De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Ardtornish Estate-

Logeren op een Schots landgoed

Door: Aafke Jochems

 
 Je bent hier:  Home > Toerisme > Logeren op een Schots landgoed

Sinds Florence Nightingale logeerde in het landhuis van Ardtornish Estate is er nauwelijks iets veranderd. Alleen het stof is afgenomen, maar meubilair, behang en vloerbedekking bestaan nog alsof Florence net is vertrokken. Een kleine eeuw later kan iedereen hier logeren. Wie wil zelfs in haar bed.

‘Ze reed rond in een Rolls Royce. Met chauffeur. In die tijd had je hier nog maar vier auto’s. Waaronder de Rolls van Mrs Sellar. Ver kwam je er toen niet mee. Wegen waren er toen nog nauwelijks.’

Chubby Ives, in de tachtig, heeft een onuitwisbaar geheugen en herinnert zich precies Gertrude Sellar, een volle nicht van Florence Nightingale. Hij ziet Mrs Gertrude Sellar nog rijden in haar Rolls over de paar wegen van haar immense landgoed Ardtornish - in het Gaelic Aird Toirinis. Een landgoed gelegen op het schiereiland Morvern in het zuidwesten van de Schotse Highlands.

Een jaar voor Mrs Sellar’s dood kwam Chubby met z’n ouders naar Ardtornish Estate – en hij is er nooit meer weggegaan. Florence Nightingale was toen al bijna twintig jaar dood, maar de kamer in het grote, Victoriaanse huis waar ze vaak logeerde was nog helemaal intact. Precies zoals de kamer er vandaag de dag uitziet; twee spijlenbedden, een donkere kast, schilderijen aan de muur, een decoratief gestukt hoog plafond en behang dat zowat een eeuw niet is vervangen. Aardig vergeeld inmiddels, maar niet afgebladderd. Integendeel; een populaire kamer waarin huidige gasten graag willen slapen.

Als knul van tien zag Chubby voor het eerst Ardtornish House vanbinnen. Hij hielp z’n vader bij het verwarmen van alle kamers van het grote huis. Geen kleinigheid in een gebouw met 52 enorme kamers en 365 ramen! Een baan van ’s morgens zes tot ’s avonds zes.

‘Qua inrichting is er niks veranderd’, aldus Chubby. Het authentieke meubilair, de hemelbedden, de baden op pootjes met prachtige kranen, de bovenmatige biljarttafel, de telefooncel met antieke telefoon en verbindingspluggen; alles is er nog zoals Chubby het als tienjarige zag. Het lijkt alsof decennialang alleen het stof is afgenomen. Met als klapstuk de bediendenruimte waar hoog aan de wand niet minder dan veertig bellen hangen. Met bij elke bel een bordje waarop teksten staan geschreven als gunroom, flower room en Mrs Sellar’s tower bathroom. In een oogopslag kon de butler zien waar Mrs Sellar, haar zoon Gerard of een gast aan de bel trok. Alleen de subtiel aangebrachte brandsproeiers, centrale verwarming, elektrische fornuizen en magnetrons verraden dat het inmiddels tachtig jaar later is.

Oude boothuis
‘De huidige bewoning van het grote huis’, vertelt Chubby Ives, ‘is compleet anders als je het vergelijkt met vroeger. Toen ik voor het eerst het huis binnenkwam, woonden er twee mensen, Mrs Sellar en haar zoon Gerard. Zij hadden maar liefst achttien man personeel tot hun beschikking! En dan waren er nog veertien tuinmannen en de shepherds die de dieren verzorgden. Die woonden voornamelijk in de cottages op het landgoed.’ Zelf woont Chubby, gepensioneerd shepherd, ook in zo’n cottage. Vlak aan het water van de zeearm Loch Aline met uitzicht op het oude boothuis. Maar veel van de cottages uit 1870 zijn tot vakantiehuisjes verbouwd. Zonder aan het uiterlijk iets te veranderen en aan sfeer in te boeten. Ook is het grote huis onderverdeeld in enkele vakantie-appartementen.

Toch is niet het hele huis het domein van betalende logés. Een deel ervan wordt regelmatig bewoond door nazaten van Owen en Emmeline Hugh Smith. Dit Engelse echtpaar kocht het landgoed in 1930 van de erfgenamen van Gertrude en zoon Gerard Sellar. Moeder en zoon overleden eind 1929 vlak na elkaar. Gerard stierf ongetrouwd en zonder kinderen, zodat Ardtornish naar Gerards zusters zou gaan. Maar die hadden elk al een landgoed. Dus wat moesten ze er in godsnaam mee? Het echtpaar Hugh Smith had des te meer interesse. In die tijd was het een prestige om een landgoed in Schotland te hebben. En ze kochten allerminst een kat in de zak: een omvangrijk stuk grond met daarop het volledig ingerichte Victoriaanse Ardtornish House, een 19e eeuwse klokkentoren, een goedlopend boerenbedrijf, een 13e eeuwse ruïne van wat ooit Ardtornish Castle was, de ruïne van Kilchoane Castle en tal van cottages.

Dochter Faith Raven verblijft tegenwoordig regelmatig in haar deel van Ardtornish House, net als haar kinderen. Haar zoon Hugh, labour politicus, woont sinds kort in het ernaast gelegen Kilchoane Castle. Een torenachtig, heldergekleurd kasteel dat vier eeuwen lang een verwaarloosde ruïne was. Totdat Hugh en z’n vrouw Jane besloten Londen te verruilen voor Schotland en een gepast onderkomen zochten op het landgoed van ma Raven. Het vergde wel een gigantische verbouwing van tweeënhalf jaar. En Hugh en Jane worden er nog elke dag aan herinnerd dat 400 jaar lang de regen gewoon naar binnen kon vallen; twee volle emmers water vangen ze dagelijks op uit de vochtige muren.

Officieel is het landgoed niet meer in handen van de familie Raven, maar in handen van Ardtornish Estate Limited. Mrs Raven heeft jaren geleden voor deze constructie gekozen, omdat zij geen verantwoordelijkheid wilde over het boeren- en toeristisch bedrijf. En de constructie bepaalt ook dat er later geen succesierechten betaald hoeven te worden.

Succesvol zakenman
Wie wel verantwoordelijkheid draagt voor de toeristische activiteiten op Ardtornish Estate is John Montgomery. Een Schot in hart en nieren. Als maar even de gelegenheid zich aandient, kleedt hij zich in z’n kilt met eigen tartan (Schotse ruit) van de Montgomery’s. Een whisky slaat hij niet af. En als het aan hem ligt is Schotland morgen onafhankelijk.

Tien jaar geleden was John nog een succesvol zakenman in Glasgow. Voor de buitenwereld had hij alles voor elkaar: een groot huis, twee auto’s voor de deur, een boot, diverse credit cards op zak en talloze buitenlandse reizen achter de rug en in het verschiet. Maar op z’n zevendertigste gaf hij er de brui aan en ging met z’n Engelse vriendin Ann op wereldreis. Een jaar later keerden ze terug naar Schotland. ‘Ik heb enorm veel verschillende landen gezien. Geweldig. Maar Schotland is mijn plek op deze wereld’, aldus John. Tijdens z’n vorige leven had hij als fervent duiker al Morvern ontdekt. Daar wilde hij wonen, en ging hij wonen. Nooit meer in de stad. Een paar jaar voorzag hij in z’n onderhoud door schelpdieren op te duiken en te verkopen. Drie keer per dag twee uur continu onder water. Tot hij de job van tourism manager op Ardtornish aangeboden kreeg. De baan van zijn leven. ‘Ik wil hier nooit meer weg. Het lijkt eenzaam met een paar honderd mensen op zo’n uitgestrekt gebied. Klopt niks van, iedereen kent iedereen en met elke voorbijganger wissel je op z’n minst enkele woorden uit. Privacy heb je niet. Daarvoor moet je naar de stad. Je kunt geen stap zetten of iedereen weet het. Criminaliteit en geweld kennen we niet.’

Zeeslagen
Dat was vroeger wel anders. Hele zeeslagen zijn hier uitgevochten. Al in de negende eeuw aasden de Vikingen op dit grondgebied. Waar nu de ruïne van het 13e eeuwse Ardtornish Castle staat, stond toen een verdedigingsfort. Strategisch neergezet op een landtong met uitzicht op het eiland Mull (verwar niet met Mull of Kintyre) aan de overkant van de binnenzee. Met links zicht op Duart Castle op Mull en rechts - de kant van Tobermory op, de hoofdstad van Mull - zicht op Aros Castle. In elkaars zicht geplaatst, opdat de forten signalen konden doorseinen om elkaar te waarschuwen voor naderend onheil.

Tal van scheepswrakken op de bodem van de binnenzee tussen Morvern en Mull onthullen nog iets van het oorlogszuchtige verleden. Zoals het schip van Colonel Ralph Cobbett dat in 1653 zonk. Cobbett trachtte vanuit zee de koningsgezinde Macleans of Duart uit te roeien. Tevergeefs. Het scheepswrak ligt al 350 jaar op de zeebodem. Terwijl de Macleans nog steeds het Duart Castle bewonen.

Tegenwoordig hebben deze Macleans niks meer te vrezen. Ze laten nu zelfs de buitenwereld weten wanneer de chief of the clan thuis is; dan wappert de witte vlag bovenop het kasteel. Ook de inwoners van Ardtornish Estate hebben niks te vrezen. Een keer per week komt dan wel de politie naar hen toe. Maar dat is voor de vorm. Ze verlaten hun politiebureau - 40 kilometer verderop - om hun gezicht te laten zien in Lochaline, een dorpje met 200 inwoners dat deel uitmaakt van Ardtornish Estate. Van tevoren weet de politie dat een praatje alles is wat hen te wachten staat. Boeven vangen komt niet eens in hun hoofd op. Want deuren gaan hier nooit op slot en iedereen laat de sleuteltjes gewoon in het contact van z’n auto zitten. Geen probleem, zeggen de inwoners, dit is Morvern, the safest place on earth.

Ardtornish Estate heeft een uitgebreide website: www.ardtornish.co.uk. Gasten kunnen verblijven in de diverse appartementen waarin Ardtornish House is opgedeeld en in cottages over het landgoed verspreid.
Ardtornish Estate ...


 

Aafke Jochems
Dit artikel is geschreven door Aafke Jochems ©, reisjournalist, en is verschenen in 'British' in de zomer 2001.
Email...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl