|
|
Wat een paar jaar geleden begon met de West-Highland Way is langzamerhand omgeslagen in de nationale Schotse sport: 'Munro Bagging'. Als je Schotland eenmaal onder de leden hebt ben je daar nog zomaar niet vanaf. Dit jaar waren het de Cairngorms.

Koninklijk kamperen bij Gelder Shiel
|
De Eerste
Onze eerste kampeerplek is met recht koninklijk te noemen: we staan op het landgoed Balmoral van het Britse koninklijk huis. We hebben een prachtig stukje gras gevonden bij Gelder Shiel, een bothy, met een beekje naast de deur en prachtig uitzicht over de glooiende heidevelden, waar, zo rond zonsondergang, een kudde herten loopt te grazen. In de verte steken de Cairngorms hun besneeuwde koppen boven de heuvels uit. Achter ons, donker en gehuld in wolken, ons doel van morgen: Dark Lochnagar.
De volgende morgen laat Lochnagar gelukkig ook zijn kop zien. De bewolking is wat opgetrokken en af en toe is er een streepje zon. We volgen niet het pad, dat met een grote boog naar de bergkam gaat, maar zoeken ons een weg omhoog door de heide naar de corries. Ons onvolprezen handboek van de Scottish Mounteneering Club raadt dat aan als zijnde de mooiste benadering en ook nu klopt dat weer. De steile rotswanden worden steeds imposanter naarmate we dichterbij komen. Een kudde herten vlucht telkens een stukje voor ons uit. De bodem wordt steeds natter als we in buurt van het meertje aan de voet van de rotsen komen, totdat we ons over rotsblokken een weg door de zwarte modder moeten zoeken. Nog een stukje klauteren over grote blokken ruw graniet en dan staan we bij het meer dat de berg zijn naam geeft: Loch Nagar. Het kristalheldere water weerspiegelt de donkere rotswand en de plukken sneeuw die hier en daar nog hangen. Over enorme rotsblokken klauteren we naar het zadel tussen de Meikle Pap en de Lochnagar. Zonder rugzak beklimmen we de Meikle Pap. Onze eerste Munro van deze vakantie! Vanaf de door de wind geslepen rotsen op de top hebben een prachtig uitzicht over Loch Nagar en de route die we hebben afgelegd. Ook maken we kennis met de Ptarmigan, een prachtige duifachtige vogel. Scharrelend tussen de rotsen lijkt hij op een wat onhandige kip maar als hij op de vleugels gaat speelt hij met de wind rond de bergtoppen.
We halen onze rugzakken op en klauteren de laatste honderd meter naar de ridge van Lochnagar. De wind wordt steeds harder en kouder. Boven op de vlakke top gieren er nu en dan flarden nevel voorbij en spettert het. Aan het eind van de ridge is het hoogste punt, de Cac Carn Beag, getooid met een fraaie cairn en een indicator, een metalen plaat waarop de namen van de omringende bergen zijn aangegeven, van de Cairngorm Club. Lang blijven we er niet, daar is het te koud voor en veel zicht is er ook niet. Met het kompas in de hand gaan we op zoek naar het pad naar Callater. Het gaat nu echt doorregenen en de wind rukt en sjort uit alle macht aan onze capes. Het gaat bergafwaarts tot we van bovenaf Glen Callater binnenkomen, een prachtig glen, met een meanderende beek op de bodem. De kilometers beginnen nu te tellen, zeker als we beneden gekomen nog een uur macadam en een uur asfalt onder de zolen krijgen.
Tegen zessen zakken we neer op een stoel in de jeugdherberg. Schoon, uitgehongerd en wat moeilijk lopend gaan we een uurtje later naar The Five Arms. Een prachtige oud hotel, waar de vulling van de bank door het laagje oude chic heenkijkt, en waar we heerlijk eten, een pint drinken en nagloeien van de wind.
De Langste
So will I build my altar in the fields
And the blue sky my fretted dome shall be
And the sweet fragrance that the wild flowers yields
Shall be the incense I yield to Thee
|
De Hutchison Memorial Hut, waar we deze tekst op vinden, staat in het hart van de Cairngorms. Het is een natuurstenen bothy (schuilhut, red.) van drie bij vier meter met een golfplaten dak. We kamperen er voor, want het is er nogal smerig, maar we kunnen er mooi uit de wind koken. 's Nachts gaat het pas echt hard waaien. Ons koepeltentje klappert, schudt en wordt nu en dan half tegen de grond gedrukt door de bulderende storm. Twee stokken blijken later gespleten te zijn door dit geweld. Van slapen komt er niet veel onder deze omstandigheden. Om half zes staan we maar op. We stappen af van ons plan om vandaag de Ben MacDui te beklimmen. Het pad omhoog verdwijnt al snel in de voortrazende wolken. We nemen de alternatieve route door het Lairig an Laoigh. Het is even zoeken door de drassige hei, maar dan staan we op het pad, dat van oudsher de verbinding vormt tussen de dalen van de Dee en de Avon.

Het doorwaden van de Avon |
Al snel zijn we op het hoogste punt van de pas en dalen we af naar de Fords of Avon. De eerste ford (doorwaadbareplaats in beek of rivier, red.) is inderdaad doorwaadbaar, ook al doet de wind nog zo zijn best om me omver te waaien, zoals even eerder gebeurd is. De Avon zelf is echter een kolkende stroom van meer dan een meter diep dus dat kunnen we wel vergeten. Toch moeten we naar de overkant want daar wacht ons, na nog vele kilometers, de jeugdherberg. We proberen het stroomopwaarts, daar moet immers minder water doorkomen. Een eindje voorbij de Fords stroomt de Avon rustig door een paar poelen, maar is zij wel weer erg breed. We proberen het nog wat verderop, en nog wat verderop en nog verder tot we bij het Loch Avon staan. Volgens ons handboek 'een van de meest grimmige plekken in Groot-Brittannië met een arctische grandeur' en daar is geen woord teveel mee gezegd. Maar we zijn nog steeds niet over de Avon. Terug maar weer, langs de soms steile, soms drassige, soms besneeuwde oever. Bij de poelen moet het dan toch maar gebeuren. Broek uit, en als eerste stapt Piet in het ijskoude water. De skistokken bewijzen goede dienst als peilstok. Zonder problemen stapt hij twintig meter later aan de overkant de oever weer op. Ik volg, en merk net als hij dat de kou meevalt. We klimmen ons warm over de rotsblokken langs de oever van de Avon tot The Saddle, inderdaad een zadel tussen de uitlopers van de Bynack More en de Cairn Gorm. We kijken nog even uit over Loch Avon, met zijn steile rotswanden en gigantische Shelter Stone en beginnen dan aan de afdaling in het ruige Strath Nethy. De westkant ziet eruit alsof hele rotswanden omlaag zijn komen zetten, en waarschijnlijk is dat ook zo. Er is een duidelijk, goed pad, met maar nu en dan wat stenen en dat doet het hem waarschijnlijk. Piet gaat door zijn enkel en bijna door het plafond van de pijn. Dat is echter niet voor het eerst en een kwartiertje later lopen we weer. Het dal wordt geleidelijk breder en mondt dan uit in een modderige vlakte.
We zijn inmiddels al een uur of tien aan het lopen en de zompige zuigende grond herinnert ons met elke stap daar weer aan. Bij de Bynack Stable krijgen we weer vast grond onder de voeten. De macadam wordt asfalt als we het fraaie oude bos bij Loch Morlich komen. Uitgeput rusten we bij een beekje, waar onze beschermengel een Mars heeft verloren die we met smaak nuttigen. Een uur later zitten we gedoucht en wel aan een blikjes-maaltijd in de jeugdherberg. Nog een uur later zijn we in het Schotse dromenland.

Uitzicht vanaf de Cairn Toul
|
Lairig Ghru
De begeleider van de groep zwakzinnige jongens die bij ons op de kamer ligt maakt de volgende dag zijn excuses. We zullen wel last hebben gehad van zijn pupillen die 's nachts nogal aan het spoken zijn geweest. We moeten hem teleurstellen, niets van gemerkt. We verlaten de prachtig gelegen jeugdherberg en richten ons weer op de Cairngorms. In de verte rijzen die steil op, na een lange aanloop van langzaam stijgend heuvelland. Langs de weg zien we talrijke tekenen van het skigebeuren. Weliswaar lang niet zo uitgebreid als in de alpen, maar toch is het een van de belangrijkste skigebieden in Groot-Brittannië. Het is altijd weer een opluchting als je van het asfalt af mag. Nog een paar laatste gras- en heideheuvels dan staan we aan de ingang van de Chalamain Gap, een met rotsblokken bezaaide insnijding in de bergrug tussen Loch Morlich en de Lairig Ghru. Het is een hele toer om in de gierende wind van rotsblok naar rotsblok te klimmen. Boven begint de Lairig Ghru en de regen. Gelukkig duurt de laatste niet lang. We dalen af naar het pad dat langs de beek loopt en klimmen de steile oever aan de andere kant weer op naar de Sinclair Memorial Hut. Aan de erosie te zien zijn wij niet de enige. Dat is ook de reden dat deze bothy gesloopt zal worden. Na de lunch volgen we het pad weer door het mooiste tochtgat van Schotland. Nu en dan zijn de windstoten zo hard dat we ons op stokken en voeten schrap moeten zetten om niet om te waaien. Mooi is het wel - de gletsjers hebben het ooit een bijna perfecte U-vorm gegeven - met aan beide zijden besneeuwde ridges. Op het hoogst punt, bij de Pools Of Dee, houden we halt. De zon schijnt fel op de omringende sneeuwveldjes, en in de luwte van een kring van rotsblokken is het goed rusten. Het pad gaat dan weer dalen en gunt ons na een tijdje een blik in de prachtige bergkom Garbh Coire. In de verte, gekleineerd door de daarachter oprijzende The Devil's Point, wordt de Corrour Bothy zichtbaar. We zoeken een luw plekje ervoor om te kamperen, want we hebben niet veel vertrouwen in de lijm en pleisters die de tentstokken bij elkaar houden.

De ridge langs Garbh Coire
|
De Mooiste
De volgende morgen gaat het pad vanaf de bothy gelijk steil omhoog. Het laatste stukje tot het zadel tussen The Devil's Point en de Cairn Toul moeten ook de handen uit de mouwen. Boven kabbelt overal het water tussen het mos. De wind giert om ons hoofd en sleurt de wolken kolkend over de bergrug heen. Nu en dan scheurt hij er een gaatje in waardoor we in de diepte een stukje van de dalbodem kunnen zien. We volgen de ridge, moeizaam omhoog klauterend over de ruwe granieten rotsen. Een bui bevroren motregen voelt als speldenprikken in ons gezicht. Als we afdalen van de Cairn Toul wordt het weer wat beter. De wolken trekken op en gunnen ons een adembenemend uitzicht op het met ijs bedekte Lochan Uaine in de diepte van het prachtige Garbh Coire. We volgen de ridge, constant genietend van het uitzicht tot we aan de rand van het plateau rond de Cairn Einich komen. Zoals in ons handboek staat, een indrukwekkend stukje arctische toendra. Het is heel raar om je voor te stellen dat de vlakte waarop je loopt eigenlijk een bergtop is die aan alle kanten steil omlaag gaat. We doorkruisen een paar flinke sneeuwvelden en kijken dan uit over Loch Einich aan de ander kant van de bergrug. We gaan weer terug naar het einde van de ridge, de Breariach, onze vierde Munro van vandaag! Bij de verkeerde cairn eten we wat, en kijken uit over het dal van Loch Morlich. Heel in de verte zien de Jeugdherberg al weer liggen. Over een smalle graat dalen we af naar de Sron na lairig, waar we nog een laatste keer mogen genieten van de Coire Garbh en dan begint de 'Lange Mars' omlaag. De kilometers en vooral de knieën laten zich gelden en het lijkt wel of we veel meer moeten dalen dan we geklommen hebben. Het pad naar de Rothiemurchus Lodge is slecht en dan volgen er nog hete kilometers over een stoffige grindweg en als toetje een paar kilometer asfalt. De tank is leeg, als we na tien uur lopen in de jeugdherberg neerploffen. Maar wat was het mooi!
De Hoogste
Soms is de lift zo gek nog niet, bedenken we als we ons dwarszittend omhoog laten liften naar het Ptarmigan restaurant. Met vele dagjesmensen, die ook van deze schitterende dag genieten klimmen we de laatste 100 meter naar de top van de Cairn Gorm. Die is niet spectaculair, het uitzicht wel. Een heldere lucht, bijna geen bewolking en de op twee na hoogste berg van Schotland. Maar we willen nog hoger. Het pad naar de Ben MacDui leidt weer over een besneeuwde toendra, maar deze is toch wat minder indrukwekkend dan die van gisteren. Dat geldt ook voor de MacDui himself, maar oh wat uitzicht daarboven. Als we aan de andere kant afdalen wordt de tocht interessanter. Langs steile besneeuwde hellingen dalen we af naar het mooie Loch Etchachan, het hoogste loch van deze afmetingen in Schotland. Ik maak nog even een uitstapje naar het Loch Avon, om mij nu vanaf de andere kant nog eens te vergapen aan de grimmige rotswanden die aan drie kant oprijzen uit de diepte van het meer. Het mooie weer is nu op. Als we afdalen in het Coire Etchachan brengen donkere luchten de eerste regendruppels. Maar de Hutchison Memorial Hut, waar we weer willen kamperen, is niet ver meer.
De Laatste
Er blijken ongeschreven gedragsregels te zijn met betrekking tot de producten van de menselijke spijsvertering rondom bothy's. Daar kwamen we bij ons vorige verblijf hier achter toen we wat stenen opraapten om de tent mee aan de grond te houden. Sindsdien dragen wij ook ons steentje daaraan bij.
Als ook de rest van het opstaanritueel is afgewerkt gaan we op weg naar onze laatste Munros van deze tocht. Aan de andere kant van de lairig an Laoigh sjouwen we omhoog naar de top van de Beinn a' Chaorainn. Ook hier ligt tussen de bergtoppen weer een hoogvlakte waar allerlei arctische planten en dieren voorkomen. Een daarvan zien we ook, een prachtige poolhaas die voor ons uitvlucht. De Beinn a' Bhuird eindigt aan de andere kant in een diepe afgrond die is getooid met grote massa's overhangende sneeuw. We volgen de ridge tot de plek waar we volgens de kaart omlaag kunnen. Dat blijkt een steile helling van rotsblokken te zijn; leuk maar lastig met een fantastisch zicht in de diepte. Daar zien we ook een oud dennenbosje liggen waar we kamperen. Net buiten de stank van een dood hert vinden we het enige vlakke en toch droge plekje om onze tent op te zetten. Onze laatste waspartij in de beek; schaakpartij met whisky en chocola en maaltijd uit een zakje.

De Hutchison Memorial Hut
|
De volgende dag dalen we door het prachtige Quoich dal af naar Breamar. De ale is weer best in The Five Arms en we zweven
om vijf uur de bus in naar Aberdeen. Back home, met veertien Munros op zak!
|
Naschrift
In 1995 is Piet van Waas overleden. Het gedicht van de Hutchison Memorial Hut hebben we bij zijn crematie voorgelezen:
|
So will I build my altar in the fields
And the blue sky my fretted dome shall be
And the sweet fragrance that the wild flowers yields
Shall be the incense I yield to Thee
|
|
Routebeschriijvingen
|
Lochnagar
Vertrek vanaf Gelder Shiel. Gelder Burn volgen tot het pad afbuigt. Dan zonder pad richting Lochnagar. Bij het meertje omhoog klimmen naar het zadel tussen Meikle Pap en de Ridge van Lochnagar. Even de Meikel Pap op en dan over de ridge naar Cac Carn Mor (indicator) Afdalen in westelijke richting naar de Stuic an t-Sagairt Mor. Verder afdalen in Glen Callater naar Braemar(jeugdherberg).
|
Cairn Toul
Start vanaf Corrour Bothy (kamperen). Steil omhoog door Coire Odhar naar het zadel tussen The Devil's Point en Cairn Toul. Vandaar omhoog naar de ridge van Cairn Toul. Ridge volgen naar de Braeriach. Aan het eind van de ridge afdalen naar de Lairig Ghru, dan via Rothiermurchus naar Loch Morlich of Aviemore Youthhostel.
|
Cairn Gorm
Wil je het makkelijk dan neem je de lift. Anders klim je via de Sron an Aonaich omhoog. Vanaf het Ptarmigan restaurant loopt het pad omhoog naar Cairn Gorm. Vandaar de ridge volgen langs de Cairn Lochan tot het pad afslaat naar de Ben MacDui. Afdalen daar vandaan naar Loch Etchachan. Door de Coire Etchachan afdalen naar de Hutchison Memorial Bothy. Aldaar kamperen.
|
Beinn a' Bhuird
Vanuit het Lairig an Laoigh (t.h.v. de Stob Coire Etchachan) steil omhoog naar de Beinn a' Chaorrain. Pad volgen naar de noord top van de Beinn a' Bhuird. Ridge volgen naar de zuidtop, dan afdalen naar het Quoichdal. Onderweg kamperen en dan naar Braemar.
|
Munro-trektocht
Wil je ook een Munro-trektocht maken? Of ben je geïnteresseerd in een route voor een rugzaktrektocht door de Schotse Highlanden? De routebeschrijvingen van twee Munro-trektochten van Hans en Piet staan ook op Buitensport-Schotland.nl:
Munro-trektocht door Blackmount, Glen Etive en zuidelijk van Glen Coe (Southern Highlands & Argyll)
Munro-trektocht over Isle of Skye en door Glen Shiel (Hebriden &, Northern Highlands)
|
|