De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Een weekje uitwaaien in Schotland-

Winters Mull

Door: Ben Töller

 
 Je bent hier:  Home > Winterwandelen > Winters Mull

Schotland in de winter. De storm raast over de eilanden en houdt alles en iedereen in z'n greep. En toch heeft het z'n bekoring, dat winderige, koude land van Mull, more, loch en whisky.


Link naar de Bartholomew-wegenkaart van Mull
Link naar de Bartholomew-wegenkaart van Mull

Lopen in een winterse storm
De ijskoude wind teistert de blote huid van mijn gezicht. Ik vouw mijn capuchon zoveel mogelijk voorover, dat helpt. De rest van mijn lichaam zit verborgen onder dikke lagen warmtekleding en Gore-tex. Ons spoor is eenzaam, eigenlijk niet bestaand. Over een klein uur is het dichtgesneeuwd en niemand die dan nog weet dat wij daarlangs zijn gelopen. Niet meer dan één spoor blijft achter. Tijdelijk. Onder de sneeuw is het drassig. Dik sponzig wollegras waar je diep in wegzakt. Mijn ademhaling is rustig, mijn hartslag ook; maar lopen gaat minder regelmatig. Het gras met de natte sneeuw vergt veel inspanning.


Link naar de beschrijving van Ben More op MunroMagic.com
Link naar de beschrijving van Ben More op MunroMagic.com

Schotland zit gevangen in een indrukwekkende storm. De poedersneeuw stuift op als we de cairn tussen Ben More, de enige Munro (Schotse berg boven de 3000 voet, red.) op het eiland en de piramide gevormde Cruachan Dearg bereiken. De wind blaast ons bijna aan de andere kant naar beneden. Het lijkt een versnelde film: De dikke witgrijze wolken verschijnen en verdwijnen in kort tijdbestek. We gaan zitten op een beschutte plek en overzien het dal. Prachtig groen, daarboven de witbesneeuwde toppen. Een blauw lint, de Clachaig rivier, deelt het dal in tweeën. De wind blaast onafgebroken sneeuw van de top van Ben More. Ver in het noordwesten hangt de volgende deken van kwaadwillende wolken. Op diverse plekken breekt echter de zon door: kolommen geel licht doen de deprimerende grijze eentonigheid vergeten. Een wonderwereld.

Groot-Brittannië afgesloten
Februari 1990. Een weekje vakantie: we waren er aan toe. Hard werken moet afgewisseld worden door regelmatig ontspannen, tenminste dat vind ik. Wat niet in de planning zat, was het stormachtige weer dat ons in dat weekje te wachten stond. 's Ochtends vroeg zaten we in de wachtruimte van Schiphol. Het stormde nog steeds. Berichten over omvergeblazen vrachtauto's stonden op de voorpagina van de krant. ‘Vlucht huppeldepup met NLM huppeldepup naar Leeds is gecanceld. Willen de reizigers zich bij de balie melden!’ En een kwartier later: ‘Vlucht huppelepup met de NLM Cityhopper naar London Gatwick is gecanceld. Willen de reizigers zich naar de balie begeven!’ Alle vluchten naar Groot-Brittannië en Ierland werden die dag gecanceld, behalve die van ons naar Glasgow.

Het werd een vlucht om nooit te vergeten. Als sardines zaten we op elkaar. Af en toe keken we naar buiten naar de trillende vliegtuigvleugels. De toiletten bleven gesloten. Achter in het vliegtuig viel een fles wijn om en we hadden nog wind tegen ook. In Glasgow was het koud, maar helder. Later in Oban, een redelijke plaats aan de westkust van Schotland regende het. We voelden ons direct thuis: dit was Schotland op z'n best.

In de haven van Oban is een straatje dat vanaf de noordpier tussen twee oude hotels doorloopt. Het is smalle doorgang. Een tochtgat met de koudste en hardste windvlagen, die ik ooit heb meegemaakt. Tijdens de stormdepressie kwam de wind vol uit het noordwesten en werd door de hoge hotels in het smalle straatje gestuwd. Tijdens zo’n windvlaag was het onmogelijk om tegen de wind in naar de ingang van het hotel te lopen. Dus stonden we om de hoek te wachten tot de wind wat ging liggen. Ook aan die straat is de Oban Malt Whisky destilleerderij; ook dat is Schotland op z'n best.


Mull
Mull

Ross of Mull
De volgende dag was de storm wat gaan liggen en staken we met de ferryboot over naar Mull. In Craignure wachtte de bus, die ons naar het meest westelijke punt van het eiland zou brengen, het dorpje Fionnphort. Het dorpje bestaat uit een paar huizen en wordt eigenlijk alleen aangedaan door toeristen die de Abbey van St. Columba op het eilandje Iona willen bezoeken.

We volgden de onverharde weg die Fionnphort met de boerderijen Fidden en Toba verbindt. Voorbij Toba lukte het ons om op de ‘Moors’ te komen. Iets wat op de kaart vrij eenvoudig leek, maar in de praktijk erg moeilijk was. The Ross of Mull is de naam van de zuidwestelijke landtong van het eiland Mull. Een schitterende naam voor een schitterende plek. Het lukte ons om de volledige Ross over te steken en vroeg in de avond liepen we over de hoofdstraat van Bunessan. Deze op één na grootste plaats op Mull heeft één hotel en wat B&B's. Ze zaten of vol of ze waren gesloten. Onze voettocht ging verder, richting Loch Assapol en Malcolm's Point, de indrukwekkende hoge klif aan de zuidkust van Mull.

Het werd donkerder, ging harder stormen en nog steeds hadden we geen plek gevonden voor de tent. Eindelijk zagen we de weerkaatsing van de maan in het water van Loch Assapol. Wat verder stond een groot eenzaam huis langs de kant van de onverharde weg. Er brandde één enkel licht. Het was een oude pastorie die men vorig najaar had omgebouwd tot een Country House Hotel

Pauline Abbot, die eigenaresse was van het hotel, had ons al zien aankomen en stond in de deuropening te wachten. Binnen brandde een gemoedelijk houtvuur, op tafel stond eigengemaakte wijn -met het alcoholpercentage van port, kwam ik later achter- en Pauline was blij met wat gezelschap. In de boekenkast stonden interessante boeken, dus we bleven. Een hetere 'kampeerplek’ zouden we -daar was ik echt van overtuigd- niet vinden.

Het was één uur 's middags toen we de bijtop van de Beinn Chreagagh bereikten. De wind was wat gaan liggen en de tocht was tot dan toe erg mooi geweest. In het oosten lag Malcolm's Point en verder op de achtergrond de kustlijn van het Schotse vasteland. In het noordoosten de indrukwekkende besneeuwde top van Ben More. Wat later daalden we in noordwestelijke richting af tot een groot hek ons de weg versperde. Dit hek stond rond de nieuwe aanplant van bomen en was bedoeld om onder andere herten buiten te houden. We konden niet over het wat gammele hek klimmen. We bleven het in noordelijke richting volgen, totdat het in oostelijke richting afboog. Een roedel herten -nota bene binnen het hek- schrok van ons en galoppeerde de helling af. Onder aan dezelfde helling was een oude schaapskooi, ondanks de schedel en het restant van 'n vertebraat van een schaap een prima kampeerplek.

Het voordeel van vroeg stoppen is de tijd die je kunt besteden aan het goed inrichten van de tent. Eten koken en veel drinken, het liefst warm. Ondanks de lage temperatuur en de nachtelijke stormen hebben we goed geslapen. De ‘vapour barrier liner’ hebben we niet nodig gehad. Alleen miste ik de wijn van de avond ervoor.

The Kinloch Hotel
Leave your watch home, forget the telephone and watch the seabirds, the shadows racing over the flanks of hills, the buzzards wheeling slowly in the wide open sky and take time to unwind. Here, you can drink at the smallest bar in Scotland or relax in the new lounge bar, enjoy home cooking and explore this beautiful island from the ideal point.

Je loopt hoog op een verijsde berghelling en de snijdende kou ontneemt je bijna al je adem. Daarbij ben je nog uitgegleden ook en je hebt een halve minuut in een ijskoude bergbeek gezeten. Als je dan terugdenkt aan de bovenstaande tekst, die je eerder op de dag gelezen hebt, moet je stevig in je schoenen staan om niet terug te lopen naar dat kleine ó zó gezellige hotelletje.

De tocht was fantastisch, vroeg vertrokken, aan de kust hete koffie uit de thermosfles gedronken en gekeken naar die alles overheersende berg, die steeds veranderde door de steeds weer veranderende omstandigheden. Kinloch Hotel bereikten we om een uur of één. Gezellige pub. Aardige mensen.

Laat in de middag stonden we hoog op de verijsde berghelling. Poedersneeuw werd over de kam geblazen en de zon daalde langzaam. Het was te koud om lang stil te blijven staan en ik dacht aan het hotel; zó gezellig, zó warm en zó bereikbaar. Twee uur later zaten we daar. We kregen een prachtige oude kamer. Slot op de deur was blijkbaar niet nodig, want dat was er niet. In de matras zat zo'n gezellige kuil, zodat je de volgende ochtend wat verkrampt uit je bed rolde. Maar dat maakt het gezellig. ‘s Avonds zaten we in de bar van 2˝ bij 3˝ meter.

Loch Ba
De volgende dag probeerden we het opnieuw, nu aan de andere zijde van het rotsbastion waar we gisteren niet verder kwamen.

Drie uur later zitten we op de Cul Righ Albainn achter een grote steen. De kwaadwillende wolken zijn voorbij, een dikke laag sneeuw achterlatend. Dan dalen we af in naar het dal, Glen Clachaig. De rivier, die van boven af gezien een smal blauw lint leek, is wild en moeilijk te passeren. Door de rivier. Over de rivier. In eerste instantie lijkt het niet te lukken. Een uur later staan we eindelijk aan de overkant. Eten doen we aan het Loch Ba.

Langs het water loopt een onverharde weg tot aan Knock, een klein gehucht. Hier willen we kamperen. Geen plek. En verder gaat het richting Salen, het dorp aan de Sound of Mull. Dat is nog ongeveer negen kilometer lopen. In Salen is een ‘inn’ en een hotel. Kwart voor vijf bereiken we het dorp. De ‘inn’ is gesloten, evenals het hotel dat vijf kilometer buiten het dorp ligt. Om vijf uur komt er een bus die naar Tobermory gaat, de hoofdstad van Mull. We nemen de bus maar en zien wel of daar een plekje is voor de tent

Er hangt een betoverende regenboog boven de Sound of Mull en het einde raakt het kleine eiland Dearg Sgeir. Als wij Tobermory binnenrijden doet het me denken aan een Grieks kustplaatsje: steil tegen de kust aan gebouwd. We vinden onderdak bij een klimmer. 's Avonds worden we uitgenodigd in de plaatselijke pub. Het is er gezellig en als we laat die avond teruglopen ruiken we de haardvuurtjes. Schotland in de winter is mooi.


 

Dit verhaal van Ben Töller© van deze wandeling langs de zuidkust van Mull, is als artikel verschenen in de Berggids dec. 1990. Het artikel is opgenomen op deze site met toestemming van de auteur. De Berggids was het periodiek van de KNAV. De KNAV is inmiddels gefuseerd met de NBV tot de NKBV en het periodiek heet nu Hoogtelijn.


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl