|
Ross of Mull
De volgende dag was de storm wat gaan liggen en staken we met de ferryboot over naar Mull. In Craignure wachtte de bus, die ons naar het meest westelijke punt van het eiland zou brengen, het dorpje Fionnphort. Het dorpje bestaat uit een paar huizen en wordt eigenlijk alleen aangedaan door toeristen die de Abbey van St. Columba op het eilandje Iona willen bezoeken.
We volgden de onverharde weg die Fionnphort met de boerderijen Fidden en Toba verbindt. Voorbij Toba lukte het ons om op de ‘Moors’ te komen. Iets wat op de kaart vrij eenvoudig leek, maar in de praktijk erg moeilijk was. The Ross of Mull is de naam van de zuidwestelijke landtong van het eiland Mull. Een schitterende naam voor een schitterende plek. Het lukte ons om de volledige Ross over te steken en vroeg in de avond liepen we over de hoofdstraat van Bunessan. Deze op één na grootste plaats op Mull heeft één hotel en wat B&B's. Ze zaten of vol of ze waren gesloten. Onze voettocht ging verder, richting Loch Assapol en Malcolm's Point, de indrukwekkende hoge klif aan de zuidkust van Mull.
Het werd donkerder, ging harder stormen en nog steeds hadden we geen plek gevonden voor de tent. Eindelijk zagen we de weerkaatsing van de maan in het water van Loch Assapol. Wat verder stond een groot eenzaam huis langs de kant van de onverharde weg. Er brandde één enkel licht. Het was een oude pastorie die men vorig najaar had omgebouwd tot een Country House Hotel
Pauline Abbot, die eigenaresse was van het hotel, had ons al zien aankomen en stond in de deuropening te wachten. Binnen brandde een gemoedelijk houtvuur, op tafel stond eigengemaakte wijn -met het alcoholpercentage van port, kwam ik later achter- en Pauline was blij met wat gezelschap. In de boekenkast stonden interessante boeken, dus we bleven. Een hetere 'kampeerplek’ zouden we -daar was ik echt van overtuigd- niet vinden.
Het was één uur 's middags toen we de bijtop van de Beinn Chreagagh bereikten. De wind was wat gaan liggen en de tocht was tot dan toe erg mooi geweest. In het oosten lag Malcolm's Point en verder op de achtergrond de kustlijn van het Schotse vasteland. In het noordoosten de indrukwekkende besneeuwde top van Ben More. Wat later daalden we in noordwestelijke richting af tot een groot hek ons de weg versperde. Dit hek stond rond de nieuwe aanplant van bomen en was bedoeld om onder andere herten buiten te houden. We konden niet over het wat gammele hek klimmen. We bleven het in noordelijke richting volgen, totdat het in oostelijke richting afboog. Een roedel herten -nota bene binnen het hek- schrok van ons en galoppeerde de helling af. Onder aan dezelfde helling was een oude schaapskooi, ondanks de schedel en het restant van 'n vertebraat van een schaap een prima kampeerplek.
Het voordeel van vroeg stoppen is de tijd die je kunt besteden aan het goed inrichten van de tent. Eten koken en veel drinken, het liefst warm. Ondanks de lage temperatuur en de nachtelijke stormen hebben we goed geslapen. De ‘vapour barrier liner’ hebben we niet nodig gehad. Alleen miste ik de wijn van de avond ervoor.
The Kinloch Hotel
Leave your watch home, forget the telephone and watch the seabirds, the shadows racing over the flanks of hills, the buzzards wheeling slowly in the wide open sky and take time to unwind. Here, you can drink at the smallest bar in Scotland or relax in the new lounge bar, enjoy home cooking and explore this beautiful island from the ideal point.
Je loopt hoog op een verijsde berghelling en de snijdende kou ontneemt je bijna al je adem. Daarbij ben je nog uitgegleden ook en je hebt een halve minuut in een ijskoude bergbeek gezeten. Als je dan terugdenkt aan de bovenstaande tekst, die je eerder op de dag gelezen hebt, moet je stevig in je schoenen staan om niet terug te lopen naar dat kleine ó zó gezellige hotelletje.
De tocht was fantastisch, vroeg vertrokken, aan de kust hete koffie uit de thermosfles gedronken en gekeken naar die alles overheersende berg, die steeds veranderde door de steeds weer veranderende omstandigheden. Kinloch Hotel bereikten we om een uur of één. Gezellige pub. Aardige mensen.
Laat in de middag stonden we hoog op de verijsde berghelling. Poedersneeuw werd over de kam geblazen en de zon daalde langzaam. Het was te koud om lang stil te blijven staan en ik dacht aan het hotel; zó gezellig, zó warm en zó bereikbaar. Twee uur later zaten we daar. We kregen een prachtige oude kamer. Slot op de deur was blijkbaar niet nodig, want dat was er niet. In de matras zat zo'n gezellige kuil, zodat je de volgende ochtend wat verkrampt uit je bed rolde. Maar dat maakt het gezellig. ‘s Avonds zaten we in de bar van 2˝ bij 3˝ meter.
Loch Ba
De volgende dag probeerden we het opnieuw, nu aan de andere zijde van het rotsbastion waar we gisteren niet verder kwamen.
Drie uur later zitten we op de Cul Righ Albainn achter een grote steen. De kwaadwillende wolken zijn voorbij, een dikke laag sneeuw achterlatend. Dan dalen we af in naar het dal, Glen Clachaig. De rivier, die van boven af gezien een smal blauw lint leek, is wild en moeilijk te passeren. Door de rivier. Over de rivier. In eerste instantie lijkt het niet te lukken. Een uur later staan we eindelijk aan de overkant. Eten doen we aan het Loch Ba.
Langs het water loopt een onverharde weg tot aan Knock, een klein gehucht. Hier willen we kamperen. Geen plek. En verder gaat het richting Salen, het dorp aan de Sound of Mull. Dat is nog ongeveer negen kilometer lopen. In Salen is een ‘inn’ en een hotel. Kwart voor vijf bereiken we het dorp. De ‘inn’ is gesloten, evenals het hotel dat vijf kilometer buiten het dorp ligt. Om vijf uur komt er een bus die naar Tobermory gaat, de hoofdstad van Mull. We nemen de bus maar en zien wel of daar een plekje is voor de tent
Er hangt een betoverende regenboog boven de Sound of Mull en het einde raakt het kleine eiland Dearg Sgeir. Als wij Tobermory binnenrijden doet het me denken aan een Grieks kustplaatsje: steil tegen de kust aan gebouwd. We vinden onderdak bij een klimmer. 's Avonds worden we uitgenodigd in de plaatselijke pub. Het is er gezellig en als we laat die avond teruglopen ruiken we de haardvuurtjes. Schotland in de winter is mooi.
|