De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 2 oktober 2011 -

- Zeevogels van de Noordzee, broeden massaal op Schotse kust-

White cliffs of Guano

 
 Je bent hier:  Home > Natuur > White cliffs of Guano

Zeevogels
Als we het over zeevogels hebben, gaan de eerste gedachte veelal uit naar meeuwen die je aantreft op het strand en in havenplaatsen rondvliegen. Maar er zijn veel meer vogelsoorten die nabij of op zee leven. Echte zeevogels verblijven echter meer dan driekwart van hun leven op zee, omdat ze daar hun voedsel halen. Deze groep van vogels is alleen op land te vinden voor het broeden. Veel zeevogels broeden op steile rotskusten. Schotland biedt voor deze vogels prima nestplaatsen. Naar schatting broeden er zo’n zes miljoen vogels op de Schotse kliffen in het voorjaar en vroege zomer. Meer dan de halve wereldpopulatie van Zeekoeten en Jan-van-Genten is dan in Schotland.

Langs de steile Schotse rotskusten vind je veel kolonies van broedende zeevogels. Duncansbyhead, Handa Islands, Bass Rock, Shetland en de Orkney eilanden zijn slechts enkele van deze locaties waar de rotsen vol zitten met onder andere Kuifaalscholvers, Drieteenmeeuwen, Papegaaiduikers en Noordse Stormvogels. Het is een spektakel om te zien. Zelfs op de kleinste richels van de rots zitten vogels. Delen van de rots zijn geheel wit van de guano. Het is echt de moeite waard om een kijkje te nemen.

Op de klif
Dat veel zeevogels op kliffen en rotsen broeden heeft een eenvoudige reden. Stormvogels hebben de tegen de wand botsende wind, die naar boven afbuigt, nodig om in de lucht te komen. Zeekoeten, Alken en Papegaaiduikers hebben kleine vleugels. Ideaal voor het zwemmen en duiken, maar minder geschikt voor het vliegen. De zee moet dan ook niet te ver van het nest liggen. Een rots of klif biedt daarbij een prima bescherming tegen roofdieren als vossen en ratten.

Zeekoet

Zeekoet
Op de klif is er een duidelijk ordening. Elke vogel heeft zijn eigen plekje. De Zeekoeten (Engels: Guillemot) en Alken broeden staand op kleine richels. Ze maken geen echt nest. Het vrouwtje legt haar ei op de kale rots. Het ei van de Zeekoet is peervormig om wegrollen te voorkomen en wordt bij het broeden tussen de poten geklemd. Goede nestrichels zijn schaars en de Zeekoeten staan dan ook heel dicht op elkaar. Het is echt een geweldig gezicht zo’n balkon vol met deze zwart-witte evenwichtskunstenaars te zien staan. Soms zie je een Brilzeekoet, een ondersoort die om het oog een witte ring heeft met daaraan een korte witte streep. Zeekoeten zitten maar drie weken op het nest. Het jong –dat nog niet kan vliegen- laat zich naar beneden vallen. Na soms enkele behoorlijke stuiterpartijen belandt het dan in zee. Samen met de vader zwemmen het dan naar voedselrijke zeegebieden.

Alk
Alken (Engels: Razorbill) komen in minder grote getallen voor. De vogel is net iets kleiner dan de Zeekoet, meer zwart dan grijs en de snavel is stomp i.p.v puntig. De Alk broedt op dezelfde smalle richels als de Zeekoet, maar meer solitair. De Alk is, net zoals de Zeekoet en de Papegaaiduiker, geevoluueerd tot een snelle visser. De Alk is, net zoals de Zeekoet en de Papegaaiduiker, geëvolueerd tot een rappe visser. Met de sterke korte vleugels en de naar achteren geplaatste zwemvliespoten ‘vliegen’ ze als het ware door het water. Vele malen sneller dan hun prooi. De rekening die ze daarvoor hebben moeten betalen is groot. In de lucht zijn ze een stuk minder behendig en lopen gaat ze ook niet echt makkelijk af.

Drieteenmeeuwen
Drieteenmeeuwen (Engels: Kittiwake) maken van zeewier een nest dat met modder en uitwerpselen als plakmiddel bij elkaar gehouden wordt. Hun nesten vind je op kleine uitsteeksels op de klif. De jongen blijven op het nest tot ze na zes weken kunnen vliegen. Daarna gaat het zeewaarts. Drieteenmeeuwen worden bijna nooit op land gezien. Het is een kleine sierlijke meeuw met zwarte poten en kleine gele snavel. Ze zijn iets groter dan Kokmeeuwen. Hun vlucht lijkt op die van een stern.

Noordse Stormvogels

Noordse Stormvogels
De Noordse Stormvogels (Latijn: Fulmarus glacialis, Engels: Fulmar) broedt op de grazige randjes hogerop de klif. Het is een echte zeevogel, die met stijve vleugelslagen bijna moeiteloos kan vliegen. Enkele korte slagen worden afgewisseld met lange glijvluchten. Als de Stormvogel aangevallen wordt spuwt hij maagsap over de aanvallers heen en hij wordt daarom ook wel 'Vuilbek' genoemd. Het werkt prima om de aanvallers te weren. Zijn nest kan hij ook ’s nachts terugvinden. Door de, op de snavel goed zichtbare neusbuisjes, kunnen de Noordse Stormvogels uitstekend ruiken.


Papegaaiduiker
Papegaaiduiker

Papegaaiduikers
Boven aan de klif vind je de Papegaaiduikers (Engels: Puffin). Ze graven daar in de zachte grond een hol met hun flinke snavel en hun poten. Als het echter kan gebruiken ze een verlaten konijnen. De Papegaaiduiker –‘Zeepapegaai’- is een alkachtige, maar kleiner dan de Zeekoet en de Alk. Ze ogen ietwat dik. Om te kunnen vliegen moeten ze hun kleine (zwem-)vleugels heel snel bewegen. Het is een grappige gezicht om deze zeer behendige visvanger, maar slechte vlieger, te zien landen. Als ze niet voldoende kunnen afremmen met hun korte vleugeltjes, vliegen ze nog een rondje en proberen het opnieuw.

Opvallendst is natuurlijk de bijzonder fraai gekleurde snavel. In combinatie met de tekening rond het oog is het clowneske vogel. Dat wordt versterkt door de waggelende manier van lopen. Het zijn zeer nieuwsgierige vogels, die op veel broedplaatsen heel dichtbij benaderd kunnen worden. Althans, als je niet de eerste eco-toerist van het seizoen bent. In april wordt een ei gelegd en na zes weken komt het jong uit. Deze blijft nog zes weken op het nest om vervolgens het ruime sop te kiezen en twee jaar lang niet meer aan land te komen. Voor het zien van Papegaaiduikers moet je voor half juni naar de klifrotsen gaan.

Kuifaalscholver

De Kuifaalscholver tref je geheel onder aan de klif. Boven op de kliffen liggen in het open terrein de nesten van Visdiefjes, Noordse Sternen en Grote Jagers.

Noordzee
Nadat de jongen uitgevlogen zijn, verspreiden deze vogels zich weer over de zee. De Noordzee is de thuisbasis van de broedvogels van de Schotse kust. In de herfst en winter krijgen ze daar gezelschap van vogels van noordelijker broedgebieden in Scandinavië en Noord-Rusland. Waarom op de Noordzee? De diverse zeestromingen en rivieren leveren voedselrijk water aan. Door de relatieve ondiepte van de Noordzee zijn er goede lichtcondities voor algengroei, die weer aan de basis staan van een voedselketen op zee. Er zijn dan ook enorme aantallen vogels te vinden op de Noordzee. Schattingen gaan uit van zo’n drie miljoen Noordse Stormvogels, een kleine twee miljoen Zeekoeten, meer dan één miljoen Drieteenmeeuwen, ruim een half miljoen Eidereenden en Zwarte Zee-eenden, zo’n 300.000 Alken en 150.000 Jan-van-Genten.


Jan-van-Gent met zijn bijna 2 meter spanwijdte
Jan-van-Gent met zijn bijna 2 meter spanwijdte

Voedsel
Net zoals ieder zijn plek heeft op de kliffen, heeft ook elke vogel zijn eigen manier van voedsel vangen en daarmee zitten ze elkaar niet in de weg. Jan-van-Genten duiken van wel dertig meter in het water. Hij zwemt metersdiep onderwater achter zijn prooi -Makrelen en Haringen- aan. Om te voorkomen dat rovers als meeuwen en jagers zijn buit aftroggelen, slikt hij de vis onderwater al in. De klap van de plonsduik kan hij goed verdragen. Zijn schedel is extra dik en er zitten luchtkussentjes in zijn kop.

Een Zeekoet dobbert rustig op het water en duikt als hij een prooi ziet naar beneden. Al zwemmend met zijn kleine vleugeltjes achtervolgt hij zijn lievelingsmaal: Sprot of Zandspiering.

Eidereend

Zwarte Zee-eenden of Eidereenden schrappen de bodem af op zoek naar schelpdieren. Daarbij duiken ze tot twintig meter diepte. De schelp wordt in zijn geheel ingeslikt en in de maag gekraakt!

De Noordse Stormvogel en het Stormvogeltje blijven aan het oppervlak van het water voor hun voedsel. Meer dan een halve meter diepte zul je een Noordse Stormvogel niet zien duiken. Het Stormvogeltje foerageert door piepkleine stukjes voedsel van het wateroppervlak te plukken.

Grote Jager

Kleptoparasieten
Sommige zeevogels verzamelen hun kostje bij elkaar door het voedsel van andere zeevogels af te pikken. De jagers maken daarbij hun naam waar. Andere vogels worden woest achtervolgd, net zolang ze hun maaltje laten vallen. De Kleinste en Middelste Jager hebben het voorzal voorzien op de kleinere meeuwen en sterns. Grote Jagers –op de Orkneys en Shetlanden ook wel Bonxie genoemd (Engels: Skua)- pikken de buit van grotere meeuwen en van Jan-van-Genten. Maar de grotere meeuwen zijn zelf ook niet vies van kleptoparasitisme

Als het broedseizoen is aangebroken wordt het rustiger op de Noordzee, maar zeker niet verlaten. De juveniele dieren (jonge vogels die nog niet volwassen zijn) blijven met de vogels die geen paartje konden vormen op zee. Nog altijd goed voor zo’n drie miljoen vogels.


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl