De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

Een Schotse Odyssee

Door: Tom van Ewijk

 
 Je bent hier:  Home > Natuur > Een Schotse Odyssee

De Schotse kust heeft geen begin en ook geen einde. Duizenden vogels verbinden de grillige kliffen met hun orgelende roep. Redacteur Tom van Ewijk en fotograaf Fred Hazelhoff vertellen in woord en beeld over hun zwerftocht langs de ruigste kusten.

Papegaaiduiker

Kneutermans wil er het Zijne van weten. Hij houdt zijn kopje met de driehoekige snavel scheef omhoog en kijkt mij met één oog aan. Op zijn oranje zwempootjes wiegelt hij onbevangen naar me toe en neemt me met dorpse nieuwsgierigheid op. ‘Dag, Kneutermans,’ zeg ik bijna fluisterend. Maar hij heeft me gehoord en blijft staan, een en al verbazing. Hoe weet jij mijn naam? Het is twaalf uur.

Ik zit op de top van Mor en eet een boterham met cervelaatworst. Niets smaakt beter dan zo'n boterham op deze winderige uithoek van Europa. Ik kijk uit over de Atlantische Oceaan. In de diepte achter mij zie ik ons schip liggen. Het lijkt dichtbij. Ik stel mij voor dat ik er vanaf de pier beneden naar toe zou kunnen zwemmen. Maar dat is gezichtsbedrog. Het ligt een eind uit de kust voor anker, vijfhonderd meter op z'n minst.

Kneutermans weet genoeg. Hij wandelt op zijn gemak terug over het mos. Op een rand blijft hij staan en kijkt over zijn geelrood blauwe gok met keurende knikjes naar de oceaan. Dan kromt hij zijn ruggetje, slaat zijn vleugels uit en snort de ruimte in. Intussen zijnde familieleden van Kneutermans dichterbij gekomen. Ik word omringd door scheef omhoog kijken de éénoogjes. En opeens ben ik diep ontroerd. Zouden ze weten dat ik niet de kapitein van een tanker ben?

Dit is een ontdekkingsreis waar je je vooraf geen vaste voorstelling van moet maken. Soms zwalk je naar lege plekken die zich vanzelf invullen. Eigenlijk ontdek je niets, je wordt voortdurend verrast. Ooit van Mor gehoord? Een rotspukkel in zee die deel uitmaakt van de Flannan Islands, die weer horen bij de Outer Hebrides ten noordwesten van Schotland. Langs de steile verroeste trap bij de betonnen pier klim je vanuit de motorboot aan wal. En dan de trap naar de vuurtoren omhoog. Overal riegelt het van de donkere gaten van papegaaiduikernesten, trapsgewijs en onder de moskussens tegen de berghellingen aan. Maar op een enkele Papegaaiduiker na is van de beloofde kolonie niets te zien. En daarvoor zijn we juist naar de Flannan Islands gevaren. Het is 22 mei. Misschien wordt er in de 'kazematten' al druk gebroed.

Papegaaiduikers houden onverwachts vlieguurtje
Ik troost me met de gedachte dat ik hier toch maar geweest ben. Vergelijk het eens met Ibiza. Wie komt er nou op Mor, ook al krijg je er niet te zien wat je verwacht? En dan verandert Mor als bij toverslag. Rond de punt tegenover de vuurtoren, waarnaast een aparte rots in zee met Zeekoeten bedekt is, houden onverwachts de Papegaaiduikers massaal hun vlieguurtje. Nu zou ik dit eilandje de naam 'Mount Puffin' willen geven. Papegaaiduikersberg. Merkwaardig is dat je de vogels niet of nauwelijks hoort. Ze hebben een snelle, ietwat fladderende vlucht. Ik zit midden tussen het gewemel met mijn broodje cervelaat. Het ware geluk staat nooit vermeld op het programma, het komt altijd als een verrassing.

Eidereend

Ik moet bekennen dat ik eigenlijk niet weet, hoe en waar ik zal beginnen. Alles wat je hierop de eilanden boven Schotland ziet, is een begin waard. En ik hoop dat er geen einde aan zal komen. Ook de wandeling die ik maak op Fair Isle, het eerste eilandje van de Shetlands, in een fijnkorrelige regen die mijn gezicht zandstraalt, hoort in dit verhaal. Als je op de Schotse eilanden gaat zwerven, weet je van tevoren dat je door het weer niet met mediterrane handschoentjes wordt aangepakt. Af en toe kun je zelfs een pak slaag krijgen, maar daar helpt regenkleding tegen. ‘Wat doe ik hier?’, vraag ik me af, struinend onder een grijze lucht in een landschap met rotsen aan zee en verder hei en wei, waar schapen en een enkele koe van het zwarte Angusras ronddwalen. Maar op zo'n eiland is de dag geduldig. Later, als ik verkleumd aan boord ga, neem ik de herinnering mee aan de Noordse stormvogels op de richels van de kliffen, de Zeekoeten, de groepjes Kuifaalscholvers op de in zee uitstekende rotsen, de vloot Eidereenden voor de kust, de baltsende Mantelmeeuwen, de grote Skua's (Grootste Jager) en een paartje van de Middelste zaagbek. En wat een Tapuiten en Snippen hoorde en zag ik onderweg in het bruine land onder de regenvlagen! Sommigen van ons gezelschap hebben een andere kant van het eiland bezocht. Die zagen een hele troep zeehonden. Dan is het toch even moeilijk om tevreden te blijven met wat de dag jou heeft toebedeeld. Zeehonden... Die ontbraken eraan. ‘Wacht maar af’, zegt onze purser, als we na het avondeten aan de koffie zitten. ‘Je krijgt ze nog wel te zien. Vorig jaar op North Rona... meer dan honderd waren er.

Grootste Jager

Vogels, Zeehonden, de eilanden en hun geschiedenis, het weer, de oceaan; het zijn aan boord belangrijke onderwerpen van gesprek. Hoe kan het anders? Ze vormende wereld van onze reis. Een reis die overal waar we komen opnieuw begint en eindigt. En wat je bijblijft is geen verhaal dat telkens wordt uitgebreid met een nieuw hoofdstuk, maar een stroom van beelden...

Met bewondering sla ik de verrichtingen gade van Frau Stübbs. Ze is zeventig jaar en een vrouw van weinig woorden. Moeiteloos, met de rugzak over de schouders en het zwemvest aangegord, klimt ze elke morgen om negen uur over de reling en langs de touwladder in de op de golfslag hupsende motorboot. Dikwijls is het moeilijk om aan wal te komen en later weer terug op het schip vanwege de meestal woelige zee. Het lijkt wel iets op een expeditie, deze reis in het gebied waar Noordzee en Atlantische Oceaan elkaar met brede golven ontmoeten. Nergens is er voor het schip een haven. Voor elk eiland dat we aandoen, gaat het een halve kilometer tot een kilometer uit de kust voor anker. Met twee rubbermotorboten, zogeheten Zodiaks, brengt de bemanning ons naar onze dagbestemming. We dansen weg over de golven. Zeven man per Zodiak. Camera's, statieven en lenzen als kanonnen aan boord. Ik ben de enige die niet fotografeert, ik kan het ook niet, ik doe het maar met mijn ogen.

Kleine mantelmeeuw

Grijze zeehonden kijken ons begrijpend aan
Er is één eiland waar onze bemanning echt moet zoeken naar een geschikte plek om te landen. Dat is North Rona, anderhalve mijl lang en een mijl breed. Later wil ik het thuis op de kaart aanwijzen, maar kan het niet vinden. Maar die naam en die dag, 20mei 1989, zal ik nooit vergeten. Bij de nadering van North Rona steken om de boot Grijze zeehonden nieuwsgierig hun koppen boven water. Ook in de smalle baai waar we binnentuffen, worden we door een paar vertegenwoordigers van de bevolking opgewacht. Als die zeehonden ons vragen, hoe wij aan land denken te komen, zal me dat niet verbazen, denk ik, zo vriendelijk en begrijpend kijken ze ons aan. De boot schuurt op een vlak, licht afhellend rotsgedeelte. De roerganger gooit het touw overboord en springt aan wal. Terwijl hij de Zodiak tegenhoudt, klimt de rest met zwemvesten en bagage op goed geluk over de rotsen naar boven. Grasduinenfotograaf Fred Hazelhoff sjouwt met een speciale rugzak vol fotomateriaal. ‘Geef mij die mitrailleur maar', zeg ik en neem het statief van hem over.

Noordse stormvogel

Het mooiste zwembad ter wereld
De rotsen van North Rona zijn van zwart en rood graniet vol glinsterende stukjes glimmer. Naar de kust toe vormen ze scherpe plooien, diepe kloven en kraters vol helder water met wieren als linten en koorden. Het midden van het eiland, met een vuurtoren op de hoogste top, bestaat uit gras en keien. Er grazen schapen en er staat een hut voor vogeltellers. Maar eigenlijk is dit het rijk van de grootste kolonie Kleine mantelmeeuwen die ik ooit heb gezien. Er zijn ook veel broedende Stormvogels. Overal om mij heen zie ik nesten met eieren. In de kliffen talrijke Papegaaiduikers, Zeekoeten, Alken, Kuifaalscholvers. En vooral ook Drieteenmeeuwen. Die zie je trouwens overal, ook waar die andere klif- en holenbroeders ontbreken. En dan de geluiden waarvan de kliffen vanonder tot boven orgelen! Het is een aanhoudend tevreden en genoeglijk geroddel en gekrakeel.

Zwarte Zeekoet

Ik rook een pijp en eet een appel in een rotsfauteuil met uitzicht op de uiterste punt van het eiland. Daar liggen zeker tweehonderd Zeehonden, grijze en gewone door elkaar, te zonnen. Eerst kon ik het niet geloven en dacht dat het rotsblokken waren. Mijn kijker verschafte duidelijkheid. Beneden mij, in de baai, vertoont een Zeehond zijn zwemkunsten in de schuimende branding. Tegenover mij strijkt op een richel een Zwarte zeekoet neer. Een prachtvogel, gitzwart, helrode poten en een witte, langwerpige vlek op de vleugels.

‘Dit is echt te gek’, mompel ik, ‘dit is het helemaal.’ Op zulke momenten moet ik altijd tegen mezelf praten bij gebrek aan gezelschap. Later, wanneer ik als een klimgeit verder over de rotsplooien spring, kom ik bij een kleine baai, afgesloten door een trommelvormige rots. Een openluchtbad. Er zwemmen Zeehonden rond. Ik tel er vijftien. Ze steken hun koppen boven water uit, ze zien mij staan. ‘Kijk‘s, meester, hoe goed wij al kunnen zwemmen.’

Een besloten stuk natuur midden in zee. Zo volmaakt heb ik het nog nooit eerder gezien. Overal waar ik kijk, is leven. Er wordt gebroed, gezwommen, geroepen, gevlogen. En of de dames en heren natuurliefhebbers zich maar gedragen willen. Dat doen we. We gedragen ons schoorvoetend op deze heilige grond. Ik hoor bij de zeven laatste die aan boord van de Zodiak gaan. De zee is weer aardig hoog en langs de rotsen van Rona spuiten we naar het schip, waar we kletsnat de touwladder opklimmen.

Kuifaalscholver

Die eindeloze zee en dat prachtige licht.. Na het avondeten de brug op en maar turen over het water. Stijgend en dalend op de golven. De dokter aan boord heeft pilletjes tegen zeeziekte. Maar niet wachten met innemen tot je het voelt aankomen. Eén keer vergeet ik het en weet niet hoe gauw ik via de deurtjes en trappen van de stampende schuit tastend en botsend mijn kooi moet bereiken. Daar verberg ik mijn gezicht in mijn handdoek. Gelukkig een grote badhanddoek. Het schip danst op en neer, van zeven tot tien meter. Het tumult van de zee klinkt in de hut van fotograaf Fred en mij het dreigendst. We liggen als puddingen te schudden.

De volgende dag straalt de zon en ligt het schip horizontaal voor anker. Zo val je van het ene uiterste in het andere. Dan drink je ‘s avonds een biertje op het dek bij een spiegelgladde zee en een stemmige zonsondergang boven de ineenvloeiende lijnen van de omringende eilanden en schiereilanden, die elk wegschemeren in hun eigen kleur donker.

Zeekoet

Boven zee vliegen vogels af en aan
Er is nog iets dat je telkens weer naar het dek of de stuurhut duwt: het vogelverkeer op zee. De vlucht van de Kuifaalscholvers vlak hoven het water. De Jan van Genten, stootduikend in zee. De tientallen dobberende 'bootjes' van Zeekoeten en Papegaaiduikers. Maar het zijn de Jan van Genten die voor de apotheose zorgen.

Twee namen staan voortaan als monumenten in mijn herinnering: Sulasgeir en St. Kilda. Rotsen, steil oprijzend uit zee, onneembare vogelvestingen. We kunnen er alleen maar omheen varen. Iedereen is aan dek, de bemanning is evenzeer onder de indruk als de passagiers. Jan van Genten... de lucht sneeuwt ervan. Een van de rotsen van St. Kilda is van boven schuins afgeplat. De grote witte vogels hebben het vlak volkomen opgevuld. Ook alle richels van de rots zijn van boven tot onder bezet. De lucht ratelt van hun kreten. In zee zwemmen ze alleen of in groepjes. Het is een komen en gaan, een dalen en stijgen.

Jan van Gent

In hele formaties vliegen ze op en maken hun glijvluchten. Je verbaast je dat hun vleugels elkaar niet raken. En dan dringt het tot je door, dat die vogels daar wonen in de meest barre omstandigheden. Dat er stormen langs die rotsen jagen. Dat ze nesten bouwen die van zeewier en uitwerpselen op de bodem zijn geplakt. Dat ze daar bijna tegen elkaar aan zitten, maar dat elke ouder zijn jong hoort en herkent. Onder de rots zwemmen Zeehonden en als we wegvaren, volgt een aantal Jan van Genten het schip.

Een gedachte die je niet tegenhoudt
Dagen later, wanneer ik weer thuis ben en mijn aantekeningen doorlees en me al die beelden weer voor de geest haal, realiseer ik me pas hoe gelukkig ik daar ben geweest. Ik kan het niet verklaren, maar dat moet je met geluk ook niet doen. Het waren niet alleen de vogels, hoewel zij de hoofdrol speelden, maar ook de eilanden, het verblijf en de sportiviteit aan boord, de zee... Ja, het was vooral de zee die het hele avontuur begeleidde en beheerste. Want dat was het inderdaad: een avontuur, een zwerftocht op zee van eiland naar eiland.

We zwierven als vogels van horizon naar horizon. We leefden temidden van de elementen. We zagen hoe het leven zich op rotsrichels en -hellingen staande wist te houden en nieuw leven voortbracht. We begrepen dat echte vrijheid met het minste genoegen neemt.

Ik sta weer aan de rand van de kliffen van Westray op de Orkney Eilanden. Die kliffen zijn grandioos. Elke klif is schitterend van vorm, met zuilen en poorten in het water. De richels zijn complete 'schouwburgen', van stalles tot het schellinkje vol vogelpubliek. Dichte rijen Zeekoeten, Papegaaiduikers en Alken. Langs de kust bij de vuurtoren sneeuwen de Drieteenmeeuwen in een onophoudelijke stroom tegen de klippen op. Ik weet ook nog wat ik toen dacht: je moet je niet voorstellen wat er gebeurt, wanneer voor deze kust een tanker doormidden breekt en miljoenen liters olie de zee bezwadderen... Daar is alleen maar een dronken kapitein voor nodig, en een gewetenloze oliemaatschappij, die haar handen in onschuld wast.


 

Auteur: Tom van Ewijk©, Grasduinen, Januari 1989
Andere artikelen uit Grasduinen...


(Advertentie)
Grasduinen

Natuurmagazine Grasduinen is geheel vernieuwd en actiever dan ooit! Laat je verrassen door de mooiste natuurfotografie en de spectaculairste natuurreportages uit binnen- en buitenland. Maar trek er vooral zélf op uit, met het nieuwe katern ''Buiten gebeurt het''. Elke maand 16 pagina's boordevol actieve tips om wandelend en fietsend de natuur in te trekken. Met gratis wandelkaarten en alle informatie die je nodig hebt voor een heerlijke dagtocht of weekendtrip in het groen. Abonnee worden? Stuur een e-mail naar:
abonnee@grasduinen.nl...



 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl