-Winterwandelen | Winterwandelen Grampians (1) | Winterwandelen Cairngorms | Winterwandelen Grampians (2) | Skiën in Schotland -
- Ronald Naar op toerski's | Lawines in Schotland | Algemeen over lawines | Seizoenen voor buitensporters | 

- Met de lange latten naar het land van kastelen, kilten, doedelzakken en whiskystokerijen-

Skiën op zijn Schots

Door: Ronald Naar

 
 Je bent hier:  Home > Skiën > Skiën op zijn Schots

 
Link naar een Expedia-kaart van Glen Coe
Link naar een Expedia-kaart van de Cairngorms
 
Link naar de website van Ronald Naar
Link naar de website van Ronald Naar

Schotten gelden als een zuinig volk en eigenlijk geldt dat ook voor het Schotse winterweer. Het biedt weinig zon, weinig sneeuw, en dus ook weinig aanleiding om er 's winters op wintersport te gaan.

Als Nederlandse skiavonturier zou ik het waarschijnlijk nooit in mijn hoofd hebben gehaald om er te gaan skiën, ware het niet dat mij een aantal jaren geleden een opmerkelijke eer te beurt viel. Een eer die me verplichtte tot een Schots winter-avontuur.

Troon van Zeus
Mijn kennismaking met de winterse Schotse Hooglanden begon in feite in het voorjaar van 1985, op de nog net besneeuwde flanken van de Griekse Godenberg Olympus. Ik had mijn zinnen gezet op het vestigen van een skiprimeur: een afdaling op lange latten vanaf de Troon van Zeus. Om dat te realiseren waren we met zijn tweeën naar Thessaloniki gevlogen: Tilleke als fotograaf en ik als het model, de skiheld. Een rolverdeling die noodzakelijk was geworden, toen ter plekke bleek dat het winkelpersoneel van een wintersportspeciaalzaak bij het monteren van Tilleke's bindingen een grove fout had gemaakt: uit de schitterende aan ons meegegeven hoes kwamen een paar ski's met achterste voren gemonteerde bindingen!

In afwachting van goed weer voor de fotoserie zochten Tilleke en ik beschutting in een afgelegen berghut, halverwege de flanken van de Troon van Zeus. Zo vroeg in het seizoen hoopten we de schuilplaats volledig voor onszelf te hebben. We hadden pech. Tot onze stomme verbazing troffen we er vier aardig op leeftijd zijnde Engelsen. Terwijl de mannen korte wandelingen richting Mytikas maakten, gebruikte één van de vrouwen de hut als tijdelijk atelier: ze had een opgespannen doek en zelfs een ezel mee omhoog gedragen, waarmee ze vanaf de veranda de dramatische zonsopgangen boven de Egeïsche Zee in verfstreken vastlegde.

Jolly good
Aanvankelijk klikte het niet echt tussen ons. Ik vond de Britten te bekakt en zij behandelden ons als een stel zwervers. Het eerste etmaal in de varkensstal, die de Grieken 'Refugio' plegen te noemen, beloerden we elkaar als vijanden, als indringers in elkaars domein.

De gereserveerde houding van het viertal veranderde op slag toen na een dag mijn ski's tevoorschijn kwamen. 'You have skies with you? Oh, that's jolly good!', danste de oudste heer door de hut. 'You know', zei hij, 'I'm member of the Alpine Ski Club!'

      'Leuk!', reageerde ik lauw.
      'En ik ben enthousiast skitoerder!'
      'Erg leuk!', herhaalde ik.
      'Als ik wat jonger was geweest, dan....'
      'Leuk!', mopperde ik nogmaals.

De ergernis tijdens de voorgaande dag hadden me dusdanig onderkoeld dat ik wat moeilijk te ontdooien viel. Het 'gesprek' stotterde verder; uiterst traag kwam er iets meer geestdrift in mijn woorden. 's Avonds voor de hoog opgestookte haard werd het voor het eerst gezellig.

Alpine Ski Club
Geleidelijk aan werd me duidelijk dat de Alpine Ski Club een Brits elitegezelschap is, nauw geliëerd met de veel beroemdere Alpine Club en bestaande uit louter verfande ski-alpinisten. In 1908 werd de Club opgericht door de vader van het hedendaagse alpiene skiën, Sir Arnold Lunn, de uitvinder van de slalom. De ledenlijst van de Alpine Ski Club telt minder dan tweehonderd, uitsluitend mannelijke leden. Onder hen de nodige gepensioneerde legerofficieren, squadronleiders en vice-admiralen. Bovendien een aardig aantal beroemde bergbeklimmers. Onder hen zelfs Sir Edmund Hillary, 'Mister Everest'.

Ook bleek dat John Harding, de oudste heer, net als ik, gek was op het maken van skitochten in Mediterrane berggebieden. Ketens waar andere alpinisten vanwege het grillige winterweer maar liever wegblijven met hun ski's.

'We have fond memories of that short holiday and of that romantic little hut where the six of us spent those nights before the pine fire...' , schreef John me maanden later. Onze ontmoeting op de flanken van de Griekse Olympus werd het begin van een langdurige vriendschap. Sinds 1985 wisselden we regelmatig onze laatste avonturen uit en hielden elkaar op de hoogte over nieuwe plannen - zonder overigens ooit samen op tocht te gaan.

Naar Groot-Brittannië, maar nog niet naar Schotland
Jaren later werd John 'vice-president' van de Alpine Ski Club en tenslotte zelfs 'president'. Vanuit die functie was hij verantwoordelijk voor sprekers op de tweemaal jaarlijkse 'Réunions'. Black Tie-bijeenkomsten van een stoffig herengezelschap, die meer weg hebben van de rumoerige Hoger Huis-vergaderingen dan de afstandelijke diashows die wij op het Continent gewend zijn. Het kon bijna niet uitblijven: ook voor 'Johns' Alpine Ski Club moest ik een lezing komen geven. De Club was bereid mijn ticket te betalen, maar verder had de berooide Britse ski-adel en ex-legertop geen stuiver in kas. Het deerde me niet. Groot-Brittannië was het enige Europese land waar ik nog nooit was geweest, dus stemde ik toe.

Mijn onbekendheid met Groot-Brittannië wreekte zich direct. De stekker van mijn kostbare Hasselblad-projector paste niet in het Britse stopkontakt, maar met een uitgevouwen paperclip wist een bergbeklimmende professor het apparaat aan de praat te krijgen. Niet voor lang echter. Door het verschil in voltage gingen drie kostbare halogeenlampen achtereenvolgens in rook op. Na wat sleutelen kon de vertoning met een geleende lamp uiteindelijk toch doorgang vinden. Echt soepel ging het niet. Als een Engelstalige Rudy Carell struikelde ik over mijn woorden. Tot groot vermaak van de 'Sirs' en 'Lords' overigens. Vanuit het duister werd ik regelmatig onderbroken door een bijvallende kreten als 'Well done!' of 'Jolly good, Ronald!', maar soms ook door afkeurend gemompel als ik een ongepaste grap plaatste.

Honorary member
In niets kon ik die avond het effect van mijn lezing bevroeden. Na een paar weken kwam opnieuw een brief van John: 'At the last Committee meeting of the Alpine Ski Club it was anunimously agreed to offer you honorary membership of the Club in recognition of your outstanding achievements in the field of ski mountaineering.' Na een uiteenzetting over het karakter van de Club vervolgt hij: 'We shall be honoured if you will agree to become an honorary member of the Club and I shall await to hear from you...'

Erelid worden? In Nederland hoefde ik er niet op te rekenen dat me die eer ooit te beurt zou vallen. Daarvoor was en ben ik blijkbaar in eigen land té omstreden. Nu dan erelid worden bij de Britse Alpine Ski Club? Wie kon dat weigeren. De Alpine Ski Club had slechts zeventien ereleden, waaronder behalve Sir Edmund wereldberoemde collega-expeditieleider als Christian Bonington en zijn in de adelstand verheven voorganger, Lord Hunt of Llanviar. Een respectabel gezelschap dus.

Op naar Schotland
Gestreeld stemde ik in, hoewel ik voelde dat zoiets wel verplichtingen schepte. Dat bleek te kloppen. Nauwelijks was ik twee weken erelid, toen een oproep voor een 'Alpine Ski Club Meeting' in mijn bus viel. Drie dagen toerskiën in het Cairngorms-gebied, ergens hoog in de winterse Schotse Hooglanden. Mijn Britse vrienden van de Alpine Ski Club vonden de meeting een goede aanleiding om voor eens en voor altijd af te rekenen met mijn vooroordelen over de Schotse winter. 'It's a class on its own!', probeerde John me te overtuigen. 'Winter in Scotland is very, very special'. Hoewel ook hij erkende dat er gedurende sommige winters in de Schotse Hooglanden geen spat sneeuw te bekennen valt. 'It's just a matter of luck!'

Adel verplicht, dacht ik, en dus kocht ik een retourtje Edinburgh. Ik had geluk. Er zat een kort vriesgaatje in de reeks veel te zachte winters. Bij het vertrek woedde op Schiphol dezelfde sneeuwstorm waaruit de Schotse hoofdstad Edinburgh een uur later tevoorschijn kwam. De stad en de omringende hooglanden waren bedekt met een dikke witgeruite winterdeken. En de zon scheen. 'Een gelukkige uitzondering', erkenden de dochter van John, die me in de stad opwachtte, 'maar dat maakt de lol er niet minder om. It's going to be marvellous!'

Meteen bij het entree van Edinburgh snoof ik Groot-Brittannië op. In de stad walmde afwisselend een lucht van overgekookte melk en van moddervette worstjes aan mijn neus voorbij. Een overjarige BBC-serie trok zich aan mijn ogen voorbij. We klommen en daalden over verweerde asfaltwegen, geflankeerd door rijen grauwe herenhuizen met kolossale schoorstenen. Op een heuvel boven de stad prijkte het oude kasteel. Eénmaal in de trein op weg naar Aviemore bleek het bepaald niet het enige. Schotland is ervan vergeven, van kastelen. Ettelijke honderden oude tot zeer oude vestingen sieren de heuvels, de flanken van de bergplateau's en de oevers van de fjorden.

Schotland is getekend door zijn geschiedenis. Iets dat je ook kan stellen voor de Schotse bergen. Duizenden jaar bedekking door een honderden meters dikke ijskap hebben van karakteristieke bergvormen weinig overgelaten. De heuvels zijn door het ijs afgerond. De Cairngorms en de andere toppen van de Schotse Hooglanden zijn dan ook niet extreem hoog - de hoogste, Ben Nevis, reikt tot bijna 1.400 meter. Dat is - eerlijk gezegd - hoog zat met het Schotse klimaat. Wanneer de heuvels bedekt zijn met een dikke laag sneeuw en de wind om de wallen van kastelen jankt, ben je al lang blij dat je niet ergens hoog in de bergen in je tentje zit.

Schotland
De avond valt in winters Schotland

Whisky voor alles
De Schotten hebben zo hun eigen wapen tegen die koude, wind en vochtigheid gevonden: whisky. In de pubs kan je kiezen uit liefst 580 verschillende etiketten, afkomstig van zo'n negentig verschillende stokerijen. Om de keuze nog ingewikkelder te maken zijn de whisky's ook van uiteenlopende leeftijden en kan je vaak kiezen tussen 'malts' en 'grains'. Bepaald geen onaardig alternatief tijdens de 'après-ski'.

Al na één dag toeren is me duidelijk dat deze 'real Scottish' après-ski voor mijn Britse vrienden één van dé meest aantrekkelijke aspecten van toerskiën in de Hooglanden vormt. We hebben onderdak in een drooggelegde Bed and Breakfast bij Feshiebridge, direct naast een Outdoor Centre. Een verzamelpunt voor overjarige welpjes, hopmannen en padvinders. Verweerde kerels met kabouterbaarden, in veel te lange Berghaus-regenjacks en met veel te grote Karrimor-rugzakken - allemaal met kaart en kompas om de nek.

Skiën in de Cairngorms
De eerste dag van de Meeting worden geteisterd door huilende sneeuwstormen. Schotland ten voeten uit. De temperatuur stijgt tot iets boven het vriespunt en het zicht beperkt zich hogerop tot enkele meters. Voor toeren is het weer te slecht, maar op het skigebiedje van Coire Cas slagen we erin ons te amuseren. Eén hand voor de ogen, de ander zwaaiend met de skistok, in een poging om tegen de beukende storm in evenwicht te blijven. In een paar minuten tijd ben je al nat - en aangezien natter gewoon niet kan, ga je maar door.

Toerskiën in de Cairngorms
De tweede dag gaat de wind liggen en komt zelfs de zon af en toe even tussen de donkere wolken doorkijken. De thermometer stagneert bij negen graden onder het vriespunt. Voor Schotse omstandigheden redelijk weer. De Alpine Ski Club wil daarom meteen groot uitrukken. Er is een 'veteranen-toer' op één van de lagere toppen, maar de 'diehearts' hebben het plan opgevat om te proberen de hoogste toppen van het Cairngorms-plateau te traverseren. 'We zullen wel zien tot hoever we komen', redeneert men.

Carn Bàn Mór & Braeriach
Het eerste traject leidt over een bijna duizend meter hoge, afgeronde heuvel, genaamd Carn Bàn Mór. Al na een half uurtje lopen worden we opgeslokt door mist. Een bleek zonnetje wijst vooralsnog de weg. Maar al snel zien we weinig meer van de Schotse Hooglanden dan een witte melkbrij, waaruit af en toe een bui komt. Witte sneeuw, witte mist, witte hagelstenen. Een paar minuten later is het weer over. De nevel trekt iets op en in de verte tekent zich een nieuwe afgeronde heuveltop, opnieuw voorzien van een prachtige, onuitsprekelijke naam: Braeriach 1.296 meter hoog.

Toerskiën in de Cairngorms
Toerskiën in de Cairngorms

Met het doel zo duidelijk in het vizier waaiert de 'Alpine Ski Club Meeting' uit over de flanken van de uitgezakte witte buste. Zeven groepjes, elk zo'n drie, vier of vijf man groot, zoeken her en der hun weg omhoog. Ieder loopt nu voor zich, zichzelf buigend over kaart, kompas en hoogtemeter. Wijdbeens stappen ze met hun grijze, witberijpte haren op overjarige toerskiuitrusting omhoog.

Af en toe wordt een van de groepjes opgeslokt door de mist en hoor ik nog slechts wat bekakt gekwetter uit het witte niets:

      'Oh Stephen, what'a marvelleous wetter today!'
      'Jolly good, Graham. A great day: a little sunshine, a little fog!'
      'Look, is that the bloody summit up there?'
      'Might be, Graham. They look all bloody same from down here!'

Dan ineens trekt het helemaal dicht en zelfs de stemmen worden gesmoord in de witte wolk. Tot mijn verbazing raken we niemand kwijt. Iedereen weet elkaar uiteindelijk boven op het hoogste punt van de heuvel terug te vinden. Een kind kan hier natuurlijk de was doen: doorgaan tot je niet meer kan stijgen. Dan ben je er gewoon en vind je ook de anderen terug.

Het sneeuwt inmiddels een klein beetje. 'Marvelleous wetter, hier in Schotland!', denk ik. Met verkleumde vingers peuter ik de stijgvellen van de ski's. Mijn Club-members stropen lange wollen bank-overvallersmutsen, 'ballaclavas', over het hoofd. Dicht achter elkaar glijden ze voor me uit, door de nevel over een smalle graat omlaag. De sneeuwlaag is flinterdun en keihard. De bovenlaag is weggewaaid door de Hooglanden frequenterende Hurricane-stormen. Overal liggen stenen. 'Nu begrijp ik waarom de Britten de uitvinders van de slalom zijn!', brom ik geërgerd door de talrijke onwelkome botsingen tussen belag en gesteente.

'It's great funn, isn't it', snobt toerleider Alan in het voorbijgaan. 'Great shit bedoel je zeker', mopper ik binnensmonds. 'I beg you pardon?' 'Great funn indeed! Very nice, this snow', jok ik en slalom verder tussen de rotsige hindernissen.

Een paar duizend stenen verder komen we eindelijk onder het wolkendek. Het schemert al. Aan de horizon is het wat opgeklaard en een bundel fel rood avondlicht verlicht de resterende afdaling. Een uitgesleten dal zonder bomen. Overal liggen manshoge stenen. Een paar struikjes steken nu door het hard opgevroren sneeuwdek. Op de natuurlijke borstels glijden de ski's tenminste.

Iets lagerop stuiten we op een karrespoor. Bevoren blubber, met ijs bedekte plassen en af en toe een plakje sneeuw. Links en rechts jonge aanplant. Schaatsend op de ski's haasten we ons naar de lichtjes in de verte: Aviemore. Een wedren tegen de totale duisternis.

We eindigen voor een pub - alsof de route zo was uitgezocht. Zelfs zonder whisky aan te raken ben ik binnen een half uur stomdronken. Het is goed om Honorary Member te zijn.

Informatie over (toer-)skiën in Schotland
De Noordpool van Groot-Brittannië: Tocht op tourlanglaufski's in de Cairngorms, door Ton Biesemaat



 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl