| Je bent hier: |
Home > Natuur > Traditionele jacht op Jan-van-Genten |
Sula Bassana
Eens per jaar vaart een groepje bewoners van het noordwestelijk van Schotland gelegen Hebrideneiland Lewis naar Sula Sgeir, een onherbergzame, kale rots, nog geen kilometer in doorsnee, in de Atlantische Oceaan. Sula Sgeir is Keltisch voor ‘Jan-van-Genten-eiland’. Keltisch staat blijkbaar niet ver van het Latijn, want de Latijnse naam van de Jan-van-Gent is Sula Bassana. Sula Sgeir heeft een van de grootste populaties van Noord-Atlantische Jan-van-Genten. Eenmaal tot wasdom gekomen, beschikt deze zeevogel over een imposante vleugelwijdte van 1,80 meter. Het is de grootste zeevogel in West Europa, De Jan-van-Gent is zeer goed aangepast aan het barre bestaan op de oceaan. Van hoogten tot driehonderd meter kan de vogel zich feilloos op zijn prooi storten, doorgaans zandspiering die op de vlucht Is voor scholen vraatzuchtige makreel. Hun schedel is bestand tegen de enorme klap waarmee ze tijdens de jacht op voedsel het wateroppervlak raken. De kuikens van de Jan-van-Genten zijn groter dan hun ouders en kunnen vanwege hun gewicht niet vliegen. Als de tijd daar is, laten ze zich in zee vallen en trekken over de oceaan. Zwemmend verliezen ze hun vetreserve en zijn na enige tijd in staat om te vliegen.
Uitverkorenen
Tien mannen van Lewis, zorgvuldig door de gemeenschap uitgekozen, vervullen elke zomer een opmerkelijke missie. Op Sula Sgeir vangt het gezelschap tweeduizend jonge Jan-van-Genten. Elk jaar zijn tweeduizend vette jongen ten dode opgeschreven. De reis van de trawler van Lewis duurt zes uur naar het eiland dat één beschutte baai bezit, Geodha à Phuill Bhàin, waarin een schip veilig voor de meedogenloze zuidwestenwinden kan worden afgemeerd. De enige menselijke constructies op het eiland zijn de resten van een middeleeuwse kloostercel en een automatisch werkend vuurtorentje.
Over de jacht op vogels berichtte Hugh Munro al in 1540, waarbij hij aantekende dat die al twee eeuwen op Sula Sgeir plaatsvonden. De bewoners van de eilanden uit de buurt richten in de vorige eeuw regelmatig enorme slachtingen aan onder de gevleugelde populatie. Een buit van twintigduizend Jan-van-Genten per jaar was vrij normaal, tot diverse wetten paal en perk stelden aan de jacht. Maar nog altijd eten de bewoners van Lewis elk jaar tweeduizend jonge Jan-van-Genten: gemiddeld één per hoofd van de bevolking. De nieuwe, strenge vogelbeschermingswet uit 1954 maakt voor hen een uitzondering
|