De Nederlandstalige springplank voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland
- Laatste wijziging: 17 maart 2012 -

- Schotland in de winter-

Ben Macdui (niet)

Door: Joeri van der Kloet

 
 Je bent hier:  Home > Winterwandelen > Kamperen & trekken in de winterse Cairngorms > Ben Macdui (niet)

Als we wakker worden, is het buiten nog steeds nevelig. Het zicht is beperkt tot hooguit 100 meter. Als we op de thermometer kijken, zien we dat het zelfs niet meer vriest. We beseffen dat dit ongunstig is voor het verloop van de tocht. Het lawinegevaar neemt toe en de kans dat alles nat en vochtig wordt, neemt ook toe met de oplopende temperatuur. Ook de kans op slecht zicht is nu aanzienlijk. Na kort overleg, besluiten we om het toch te proberen. We pakken de boel in en binden de stijgijzers onder. Nadat we de rugzakken hebben omgehangen, vertrekken we in de richting van de zuidzijde van de Ben MacDui. We traverseren eerst een redelijk steile helling. Het gaat niet echt snel, omdat we regelmatig om en over rotsblokken heen moeten. Door een klein eindje af te dalen en vervolgens langs een kort maar steil sneeuwveldje weer omhoog te klimmen, winnen we wat tijd.

Hierna begint de ongeveer 40 graden steile wand naar het plateau. De sneeuw is tamelijk vochtig en pakt daarom goed. Het nadeel daarvan is dat de sneeuw tussen mijn schoenen en stijgijzers balt. Na vijf stappen hangt er een paar kilo sneeuw aan mijn voeten. Met de pickel tik ik de sneeuw er regelmatig vanaf, maar het blijft irritant. Ik loop al tierend omhoog, terwijl ik me afvraag waarom ik zo stom ben geweest om geen anti-stollingsplaatjes te kopen. Waarom zitten die krengen eigenlijk niet standaard bij de stijgijzers? Wat me eigenlijk meer verontrust is het verder afnemen van het zicht. Met moeite kunnen we nu nog een meter of tien overzien. De lucht en de sneeuw lijken met elkaar versmolten te zijn. De kaart komt weer tevoorschijn en we zetten een koers uit. Ik trek het spoor en Martijn checkt de koers. We moeten zo wel op de goede plaats uitkomen. Het sporen gaat zwaar en Martijn trekt nu ook zijn eigen spoor. Het is niet verstandig om direct in de vallijn van de voorganger te lopen. De helling wordt steeds steiler en ik vertrouw de stabiliteit van de sneeuw niet meer. Naarmate de helling steiler wordt en er toch nog sneeuw op ligt, zal het hele zooitje bij een kleinere ‘trigger’ naar beneden zeilen. Zelfs een kleine hoeveelheid sneeuw kan dodelijk zijn. Het graven van een sneeuwput bevestigt onze vermoedens. Het is hier inderdaad bloedjelink! We besluiten om ietsje naar links te traverseren, waar enkele flinke rotsblokken door de sneeuw heen steken. Misschien dat de sneeuw hier iets minder snel zal gaan glijden…


<br>Foto: Joeri van der Kloet©

Foto: Joeri van der Kloet©

Hoe het precies zover gekomen is, weet ik nu niet meer, maar op een gegeven moment kijk ik naar boven en zie ik dat ik tegen een bijna loodrechte (minstens 65 graden) wand hang. Ik balanceer op de voorste punten van mijn stijgijzers en met een vuist en een pickel in de sneeuw. Als ik door mijn benen naar beneden kijk, zie ik ook Martijn tegen de wand aangeplakt. Op dat moment besef ik dat ik nu beter niet kan vallen. Hoewel ik me realiseer dat we in een lastige situatie terecht zijn gekomen, voel ik gelukkig geen angst. Ik kijk nog eens naar boven. Het lijkt erop dat daar een lichter randje te zien is. In de white-out is echter niets zeker. Een paar seconden later zie ik al niks meer. Hoe gaat deze wand verder? Ik probeer af te wegen wat het minst gevaarlijk is: of uiterst voorzichtig afdalen, of nog een stukje doorklimmen. Al schreeuwend overleggen we wat te doen. Het lijkt ons toch het beste om hier af te dalen. Voorzichtig gaan we terug, iedere keer stevig de punten in de wand trappend. We moeten weg uit deze wand! Na een meter of vijftig zeer voorzichtig te hebben afgedaald, wordt de helling iets minder steil. Opgelucht kunnen we naar rechts traverseren om daarna weer omhoog te gaan. Het zicht wordt echter nog slechter. Met moeite kan ik Martijn onderscheiden die zo’n drie meter voor me loopt. We bereiken het plateau onder de top en merken dat het zicht hier al niet veel beter is.

We kunnen de top wel vergeten. Het enige dat telt is dat we snel en veilig van de berg af moeten zien te komen. Een blik op de kaart vertelt ons echter dat er legio mogelijkheden zijn om van dit plateau af te vallen en zo’n 600 meter lager uit te komen. Aangezien we boven en onder niet van elkaar kunnen onderscheiden, lijkt het mij het beste om op dit relatief veilige punt de tent op te zetten en af te wachten. Martijn vindt echter dat er een aanzienlijke kans is dat dit weer lang aan zal houden en dat we wel eens door het voedsel heen kunnen raken. Daar moet ik hem gelijk in geven. We dalen af via de noordoostkant. Extreem voorzichtig navigeren we ons een weg naar beneden. Af en toe zien we tussen de witte brei een rotsblok doorschemeren. Hiermee kunnen we iets beter navigeren, maar het blijft gekkenwerk. Om de paar minuten pakken we de kaart weer bij de hand, om te zien of we goed zitten en of er objecten zijn die we kunnen herkennen. Ik heb het gevoel dat we niet meer weten waar we zijn. Martijn gaat voorop en lijkt precies te weten waar we naartoe moeten. Ik loop achter hem aan. Onder m’n capuchon zucht ik een paar keer diep en denk er het mijne van. Als ik weer eens m’n voet verdraai op een rotsblok kan ik het niet laten om eens hartgrondig te tieren. De aantrekkende wind doet mijn scheldkanonnade verwaaien en zorgt er bovendien voor dat het behoorlijk koud aanvoelt. Ik trek m’n capuchon over m’n hoofd en doe m’n Gore-tex handschoenen aan. Nog eens raadplegen we de kaart. Ik steek wat worst in mijn mond en spoel er een slok water achteraan. We moeten doorgaan. Hier blijven wachten heeft geen zin, dat zie ik nu ook wel in. Straks wordt het donker en dan zullen we stoppen, maar tot die tijd moeten we hoogte verliezen. Vermoedelijk zal het zicht op geringere hoogte wat beter zijn....

Die middag maakten we een bivak op een plek die we eigenlijk niet konden plaatsen op de kaart. Het zicht was ook hier uitermate slecht. Net toen Martijn de XGK aanstak, losten de wolken gedurende enkele minuten even op. Wat we toen zagen was werkelijk verbluffend mooi. Iets beneden ons lag een schitterend bergmeertje, begrensd door puntige rotsen met blinkend witte sneeuwdekens. Daarna was het weer onzichtbaar geworden.

We bespraken onze tactiek die avond in de tent en we kwamen tot de conclusie dat de tijd begon te dringen. De volgende dag trokken we door een koud, nat en winderig dal terug in de richting van Aviemore. Na een hele dag ploeteren door modder en heide vonden we een bothy. Helaas was er geen hout in het hok en het dichtstbijzijnde bos was aardig ver van ons verwijderd. We stookten de haard een kwartiertje op met behulp van verrotte varens en andere stengels. Nog diezelfde avond waaiden een paar verlopen wandelaars het hutje in en zij wisten ons te vertellen dat het gruwelijk zou stormen hoger in de bergen. We besloten om de laatste paar dagen in het hutje te blijven en de spullen een beetje droog te maken. Zo gingen de laatste dagen langzaam voorbij, terwijl we een beetje lazen, af en toe even naar buiten gingen en een keer een tocht ondernamen om wat eten te halen. We brachten kerstmis door in het hutje en ik was blij dat ik de Nederlandse decadente variant op het feest mocht missen.

Thuis
Toen ik weer thuis was en water uit de kraan dronk en in m’n T-shirtje op de bank hing, kon ik nauwelijks geloven dat we in die machtige bergen geweest waren. De Cairngorms. Schitterend. Indrukwekkend, maar niet om mee te sollen.


 

© Joeri van der Kloet. Dit artikel is ook verschenen op Hiking-site.nl
Hiking-site.nl...


 
 
          Naar de top van deze pagina  Naar beginpagina Buitensport-Schotland.nl