
Link naar een kaart van Glencoe.
|
Het is zowaar nog warmer dan gisteren, terwijl het toch echt nog april is. Voor de tweede opeenvolgende dag rijden we, nu met z’n vieren, naar Glen Coe voor alweer de laatste tocht van deze ‘Great Western Ridges Expedition’ over de fameuze Aonach Eagach. In het Engels betekent dit Notched Ridge, zoiets als 'Graat der Inkepingen!' Ralph Storer is duidelijk in zijn beschrijving van deze messcherpe rotsgraat aan de noordzijde van Glen Coe.
|
'Aonach Eagach lays claim to be the finest ridge on the Scottish mainland. For almost 2 miles its pinnacled crest lines the northern side of Glen Coe, providing exciting, sometimes daunting, scrambling in exposed situations. Its traverse comes close to being graded a rock climb in several sections, but those with a good head for heights, who take it slow and easy and savour its situations to the full, will find it an immensely satisfying route. Note that there is no way of bypassing the awkward sections, and for most of the traverse there is no easy way off down to the glen.' (Ralph Storer)
|
De route eroverheen mag niet onderschat worden. Het volgende citaat van Ben Humble in het magazine ‘On Scottish Hills’ uit 1946 geeft aan hoeveel respect je als klimmer voor de Aonach Eagach dient te hebben:
|
'On a certain day of snow and ice and sunshine I stayed at home while two friends made their first traverse of the ridge. One of them told me he was disappointed because it was not as difficult as he had expected. He ought to have been almighty thankful.'
|
Even na 9:00 uur treffen we Mark bij de Clachaig Inn, misschien wel de bekendste en gezelligste climbers bar in Schotland. Met twee auto’s rijden we een kilometer tot aan Loch Achtriochtan. Boven dit meertje, waaraan de mountain rescue post ligt, verheft zich de loodrechte wand van Aonach Dubh, één van The Three Sisters. Op het parkeerplaatsje bij het meer laten we een auto achter. Met de andere rijden we tot Allt-na-reigh. Hier veranderen we van schoeisel en beginnen we aan de steile klim naar Am Bodach, het meest oostelijke punt van Aonach Eagach. Binnen een afstand van anderhalve kilometer overbruggen we ruim 850 hoogtemeters! Mark gaat als een bezetene omhoog en sleept Igor en Martin in zijn kielzog mee. Ik blijf bij Frank die wat achterblijft. We hebben immers vakantie! Vijf kwartier na het vertrek bij Allt-na-reigh staan we op de platte top van Am Bodach.
|
'From here you get your first view of the sinuous, rocky ridge - a daunting sight. It’s a switchbacked fin of rock and grass, steep-sided and exposed, with occasional pinnacles posing as obstacles at points along the way. Wonderful!' (Cameron McNeish)
|
Het uitzicht over de bergen van Glen Coe, The Mamores en Lochaber is grandioos. In het zuiden kunnen we achter de rotspartij van The Chancellor de hele route zien die we gisteren over Bidean nam Bian hebben gelopen. We trekken onze heupgordels aan en Mark besluit Martin direct aan te binden. Met Igor, Frank en mij spreekt hij af dat we zelf moeten aangeven wanneer we aangebonden willen worden. Maar hij is ervan overtuigd dat wij (bikkels als we zijn) - technisch gezien - de hele graat ongezekerd kunnen overmeesteren.
Langzaam klimmen we de pakweg eerste dertig meter omlaag. Martin is blij dat hij is aangelijnd en weet de rest van de groep precies te vertellen waar de ideale route loopt, welke stenen los liggen, hoe de klauterpassages het best te nemen zijn, etcetera. Met elke stap die ik verder op de graat kom, voel ik me meer in mijn element. Zonder kleerscheuren en zonder al te veel druppeltjes angstzweet, bereiken we het kleine topje van Meall Dearg: rode heuvel. Deze berg dankt zijn naam aan de kleur die hij, gezien vanuit het dal, in het avondlicht heeft. Ik zou me echter kunnen voorstellen dat de naam afkomstig is van de talloze bebloede handen die zich hier aan de scherpe rotsen vastgrijpen.
Meall Dearg heeft trouwens een unieke plaats in de geschiedenis van het Schotse bergbeklimmen. Het was in 1901 namelijk de laatste Munro die A.E. Robertson beklom, waardoor hij de eerste munroďst werd. Aangezien het erg warm is, doen we ons op de top tegoed aan meerdere liters drank. Mark vertelt dat hij regelmatig als vrijwilliger deelneemt aan bergreddingsoperaties op de Aonach Eagach. Regelmatig vindt hij daarbij rugzakken in de verschillende corries, vaak tot diep in de zomer. Ook onze vriend Ian Drummond heeft hier al eens zijn rugzak verloren. Een heel ander verhaal dat Mark vertelt, is dat van een recente klim naar de In Pin op Skye. De twee Nederlandse meiden die hem als gids hadden ingehuurd, waren verbaal zo onder de indruk van zijn strakke kontje dat hij op de top besloot tot actie over te gaan. Het is te hopen dat de genomen foto’s van zijn blote billen niet op het internet terecht komen. Martin wil natuurlijk niet achterblijven en komt wederom met een onnavolgbare woordgrap op de proppen: 'Als ijsschroeven verijsd zijn, dan zijn ijsschroeven vereist!'
Het wordt tijd om verder te gaan en het volgende stuk van de graat is volgens de route-beschrijving van Cameron McNeish meteen het meest moeilijke gedeelte:
|
'The next section, the Crazy Pinnacles, is best.'
|
Over en langs een oneindige reeks pinnacles bereiken we een uur later Stob Coire Leith. Het was inderdaad een pittige onderneming, maar het eindpunt is nu in zicht. De gedachten die tijdens de korte klim naar Sgorr nam Fiannaidh, het westelijke begin- dan wel eindpunt van deze graat, door mijn hoofd spoken, zijn ongeveer als volgt:
|
'As the day unfolds and the adrenaline of obstacles faced and overcome gives way to the euphoria of succes, everyone starts to bubble with an overflowing enthusiasm for the sheer quality of the experience.' (Geoffrey Winthrop Young)
|

Ston Coire nan lochan gezien vanaf de Clachaig Inn (Glen Coe)
|
In iets meer dan veertig minuten dalen Mark en ik af tot bij Loch Achtriochtan. Tien minuutjes later arriveren Igor en Frank, op een kwartier gevolgd door Martin. Hij heeft behoorlijk wat last van zijn knie, maar het is hem gelukt! We halen Marks jeep op in Allt-na-reigh en besluiten de succesvolle tocht van vandaag in de Clachaig Inn te vieren. Martin trakteert, maar valt van verbazing bijna om als hij hoort hoeveel hij moet afrekenen. Het blijkt dat Mark een speciaal gebrouwen bier heeft besteld dat nog duurder is dan de vier biertjes van ons samen! Na deze ene consumptie besluiten we dus afscheid te nemen van Mark en de rest van het geld te spenderen aan fish and chips. Dit betekent Ben Fong in Fort William. Ze kennen ons nog.
Naar volgende deel: Home sweet home & Evaluatie...
|