|
|
|
|
|
Schotten gelden als een zuinig volk en eigenlijk geldt dat ook voor het Schotse winterweer. Het biedt weinig zon, weinig sneeuw, en dus ook weinig aanleiding om er 's winters op wintersport te gaan. Als Nederlandse skiavonturier zou ik het waarschijnlijk nooit in mijn hoofd hebben gehaald om er te gaan skiën, ware het niet dat mij een aantal jaren geleden een opmerkelijke eer te beurt viel. Een eer die me verplichtte tot een Schots winter-avontuur.
Troon van Zeus In afwachting van goed weer voor de fotoserie zochten Tilleke en ik beschutting in een afgelegen berghut, halverwege de flanken van de Troon van Zeus. Zo vroeg in het seizoen hoopten we de schuilplaats volledig voor onszelf te hebben. We hadden pech. Tot onze stomme verbazing troffen we er vier aardig op leeftijd zijnde Engelsen. Terwijl de mannen korte wandelingen richting Mytikas maakten, gebruikte één van de vrouwen de hut als tijdelijk atelier: ze had een opgespannen doek en zelfs een ezel mee omhoog gedragen, waarmee ze vanaf de veranda de dramatische zonsopgangen boven de Egeïsche Zee in verfstreken vastlegde.
Jolly good De gereserveerde houding van het viertal veranderde op slag toen na een dag mijn ski's tevoorschijn kwamen. 'You have skies with you? Oh, that's jolly good!', danste de oudste heer door de hut. 'You know', zei hij, 'I'm member of the Alpine Ski Club!'
'Leuk!', reageerde ik lauw. De ergernis tijdens de voorgaande dag hadden me dusdanig onderkoeld dat ik wat moeilijk te ontdooien viel. Het 'gesprek' stotterde verder; uiterst traag kwam er iets meer geestdrift in mijn woorden. 's Avonds voor de hoog opgestookte haard werd het voor het eerst gezellig.
Alpine Ski Club Ook bleek dat John Harding, de oudste heer, net als ik, gek was op het maken van skitochten in Mediterrane berggebieden. Ketens waar andere alpinisten vanwege het grillige winterweer maar liever wegblijven met hun ski's. 'We have fond memories of that short holiday and of that romantic little hut where the six of us spent those nights before the pine fire...' , schreef John me maanden later. Onze ontmoeting op de flanken van de Griekse Olympus werd het begin van een langdurige vriendschap. Sinds 1985 wisselden we regelmatig onze laatste avonturen uit en hielden elkaar op de hoogte over nieuwe plannen - zonder overigens ooit samen op tocht te gaan.
Naar Groot-Brittannië, maar nog niet naar Schotland Mijn onbekendheid met Groot-Brittannië wreekte zich direct. De stekker van mijn kostbare Hasselblad-projector paste niet in het Britse stopkontakt, maar met een uitgevouwen paperclip wist een bergbeklimmende professor het apparaat aan de praat te krijgen. Niet voor lang echter. Door het verschil in voltage gingen drie kostbare halogeenlampen achtereenvolgens in rook op. Na wat sleutelen kon de vertoning met een geleende lamp uiteindelijk toch doorgang vinden. Echt soepel ging het niet. Als een Engelstalige Rudy Carell struikelde ik over mijn woorden. Tot groot vermaak van de 'Sirs' en 'Lords' overigens. Vanuit het duister werd ik regelmatig onderbroken door een bijvallende kreten als 'Well done!' of 'Jolly good, Ronald!', maar soms ook door afkeurend gemompel als ik een ongepaste grap plaatste.
Honorary member Erelid worden? In Nederland hoefde ik er niet op te rekenen dat me die eer ooit te beurt zou vallen. Daarvoor was en ben ik blijkbaar in eigen land té omstreden. Nu dan erelid worden bij de Britse Alpine Ski Club? Wie kon dat weigeren. De Alpine Ski Club had slechts zeventien ereleden, waaronder behalve Sir Edmund wereldberoemde collega-expeditieleider als Christian Bonington en zijn in de adelstand verheven voorganger, Lord Hunt of Llanviar. Een respectabel gezelschap dus.
Op naar Schotland Adel verplicht, dacht ik, en dus kocht ik een retourtje Edinburgh. Ik had geluk. Er zat een kort vriesgaatje in de reeks veel te zachte winters. Bij het vertrek woedde op Schiphol dezelfde sneeuwstorm waaruit de Schotse hoofdstad Edinburgh een uur later tevoorschijn kwam. De stad en de omringende hooglanden waren bedekt met een dikke witgeruite winterdeken. En de zon scheen. 'Een gelukkige uitzondering', erkenden de dochter van John, die me in de stad opwachtte, 'maar dat maakt de lol er niet minder om. It's going to be marvellous!' Meteen bij het entree van Edinburgh snoof ik Groot-Brittannië op. In de stad walmde afwisselend een lucht van overgekookte melk en van moddervette worstjes aan mijn neus voorbij. Een overjarige BBC-serie trok zich aan mijn ogen voorbij. We klommen en daalden over verweerde asfaltwegen, geflankeerd door rijen grauwe herenhuizen met kolossale schoorstenen. Op een heuvel boven de stad prijkte het oude kasteel. Eénmaal in de trein op weg naar Aviemore bleek het bepaald niet het enige. Schotland is ervan vergeven, van kastelen. Ettelijke honderden oude tot zeer oude vestingen sieren de heuvels, de flanken van de bergplateau's en de oevers van de fjorden. Schotland is getekend door zijn geschiedenis. Iets dat je ook kan stellen voor de Schotse bergen. Duizenden jaar bedekking door een honderden meters dikke ijskap hebben van karakteristieke bergvormen weinig overgelaten. De heuvels zijn door het ijs afgerond. De Cairngorms en de andere toppen van de Schotse Hooglanden zijn dan ook niet extreem hoog - de hoogste, Ben Nevis, reikt tot bijna 1.400 meter. Dat is - eerlijk gezegd - hoog zat met het Schotse klimaat. Wanneer de heuvels bedekt zijn met een dikke laag sneeuw en de wind om de wallen van kastelen jankt, ben je al lang blij dat je niet ergens hoog in de bergen in je tentje zit.
Whisky voor alles Al na één dag toeren is me duidelijk dat deze 'real Scottish' après-ski voor mijn Britse vrienden één van dé meest aantrekkelijke aspecten van toerskiën in de Hooglanden vormt. We hebben onderdak in een drooggelegde Bed and Breakfast bij Feshiebridge, direct naast een Outdoor Centre. Een verzamelpunt voor overjarige welpjes, hopmannen en padvinders. Verweerde kerels met kabouterbaarden, in veel te lange Berghaus-regenjacks en met veel te grote Karrimor-rugzakken - allemaal met kaart en kompas om de nek.
Skiën in de Cairngorms
Toerskiën in de Cairngorms
Carn Bàn Mór & Braeriach
Met het doel zo duidelijk in het vizier waaiert de 'Alpine Ski Club Meeting' uit over de flanken van de uitgezakte witte buste. Zeven groepjes, elk zo'n drie, vier of vijf man groot, zoeken her en der hun weg omhoog. Ieder loopt nu voor zich, zichzelf buigend over kaart, kompas en hoogtemeter. Wijdbeens stappen ze met hun grijze, witberijpte haren op overjarige toerskiuitrusting omhoog. Af en toe wordt een van de groepjes opgeslokt door de mist en hoor ik nog slechts wat bekakt gekwetter uit het witte niets:
'Oh Stephen, what'a marvelleous wetter today!' Dan ineens trekt het helemaal dicht en zelfs de stemmen worden gesmoord in de witte wolk. Tot mijn verbazing raken we niemand kwijt. Iedereen weet elkaar uiteindelijk boven op het hoogste punt van de heuvel terug te vinden. Een kind kan hier natuurlijk de was doen: doorgaan tot je niet meer kan stijgen. Dan ben je er gewoon en vind je ook de anderen terug. Het sneeuwt inmiddels een klein beetje. 'Marvelleous wetter, hier in Schotland!', denk ik. Met verkleumde vingers peuter ik de stijgvellen van de ski's. Mijn Club-members stropen lange wollen bank-overvallersmutsen, 'ballaclavas', over het hoofd. Dicht achter elkaar glijden ze voor me uit, door de nevel over een smalle graat omlaag. De sneeuwlaag is flinterdun en keihard. De bovenlaag is weggewaaid door de Hooglanden frequenterende Hurricane-stormen. Overal liggen stenen. 'Nu begrijp ik waarom de Britten de uitvinders van de slalom zijn!', brom ik geërgerd door de talrijke onwelkome botsingen tussen belag en gesteente. 'It's great funn, isn't it', snobt toerleider Alan in het voorbijgaan. 'Great shit bedoel je zeker', mopper ik binnensmonds. 'I beg you pardon?' 'Great funn indeed! Very nice, this snow', jok ik en slalom verder tussen de rotsige hindernissen. Een paar duizend stenen verder komen we eindelijk onder het wolkendek. Het schemert al. Aan de horizon is het wat opgeklaard en een bundel fel rood avondlicht verlicht de resterende afdaling. Een uitgesleten dal zonder bomen. Overal liggen manshoge stenen. Een paar struikjes steken nu door het hard opgevroren sneeuwdek. Op de natuurlijke borstels glijden de ski's tenminste. Iets lagerop stuiten we op een karrespoor. Bevoren blubber, met ijs bedekte plassen en af en toe een plakje sneeuw. Links en rechts jonge aanplant. Schaatsend op de ski's haasten we ons naar de lichtjes in de verte: Aviemore. Een wedren tegen de totale duisternis. We eindigen voor een pub - alsof de route zo was uitgezocht. Zelfs zonder whisky aan te raken ben ik binnen een half uur stomdronken. Het is goed om Honorary Member te zijn.
|
|
|