|

Auteur op An Teallach (West-Schotland) |
|

Fulmar Wall: Seacliff climbing
|
|
Schotland is meer dan regen, schapen en winterklimmen op berijpte rotsen. Dat is bekend. Maar dat achter alle mist en nevel ook prachtige (sport-)klimmogelijkheden schuilgaan is voor velen waarschijnlijk nieuw.
Heel veel regen en gigantisch veel wind, dat is de algemene indruk van het weer in Schotland. En ik moet toegeven na er bijna anderhalf jaar gewoond te hebben, dat het weer een tikje onvriendelijker is dan in mainland Europe. Er is echter een essentieel verschil tussen West-Schotland, dat geteisterd wordt door weersystemen die vanuit het westen tegen de Highlands worden gejaagd en het oosten van Schotland, dat toch meer beschut ligt. Aberdeen ligt in het noordoosten van Schotland en is de Granite City'. Reden? Aberdeen is voornamelijk gebouwd met graniet, dat werd gewonnen uit een inmiddels met water gevulde put midden in de stad, Deze 'Stad van Graniet' manifesteert zichzelf ook als oliehoofdstad van Europa, maar het straalt een grijze en bedrukkende sfeer uit. De stad wordt echter omringd door prachtige parken en golf courses. Bovendien heeft de Aberdonian fantastische natuur aan de kust en de Highlands op korte afstand. Voor klimmers, wandelaars en skiërs is het gebied een eldorado vol afwisselende mogelijkheden. De rotsklimgebieden rond Aberdeen zijn enorm gevarieerd, van boulders aan de kust tot hoge wanden in de Grampian Highlands waarvan de aanloop met de auto binnen anderhalf uur te bereiken is. Door de noordelijke ligging van Aberdeen zijn de avonden in de zomer erg lang en kan er ook na een werkdag nog geklommen worden. De volgende impressies lichten een tip op van de sluier, die het rotsklimmen in Schotland verhult.
Pass of Ballater
Via de borrel van de Aberdeen Mountaineering Club in een lokale pub leerde ik Richard kennen. Oorspronkelijk uit het evenzo regenachtige en schapenrijke Yorkshire, was hij net als ik naar Schotland gekomen om voor de olie-industrie te werken. Met veel enthousiasme was hij op zoek binnen de, niet bepaald georganiseerde, klimscène van Aberdeen naar tochtgenoten. Deze ontmoeting betekende voor mij het begin van vele zeer gevarieerde touren in Schotland. We hebben gewandeld, rots geklommen, 'Schots' wintergeklommen en ook de toerski's gebruikt. Een van onze eerste uitstapjes was naar de Pass of Ballater. Op drie kwartier van Aberdeen ligt aan deze pas een populair klimgebied met roodbruin graniet. De routes variëren van 8 tot 25 meter in lengte en op een dag kunnen er dus heel veel geklommen worden. De ligging van de crag is zonnig met grote naaldbomen en een leuk uitzicht over de bossen van Royal Deeside richting Lochnagar. Deze berg is door het winterklimmen bekend geworden en hoewel de top slechts 1150 meter hoog is komen routes al in november in conditie en verdwijnt de sneeuw niet voor juni.

De aanloop naar de 'Tor' van Clach na Beinn
|
De Britten rijden links en dus is het rotsklimmen op hun Isles natuurlijk ook iets speciaals. De gradering is totaal anders als op het vaste land en varieert van difficult. via hard very severe tot 'E7 7a'. De letters geven een 'overall' waardering aan, welke de moeilijkste passage, de afzekeringsmogelijkheden, rotskwaliteit en exposure samenvat. De technische waardering die de letters volgt, geven de gradering van de goed afgezekerde normale passages in de route. De combinatie van deze twee blijft ook soms voor locals een probleem en is lastig te vergelijken met de UIAA of Franse standaard. Het is belangrijk om eerst een gevoel voor de gradering te ontwikkelen voordat de grenzen worden verlegd. Alle routes moet zelf afgezekerd worden, omdat de Britten nog altijd mordicus tegen het gebruik van haken zijn. Dit is op het graniet rond Aberdeen geen probleem; mocht natuurlijke zekering echter wel een probleem zijn dan is de Engelse visie dat de run-outs gewoon langer worden (run-out = uitklimmen boven de haak). Maar er is meer. In heel Schotland komen hartje zomer bijvoorbeeld de midgets (kleine muggen) te voorschijn die een absolute plaag kunnen zijn. Vandaar dat er soms een midget waardering bij een route staat; drie muggen op een rij (excruciating) betekent dus zoveel als niet doen op een windstille zomerdag. De klimgidsjes, die over het algemeen door de Scottish Mountaineering Club worden uitgegeven, zijn uitstekend (zie info).
Meer over waardering van de Britse rotswaarderingen.
De paar routes die we klommen op de Pass waren kort maar technisch interessant. Vooral 'Cowardie-Custard' (F5a) herinner ik me. Een verticaal wandje met een klein dak en twee parallelle spleten voor de klim. Bomvast, goed af te zekeren en een prachtige inleiding voor het Schotse rotsklimmen. De pass of Ballater is vooral geschikt voor de betere klimmer met veel hoog aangeschreven routes van HVS (F5c) en moeilijker.
Clach na Beinn
Toen we kozen om op de Tor (Tor is van oorsprong een Duits woord, red.) van Clach na Beinn te gaan klimmen wist ik al een beetje hoe dat eruit zou zien. Een Tor was ik al eerder tegengekomen tijdens een lange mountainbike tour en een enorme voettocht naar het topplateau van de vlakke Ben Avon (spreek uit Ben A'an). Boven op deze karakteristieke bult in de Grampian Highlands staat een bijzonder indrukwekkende, donkere, granieten rotsformatie - de ultieme Tor. Als je op zo'n vlakke heuvel uit de verte komt aanlopen lijkt het een steeds groter wordend kasteel. Na het klauteren op de Tor gaf het bereiken van de Ben Avon mij ondanks de snijdende wind in het gezicht een heel bijzonder gevoel.

De aanloop naar de 'Tor' van Clach na Beinn
|
De Tor op het hoogste punt van Clach na Beinn is steil genoeg om rotsroutes te hebben. De aanloop zelf is mooi en duurt ongeveer twee uur. De bijzondere routes op de Tor zijn dat meer dan waard. Ooit broedden hier nog zeearenden en er zijn veel legendes over het ontstaan van de rots. De populairste versie verhaalt dat de Tor het product is van een onenigheid tussen de Duivel en zijn vrouw. De duivel loste dit huiselijke dispuut met geweld op. In grote woede ontstoken, pakte hij de rots van laag uit de vlakte op en slingerde deze naar zijn vrouw. Nog altijd ligt Her Hellish Highness begraven onder de Tor.
Wij hadden een mooie dag uitgekozen om op de Clach na Beinn te gaan klimmen. Bij een stevige bries in het dal was het zinloos geweest om omhoog te lopen, want dan had het zeker gestormd op deze onbeschutte heuvel. De 'Cairngorm Club Crack' is een klassieker en begint als een spleet die tot een schoorsteen uitgroeit, alles in het ruwste graniet. We klommen deze route en de 'No.1 Chimney', gewaardeerd met drie sterren, als inklimroutes. Misschien wel de mooiste lengte die ik in Schotland heb geklommen kwam daarna: 'Crack o' the Mearns' (25m VS 4C (F5a), met drie sterren). Een heel mooi, compact spleten systeem met een stukje piaz-klimmen en direct uitmondend op de top van de Tor met een prachtig zicht op de Highlands.
Fulmar Wall
Schotser dan op Fulmar Wall kan rotsklimmen nauwelijks worden. Na de auto geparkeerd te hebben overheersen de ruïnes van Sloan's Castle het uitzicht tijdens de wandeling naar de kliffen. Het was dit kasteel dat ooit de inspiratie bron werd voor het verhaal over 'Dracula' en op een mistige dag zal de ambiance maar al te echt zijn. Voor de kust staat een reusachtige, natuurlijke boog van graniet in het water: Dunbuy Rock met Window's Arch. Hierop kan geklommen worden, maar de toegang per zelfgeregeld bootje is ongetwijfeld bijzonder link. In de zomer is het eiland een screeching madhouse van vogels. Van veraf zijn de bekvechtende vogels boven de zee uit te horen. Fulmar Wall is vernoemd naar de Noordse Stormvogel (Fulmarus glacialis). De klif is echter één van de weinigen die geen last heeft van broedende paren.
De crag is vriendelijk, naar het zuiden gericht, van compact en ongelofelijk scherp graniet voorzien en alleen de onderste paar meter zijn groen en slijmerig van de algen. Op Fulmar Wall en niet ver daarvandaan bij de Grey Mare Slabs (slab = plaat) kan heerlijk geklommen worden op relatief eenvoudig rots. De routes zijn tot 30 meter hoog en laten zich goed afzekeren met nuts en friends. Afklimmen tot aan het zeeniveau (let op de getijden!) voert naar het begin van de routes. Hier klotst de Noordzee onder de wrijvingschoenen die op het graniet kleven. Een aanrader is de 160 meter lange traverse 'Klacktovededstene' met een heel bijzondere ambiance van Noordzee op enkele meters afstand en heel ruwe rots. Wij soleerden deze route die eerst laag bij de zee blijft en daarna eenvoudig naar de top van een van de slabs stijgt. Deels wordt daarbij de 'Aiguille du Trou' (een granieten toren) beklommen en de finish van de route is zeker spannend te noemen. Hier was ik een tijdje op zoek naar de juiste beweging om de laatste rots te overwinnen en het vlakke gras te bereiken. De Aiguille zelf biedt moeilijkere routes in dezelfde kwaliteit graniet. Richard en ik klommen er in een zwak zonnetje, het geelbruine en compacte graniet stak mooi af bij het heldere, blauwgroene zeewater. Beelden van het mistige Aberdeen maakten gedurende een paar uur plaats voor een mediterraan levensgevoel; klimmen aan de Cote d'Ecosse (Ecosse is het Frans voor Schotland, red.)
|
Informatie
|
|
Complete informatie over de rotsklimgebieden rond Aberdeen is te vinden in:
|
'Northeast Outcrops', Scottish Mountaineering Club Climbers' Guide, samengesteld door Neil Morrison, Uitgegeven door de Scottish Mountaineering Trust, ISBN 0-907521-41-X.
Dit klimgidsje beschrijft alle outcrops in noordoost Schotland op een duidelijke en uitgebreide manier. Toegang, routeverloop en waardering worden per route uitvoerig beschreven en vaak met schetsjes ondersteund; aanbevolen routes zijn met sterretjes aangegeven. Dit is geen overbodige luxe omdat sommige routes aan de kust bijvoorbeeld erg glad of bird-infested kunnen zijn...
|
'Rock Climbing in Scotland', A Constable Guide, Kevin Howett, Uitgegeven door Constable and Company Limited, 1990, herdruk 1995.
Dit klimgidsje is een superuitgave vol met de mooiste rotsroutes in Schotland. Hier worden zo'n 500 routes in beschreven van 10 meter lange Crag climbs tot 400 meter lange granieten wandbeklimmingen.
|
|
Het hele jaar door kan er rotsgeklommen worden in Schotland. De gebieden aan de kust zijn, zodra het niet te nat is, in elk seizoen mogelijk. De highlands kunnen van eind Oktober tot Mei zeer winters zijn en het winterklimmen en skiën overheersen dan. De zomermaanden zijn de beste tijd van het jaar voor rotsroutes in de highlands, hoewel regen en wind eigenlijk altijd een probleem kunnen zijn. Het credo is: bij mooi weer 'toeslaan', want het weer en de condities veranderen met grote regelmaat en snelheid.
|
|
Een populaire manier om te overnachten zijn Bed and Breakfasts, maar hotels en campings zijn ook ruimschoots voorhanden. Aberdeen is door de aanwezigheid van grote oliemaatschappijen een dure stad geworden en hoteltarieven benaderen soms Londonse niveau's.
|
|