij zelfs de derde keer (na 1995 en 1997). Het antwoord op de vraag waarom Igor en ik hier nogmaals omhoog gaan, is simpel. Deze meer dan indrukwekkende rotspiek is misschien wel de mooiste berg van Schotland, mede door The Three Sisters, de drie noordelijke rotsgraten boven het dal. Ook de beschrijving in ‘The Munros’ liegt er niet om:
|
'The highest mountain in Argyll, Bidean nam Bian is a compact and complex massif, the name applying to the highest point as well as to the mountain as a whole. The whole massif is rocky and steep-sided, and even the easiest walking routes to the summit of Bidean involve some mild scrambling.' (Donald Bennet)
|
Wel kiezen we nu een andere route naar de top en wel die door de landschappelijk interessante Coire Gabhail (The Lost Valley). Dit is de vallei waar de MacDonalds beschutting zochten op de vlucht voor hun vijanden.
|
'The graceful summit of Bidean nam Bian lies hidden at the hub of more than 12 miles (20 km) of ridges. To the north it thrusts out three spurs that terminate in the bold buttresses known as the Three Sisters of Glen Coe, which dramatically shut in that solemn glen on its south side. The corries between the Sisters are of exceptional interest, and Bidean is arguably one of the few mountains that is best approached by its valleys rather than its ridges.'
|
|
'Seasonal notes: winter difficulties should not be underestimated; the ridges may be corniced and the headwall of Coire Gabhail becomes a steep snow climb.' (Ralph Storer)
|
Met dit laatste zijn we het meer dan eens. De klim naar het zadel tussen de twee Munro’s is namelijk pittig vanwege de dikke sneeuwlaag. Iedereen die wel eens een sneeuwhelling van 40 graden heeft bestegen, weet waar ik het over heb. Pickel en stijgijzers zijn hier absoluut onmisbaar!

Bidean nam Bian from Beinn Fhada (Glen Coe)
|
Eenmaal in het zadel bereiken we moeiteloos de flink besneeuwde top van Stob Coire Sgreamhach, hoog boven de graat die naar Beinn Fhada slingert. Aangezien we ruim voorliggen op het strakke schema, volgen we de mooie graat. Deze blijkt moeilijker dan verwacht, voornamelijk vanwege een rotsachtige kloof ongeveer halverwege. Op Beinn Fhada genieten we van een welverdiende lunch, terwijl we de sfeer van de om ons heen liggende Hooglanden op ons laten inwerken. Met name het zicht naar het zuiden over Loch Etive en richting Ben Starav, waar ik ooit wild gekampeerd heb, is onvergetelijk. De rest van de route is goed zichtbaar vanaf deze mooie plek. We klimmen terug naar Stob Coire Sgreamhach en stijgen via het zadel over een op diverse plaatsen overhangende sneeuwgraat naar de hoogste top op het massief van Bidean nam Bian (vertaald: Piek der Pieken). Op veel plaatsen is het steil en ijzig. Op de traverse van een volgende sneeuwgraat die ons naar Stob Coire nan Lochan leidt, zijn we uiterst voorzichtig. Vanaf deze top wordt de route een stuk makkelijker en in sneltreinvaart denderen we omlaag door Coire nan Lochan, Igor voorop. Tijdens een van de spaarzame rustmomenten, proberen we een indruk te krijgen van de donker ogende graat aan de overkant van Glen Coe: Aonach Eagach. Ik tracht Frank van de moeilijkheid van de route die eroverheen loopt te overtuigen. 'Zie je dat daar?', vraag ik hem, terwijl ik naar enkele angstaanjagende rotstorentjes wijs. Zijn onverwachte antwoord luidt echter: 'Wat, dat brede pad dat er loopt?'. Wat een wijsheid!
Wederom heeft Bidean nam Bian voor een prachtige dag gezorgd en het is de vraag wanneer ik hier voor de vierde keer naar boven zal gaan? In Fort William doen we inkopen in de grote Safeway-supermarkt. Op de camping treffen we Martin bij onze Duitse buren, druk vertellend over de dag van gisteren. Igor en Frank verzorgen een heerlijke maaltijd. Door het warme weer blijven we tot laat in de avond in de buitenlucht genieten van alles wat zich op ons campingveldje afspeelt.
Naar volgende deel: De enerverende traverse van Aonach Eagach (Glen Coe)...
|