|
Visarenddrama 'live' in beeld
Het is een akelig gezicht. Het Visarendvrouwtje zit verstrikt in een vissnoer, compleet met dobber. Dat is nog niet het ergste. Eén van haar kleintjes zit er aan vast. Ze wil opvliegen, tilt haar jong aan het snoer een stukje boven het nest uit. Komt weer neer. Ze trekt, plukt, niets helpt. Opeens doet ze nog een poging, probeert in een schuine hoek het nest te verlaten. Sleept haar jong mee. Die wordt tegen zijn broertje aangedrukt. De kleintjes hangen nu samen tegen de rand van het nest, zorgen voor meer gewicht en de draad knapt...
‘My God', mompelt een gewaxcoate vogelaar naast mij. Het is stampvol in het bezoekerscentrum van de Britse vogelbescherming in Loch Garten, in de buurt van Aviemore. Iedereen staart in volle aandacht naar de twee televisieschermen die in een hoek staan opgesteld. Daarop is het nest ‘live' en via eerder gemaakte video-opnamen te zien. Een vogelwachter geeft commentaar, legt uit wat er gebeurd is. Deze zaterdagmiddag is het extra druk, de Britse televisie heeft de dramatische beelden ook uitgezonden. Het nest van de Visarenden ligt op zo’n 150 meter van het bezoekerscentrum van de Royal Society for the Protection of Birds (RSPB). Vlak bij het nest is een camera gemonteerd, waardoor binnen alles te volgen is. Een prachtig voorbeeld van hoe je met moderne hulpmiddelen het observeren van vogels kunt vergemakkelijken, voor een breed publiek toegankelijk kan maken. Royal Society of Protection of Birds...
Het RSPB-winkeltje verkoopt talloze snuisterijtjes waarin de beeltenis van de Visarend is verwerkt. De Osprey is in deze streek ten zuiden van Inverness (nabij Aviemore) dan ook een symbool geworden voor natuurbehoud in dit grootste natuurlijke Pijnbomenbos van Groot-Brittannië. Gedurende een halve eeuw waren de Visarenden uit Schotland verdwenen, tot er in de jaren vijftig één paar naar Loch Garten kwam om te broeden. In 1958 gebeurde er iets schandaligs: de eieren uit het enige nest werden geroofd. Daarom voerde de RSPB het jaar daarop een 24-uurs bewaking in Sindsdien komen er elke lente Visarenden hun hoge nesten bouwen aan het meer. Omdat in de omgeving veel wordt gevist, lijkt de ingewikkelde ellende met vissnoeren onvermijdelijk. ‘Het is wel een paar keer gelukt de Arenden van de snoeren te verlossen, maar dat is geen gemakkelijk werkje’, zegt een vogelwachter. Een klus met haken en ogen, zoveel is duidelijk.
Op een groot bord staat een zorgvuldig bijgehouden journaal: Op 30 maart arriveert het mannetje op het nest; het vrouwtje komt één dag later aan, rechtstreeks van haar Afrikaanse winterverblijf. Op 23 april wordt het eerste ei gelegd en op de 29e volgen er nog drie. Alles wordt bijgehouden. Op 15 mei ligt er een laagje sneeuw op het nest. Begin juni blijken er twee jongen te zijn. Begin juli registreert de camera het drama. Moeder Visarend komt niet weerom.
Wilde dieren langs de weg
De wilde natuur op straat. Een zondagmorgen in Lairg, in het hartje van de noordelijke Hooglanden. Het is stil langs de weg, je ziet geen kip. We horen klokgelui en passeren een uitgaande kerk. Ik minder vaart, eerlijk gezegd meer vanuit een katholieke achtergrond dan vanuit overwegingen van verkeersveiligheid. Drie bejaarde dames wandelen in hun goeie goed over het trottoir. Dan gebeurt er iets bijzonders. Er nadert een dik worstje op pootjes, een vette Woelmuis. Hij sprint ons tegemoet, strak langs de kant. Dzoefff. Een kat zit hem op de hielen. Een kat en een muis in een race op leven en dood. Het is zo gewoon, maar hoe vaak zie je dat nou? Op een zondag in een Schots stadje waar alleen de kerkgangers vroeg uit de veren zijn. We staan boven op de rem en kijken of we geen schade hebben aangericht. De dames met hun bleekgepoederde gezichten helpen kijken. Vijf minuten later staan we nog te praten. Het is me wat. Wat we in Schotland doen.
Een reportage voor een Dutch Wildlife Magazine. ‘How interesting’, knikken ze. Of we van deze muis geen olifant zullen maken, vraagt één van hen ondeugend. Nee, dat zullen we niet doen, voor Schotland hoeven wij geen monsters te verzinnen. Later op de dag zien we op de uiterst smalle weggetjes nog twee keer een Muis oversteken. Tsjoeppp. In één rechte lijn van A naar B. Ze hebben meer geluk dat de talloze Konijnen die in de Schotse Hooglanden tot verkeersslachtoffer worden gereden. In Invernessshire zien we er erg veel liggen. We constateren dat ze rond het Highland Wildlife Park in Kincraig worden verzameld door het personeel van de dierentuin en aan de Wolven gevoerd. We zijn al het tegenovergestelde van wegpiraten maar worden nog voorzichtiger op de weg.
Hier overstemmen de vogels het gebulder van de zee
Wil kan niet meer stoppen. ‘Nog éven een plaatje maken aan de andere kant. Dan heb ik het,' zegt hij 'dan gaan we.’ Maar niet heus. Ik was ervoor gewaarschuwd. Natuurfotografen zijn op Handa absoluut niet meer te houden. Duizenden en duizenden Zeekoeten, Stormvogels, Alken, Drieteenmeeuwen, Papegaaiduikers... We hebben beloofd om vijf uur bij het bootje te zijn, maar dat halen we dus nooit. Wil gaat doodleuk op het randje van een klif zitten en zet zijn statief nog even enger neer. Hij ziet nog een beetje wit om de neus. Maar dat komt doordat ik net tegen zijn fototas aanstootte en die bijna van de helling liet rollen. Met een snelle reflex red ik vijfentwintig (volle) diarolletjes en een modaal jaarsalaris aan fotoapparatuur.
We zijn op Handa, paradijs voor vogels en vogelaars. Het eiland is 300 hectare groot en ligt een paar honderd meter uit de kust van Sutherland, aan de noordwestkust van de Highlands. Het eiland is hoog, torent echt boven zee uit. Er liggen enorme zandsteenrotsen die aan drie zijden vlak zijn en 120 meter uit zee oprijzen. Ze zijn zo bewerkt door de zee en de wind dat er ontelbare richels zijn ontstaan: zeer geschikte nestelplaatsen voor zeevogels. In het broedseizoen ziet Handa eruit als een enorm flatgebouw, wit van de vogelpoep.
Het binnenland bestaat uit grasland, heidemoor, veenmoeras en zes meertjes. Grote en Kleine jager zien we in actie, van héél dichtbij. Ook steeds dichterbij komt Gordon Bonsor, een vrijwilliger van de het Scottish Wildlife Trust die haastig in onze richting beent. Hij heeft een paar kilometer gelopen om die achtergebleven Nederlanders op te halen. Hij vertoont geen spoortje irritatie, maar meldt beleefd dat we het bootje beslist niet mogen missen. Ik vraag hem of het wel eens gebeurt dat mensen de boot expres missen om nog wat langer op dit magnifieke eiland te blijven. Hij knikt van jaja en kijkt op zijn horloge.
'Mijn collega heeft het een beetje op zijn heupen', zeg ik, 'het is ook wel verpletterend. Ik heb nog nooit zoveel vogels bij elkaar gezien.' Gordon zegt dat dit nog niks is. Dat je op het hoogtepunt van het broedseizoen de zee niet eens kunt horen van de vogelgeluiden. Ik probeer de tijd wat te rekken voor Wil, die nu helemaal vergroeid lijkt met zijn telelens. Ik vraag Gordon hoeveel mensen er per seizoen komen (4000), hoeveel er maximaal tegelijkertijd op Handa zijn (100), of hier ooit mensen gewoond hebben (ja, tot 1847). Hij loodst ons naar de baai waar de boot wacht. Maar niet zonder ons onderweg uitgebreid te wijzen op Moeraskartelbiad, Vetblad en Beenbreek. Hij kent zijn plantjes, ook als hij haast heeft
Op Skye, in de Highlands
Sku-o is Oudnoors en betekent 'Wolken-Eiland'. Skye is een groot eiland, dat zich het beste laat omschrijven als de ultieme samenvatting van de Schotse Hooglanden. De bergen zijn woest, het weer is grillig en nergens is de zee verder weg dan acht kilometer. De klotsende armen van de zee reiken tot diep in het eiland. In het noorden liggen de Trotternish: de natuur heeft daar massa's basaltlava uitgeschuurd tot torens, spitsen en pinakels. Na een dag klimmen spreken we weer van de Schotse Hijglands. Die naam hadden we al bedacht bij het nemen van onze eerste Munros (een top boven de 3000 voet, 914 meter) in de buurt van Cluanie, tussen Loch Ness en Skye. Daar gaven mijn ouwe trouwe bergschoenen de geest, daar stuitten we bij de afdaling op een groep hinden en daar volgden onze ogen minutenlang een Visarend, jagend rond een meertje. Dat alles in de oorverdovende stilte van berg- en glooiland, dik bekleed met varens en mossen.
Op Skye belanden we bij zonsondergang in een klein kustwoud van Groot hoefblad. Er is een groengeschilderde schoolbank neergezet. Nu is het een kwestie van zitten en wachten en kijken. Er nadert een opklaring over zee. Kilometers verder zien we het licht al weerkaatsen op het water. Eerst is het een streep, dan een breder vlak, daarna tekent de horizon zich scherp af tegen de blauwe lucht. Een Aalscholver hangt zijn vleugels te drogen. We horen Steenlopertjes. Jan van Genten zwenken langs door een lichtshow van duizend tinten grijs. Een tiental meters verderop kruipt een Zeehond op een rots. Het is bedtijd.
|