| Je bent hier: |
Home > Natuur > White cliffs of Guano |
Zeevogels
Als we het over zeevogels hebben, gaan de eerste gedachte veelal uit naar meeuwen die je aantreft op het strand en in havenplaatsen rondvliegen. Maar er zijn veel meer vogelsoorten die nabij of op zee leven. Echte zeevogels verblijven echter meer dan driekwart van hun leven op zee, omdat ze daar hun voedsel halen. Deze groep van vogels is alleen op land te vinden voor het broeden. Veel zeevogels broeden op steile rotskusten. Schotland biedt voor deze vogels prima nestplaatsen. Naar schatting broeden er zo’n zes miljoen vogels op de Schotse kliffen in het voorjaar en vroege zomer. Meer dan de halve wereldpopulatie van Zeekoeten en Jan-van-Genten is dan in Schotland.
Langs de steile Schotse rotskusten vind je veel kolonies van broedende zeevogels. Duncansbyhead, Handa Islands, Bass Rock, Shetland en de Orkney eilanden zijn slechts enkele van deze locaties waar de rotsen vol zitten met onder andere Kuifaalscholvers, Drieteenmeeuwen, Papegaaiduikers en Noordse Stormvogels. Het is een spektakel om te zien. Zelfs op de kleinste richels van de rots zitten vogels. Delen van de rots zijn geheel wit van de guano. Het is echt de moeite waard om een kijkje te nemen.
Op de klif
Dat veel zeevogels op kliffen en rotsen broeden heeft een eenvoudige reden. Stormvogels hebben de tegen de wand botsende wind, die naar boven afbuigt, nodig om in de lucht te komen. Zeekoeten, Alken en Papegaaiduikers hebben kleine vleugels. Ideaal voor het zwemmen en duiken, maar minder geschikt voor het vliegen. De zee moet dan ook niet te ver van het nest liggen. Een rots of klif biedt daarbij een prima bescherming tegen roofdieren als vossen en ratten.
Zeekoet
Op de klif is er een duidelijk ordening. Elke vogel heeft zijn eigen plekje. De Zeekoeten (Engels: Guillemot) en Alken broeden staand op kleine richels. Ze maken geen echt nest. Het vrouwtje legt haar ei op de kale rots. Het ei van de Zeekoet is peervormig om wegrollen te voorkomen en wordt bij het broeden tussen de poten geklemd. Goede nestrichels zijn schaars en de Zeekoeten staan dan ook heel dicht op elkaar. Het is echt een geweldig gezicht zo’n balkon vol met deze zwart-witte evenwichtskunstenaars te zien staan. Soms zie je een Brilzeekoet, een ondersoort die om het oog een witte ring heeft met daaraan een korte witte streep. Zeekoeten zitten maar drie weken op het nest. Het jong –dat nog niet kan vliegen- laat zich naar beneden vallen. Na soms enkele behoorlijke stuiterpartijen belandt het dan in zee. Samen met de vader zwemmen het dan naar voedselrijke zeegebieden.
Alk
Alken (Engels: Razorbill) komen in minder grote getallen voor. De vogel is net iets kleiner dan de Zeekoet, meer zwart dan grijs en de snavel is stomp i.p.v puntig. De Alk broedt op dezelfde smalle richels als de Zeekoet, maar meer solitair. De Alk is, net zoals de Zeekoet en de Papegaaiduiker, geevoluueerd tot een snelle visser. De Alk is, net zoals de Zeekoet en de Papegaaiduiker, geëvolueerd tot een rappe visser. Met de sterke korte vleugels en de naar achteren geplaatste zwemvliespoten ‘vliegen’ ze als het ware door het water. Vele malen sneller dan hun prooi. De rekening die ze daarvoor hebben moeten betalen is groot. In de lucht zijn ze een stuk minder behendig en lopen gaat ze ook niet echt makkelijk af.
Drieteenmeeuwen
Drieteenmeeuwen (Engels: Kittiwake) maken van zeewier een nest dat met modder en uitwerpselen als plakmiddel bij elkaar gehouden wordt. Hun nesten vind je op kleine uitsteeksels op de klif. De jongen blijven op het nest tot ze na zes weken kunnen vliegen. Daarna gaat het zeewaarts. Drieteenmeeuwen worden bijna nooit op land gezien. Het is een kleine sierlijke meeuw met zwarte poten en kleine gele snavel. Ze zijn iets groter dan Kokmeeuwen. Hun vlucht lijkt op die van een stern.
Noordse Stormvogels
De Noordse Stormvogels (Latijn: Fulmarus glacialis, Engels: Fulmar) broedt op de grazige randjes hogerop de klif. Het is een echte zeevogel, die met stijve vleugelslagen bijna moeiteloos kan vliegen. Enkele korte slagen worden afgewisseld met lange glijvluchten. Als de Stormvogel aangevallen wordt spuwt hij maagsap over de aanvallers heen en hij wordt daarom ook wel 'Vuilbek' genoemd. Het werkt prima om de aanvallers te weren. Zijn nest kan hij ook ’s nachts terugvinden. Door de, op de snavel goed zichtbare neusbuisjes, kunnen de Noordse Stormvogels uitstekend ruiken.
|