De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Logeren op en wandelen rondom een vuurtoren-

Rua Reidh: Op het randje van Europa

Door: Aafke Jochems

 
 Je bent hier:  Home > Toerisme > Rua Reidh: Op het randje van Europa

Rua Reidh  <br>Foto: Aafke Jochems©
Rua Reidh
Foto: Aafke Jochems©

Bij de vuurtoren Rua Reidh loopt de weg dood in de beukende zee. Alleen wandelaars kunnen verder. Het is een van de laatste stukjes wildernis in Europa waar zeldzame vogels, Visotters, Bruinvissen en Dolfijnen vrij spel hebben. En waar een walvisfamilie zomaar voorbijzwemt. Alle reden om bij de vuurtorenbewoners Fran en Chris te logeren.

Ik ben in de wolken. Ik weet dat we op een heuvel staan, want de weg is net flink omhoog gegaan. Maar naar het uitzicht valt slechts te gissen. Het is onmogelijk om verder dan enkele meters te kijken. Dichte mist en natte miezer maken de dienst uit.

Zo start mijn eerste wandeling bij de vuurtoren Rua Reidh. Een logeerpartij bij de vuurtorenbewoners Fran Cree en Chris Barrett kan nou eenmaal niet zonder wandelen. Chris heeft een kompas bij zich, onontbeerlijk met dit weer. ‘Als ik geen kompas zou hebben’, merkt Chris op, ‘zou zelfs ík met deze mist kunnen verdwalen. Terwijl ik deze wandeling toch al ontelbare malen heb gelopen.’

De bodem is zompig. Daardoor is wandelen niet het goede woord; van pol naar pol springen is een betere beschrijving. Als we met een stroompje de daling inzetten, maakt de mist plaats voor hoger hangende wolkenpartijen. Het zicht is opeens een stuk beter. Zo zie je ook es wat bomen. En wegschietende herten. Het afdalen vergt opperste concentratie om niet uit te glijden of je voeten op een verkeerde plek te zetten. Een pad is er niet.

Tijdens een koffiestop – Chris heeft warme koffie en door Fran gebakken cake bij zich - prikken zonnestralen door de wolken. Even later ontstaat er een kanjer van een regenboog die eindigt in een meertje dat in de verte beneden ligt.

Ruim een half uur later staan we bij datzelfde meertje en dan is het weer flink klauteren geblazen. Die klim wordt beloond met verrassend uitzicht op een verlaten zandstrand in de diepte, ingeklemd tussen rotsen. Een strand dat alleen via een smal paadje te bereiken is. Zelfs bij uitzonderlijk goed zomerweer komt hier nauwelijks iemand.

Het laatste deel van de wandeling voert over een geitenpaadje dat uitkomt bij de vuurtoren. Rechts toont de zee haar krachten en schittert de zon. In minder dan een uur tijd heeft de zon alle wolken verdreven. Tijd om de jas uit te doen, want het is meteen een paar graden warmer. Aan de horizon is het eiland Lewis te zien dat vanochtend nog verstopt zat in dikke mist. Wie last van hoogtevrees heeft zal smachtend naar deze mist terug verlangen. Die vergeet dit paadje niet gauw...

Golvend landschap met kleine meertjes
Golvend landschap met kleine meertjes
(Foto: Aafke Jochems© ©)

Dolfijnen
Meer dan tien jaar wonen de twee Engelse dames Chris en Fran in de afgelegen vuurwachteronderkomens bij de vuurtoren Rua Reidh in de Schotse Highlands. Zij zochten in de jaren tachtig een locatie midden in de natuur om een outdoor centre en Bed & Breakfast op te zetten. Hun zoektocht leidde naar een unieke plek in een woest gebied, ver weg van de ‘beschaving’. Daar waar een slingerende kustweg ophield en alleen kliffen en een beukende zee overbleven, stuitten ze op een eenzame vuurtoren. Met daaromheen de verlaten huizen van de vroegere vuurtorenwachterfamilies. Ze waren meteen verkocht.

‘Dit is een van de laatste stukjes wildernis in Europa’, aldus Chris. ‘Waar vind je nou nog in Europa een wilde kat, een bijna uitgeroeide Visotter of Boommarter? Waar zie je vogels als Zeearenden en Papegaaiduikers overvliegen of zich nestelen? Hier! Het barst hier van de Bruinvissen en in juni en juli zwemmen Walvissen langs alsof het niets is. Dolfijnen duiken zelfs tot in september op.’

‘En omdat we hier zo noorderlijk zitten, hebben we ’s zomers enorm lange dagen. Het wordt nauwelijks nacht. Daarvoor hoef je niet naar Scandinavië te gaan‘, vult Fran aan.

Ze hebben de taken onderling verdeeld. Chris maakt urenlange wandelingen met de logés en met de avonturiers trekt ze erop uit voor rock climbing. Fran is de spil binnen: zij bereidt ontbijt en diner, doet de boodschappen en zorgt ervoor dat het haardvuur op kille dagen knispert in de huiskamers volgestouwd met boeken. Enkele middagen per week stelt ze haar keuken annex eetkamer ook open voor voorbijgangers die een afternoon tea met home baked cakes willen nuttigen. Al is voorbijganger niet het goede woord; je kunt hier nooit toevallig voorbij komen.

Je kunt wel toevallig in het vissersdorpje Gairloch belanden. Maar dan is het nog twintig kilometer over een smalle, kronkelende en golvende kustweg die doodloopt bij de vuurtoren. Tegemoetkomende auto’s kunnen elkaar alleen passeren bij passing places.

Veel auto’s kom je niet tegen. Schapendes te meer. Het liefst al luierend midden op de weg. Een botsing met een schaap ligt dan ook meer voor de hand dan met een auto. Helemaal de laatste vijf kilometer, bij het gehucht Melvaig dat enkele huizen telt. Dat laatste stuk is een private road en dus verboden toegang voor onbevoegden. Alleen logés mogen legaal verder. Maar meldt het aankondigingsbord bij de private road dat Fran’s keuken open is voor afternoon tea, dan zijn ook anderen welkom.

Vergezicht langs Schotse westkust
Vergezicht langs Schotse westkust
(Foto: Aafke Jochems© ©)

Eenzaamheid
De kustweg dateert pas uit 1962. Tot die tijd was alleen per boot de vuurtoren te bereiken. Voor de aanvoer van goederen en levensmiddelen waren de vuurtorenbewoners compleet afhankelijk van boten die aanmeerden bij een nabijgelegen pier. Via rails takelden ze de goederen uit de boot een steile helling op en duwden de spullen naar de vuurtoren. De pier is nog altijd zichtbaar, evenals resten van de rails die in zee zijn gegooid.

De vuurtoren werd in 1912 gebouwd door David A. Stevenson, neef van Robert Louis. Bij de naam Robert Louis Stevenson weet menige Brit en elke Schot meteen wie er bedoeld wordt: een beroemd Schots essayist en schrijver die de tweede helft van de 19e eeuw leefde en publiceerde. Zijn neef, David, hield zich met heel andere zaken bezig dan de letteren. Zoals vuurtorens bouwen met de bijbehorende huizen voor de families van vuurtorenwachters. Want een vuurtoren kon in het voorgeautomatiseerde tijdperk niet zonder vuurtorenwachter. Bij de vuurtoren Rua Reidh – wat glad punt betekent in het Gaelic - kwamen dan ook onderkomens voor drie families. De vuurtorenwachters bedienden dagelijks om de beurt het licht, zodat de vuurtoren continu de schepen van dienst was.

Het was in vroeger tijde neen geïsoleerd bestaan op die ‘gladde punt’. Bij slecht weer kon het lang duren voordat de families weer bevoorraad werden. Vooral de winters waren tough: weinig daglicht vanwege de noordelijke ligging, kou, geen elektriciteit, laat staan tv en internet, geen pub om even binnen te stappen om onder wat andere mensen te komen en ondertussen hopen op beter weer zodat er weer eens wat vers eten komt. Niet verwondelijk dat ooit een buurvrouw – wonend op zo’n uur wandelen van de vuurtoren via een geitenpaadje – knettergek van eenzaamheid is geworden. Dan waren de vuurtorenwachterfamilies nog iets beter af; zij hadden elkaar.

Klifkust
Klifkust
(Foto: Aafke Jochems© ©)

De aanleg van de weg moet een revolutie teweeg gebracht hebben. Eindelijk niet meer afhankelijk van boten en de toestand van de zee. Bovendien onderging het vuurtorencomplex een grote opknapbeurt: men kreeg zowaar elektriciteit, toiletten, badkamers en warm water. In 1985 volgde weer een grote verandering. Door de toevlucht van automatisering kon het licht via computers aangestuurd worden vanuit Edinburgh. Vuurtorenwachters werden overbodig en de families verdwenen. En toen verschenen Chris en Fran.

Walvisfamilie
Aardig wat gasten die graag bij hen komen logeren vragen zich af hoe je zo afgelegen op dit randje van Europa kunt wonen. Want wil je naar de pub of winkel, dan vind je de dichtsbijzijnde bewoonde wereld pas in Gairloch. Aan de andere kant, zó ver is het nou ook weer niet. Grijpt de verlatenheid je naar de keel, dan is 20 kilometer een overkomelijka afstand.

In de Victoriaanse tijd bracht de Engelse adel graag haar vakantie in Gairloch door. Nu zijn het voornamelijk actieve bezoekers. Zij komen voor het golfen, vissen, wandelen en de natuur.

Ik ben vooral voor de walvissen gekomen. Waar zie je die in Europa nog? Met Bruinvissen en Zeehonden neem ik trouwens ook genoegen. En die zie ik volop tijdens een boottochtje. Zo liggen op elk strookje land in zee massa’s zeehonden te zonnebaden. En die vin die daar boven het water uitsteekt? Die blijkt ‘maar’ van een Bruinvis te zijn.


Rua Reidh  <br>Foto: Aafke Jochems©
Rua Reidh
Foto: Aafke Jochems©

Een walvis zit er helaas niet in. Ook niet rond de vuurtoren. Was ik er echter een uurtje langer gebleven...

Bij thuiskomst vis ik een mailtje van Fran uit m’n mailbox. Ze schrijft: ‘Ik heb getwijfeld of ik je dit moest schrijven. Je zult balen. Een uur nadat je naar de luchthaven vertrokken was zwom hier een walvisfamilie voorbij. Vader, moeder en kind. Een verrekijker hadden we niet eens nodig. Met het blote oog waren ze fantastisch te zien.’

Alles over Rua Reidh Lighthouse staat op de website:
Rua Reidh Lighthouse...


 

Aafke Jochems
Dit artikel is geschreven door Aafke Jochems ©, reisjournalist, en is verschenen in 'British' in de zomer 2001.
Email...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl